Na vmbo is er geen `rugzak' meer

,,Onze zorg is dat uw kinderen straks een goede toekomst hebben'', zegt minister Zalm. Met die uitspraak nog in mijn oren lees ik het zojuist verschenen onderzoeksrapport van ouders over leerlinggebonden financiering (de `rugzak').

Een schot voor open doel. Investeren in kinderen met een beperking, is investeren in een gezondere samenleving. Mijn dochter Lize met het syndroom van Down zit nu in de vierde klas van het reguliere vmbo. Zij is enorm gestimuleerd in haar ontwikkeling door altijd mee te draaien in een gewone setting. Ze wordt nog dagelijks geprikkeld nieuwe dingen te leren en ik verwacht dat zij met een vervolgopleiding in het mbo toegerust zal zijn om deel te nemen aan het arbeidsproces.

Toch is dat niet vanzelfsprekend. Want wat blijkt? Er is na het vmbo geen rugzak meer. Een investering van jaren krijgt abrupt een einde. Dan toch maar knijpers gaan maken?Het rugzakbeleid is in principe een goed beleid, het biedt een steun in de rug, maar het kent nog vele knelpunten. Ik wijs de regering erop dat als zij investeert in de toekomst van kinderen met een beperking, dat zij dit dan ook goed moet doen. Als je investeert in een huis, zorg je toch ook voor een fundering die over 20 of 30 jaar nog het huis kan dragen?

Een leerling met handicap wordt geprikkeld en uitgedaagd om zo veel mogelijk mee te leren. Om mee te functioneren in de samenleving. Dat draagt bij aan zelfredzaamheid en aan kansen om aan het arbeidsproces te gaan deelnemen. Dus dat kost de regering straks minder geld aan zorg, uitkering en dagopvang. Het mes snijdt aan twee kanten.

Minister Zalm: zorg gerust voor de toekomst van onze kinderen, laat kinderen met een verstandelijke beperking drempelloos in het reguliere onderwijs instromen, geef ze alle bagage mee die passend is, van basisschool tot en met beroepsopleiding.