Hoezo winnen `we' strijd tegen terreur?

Op de stelling van Donald Rumsfeld dat `we' aan de winnende hand zijn in de strijd tegen het terrorisme valt veel af te dingen. Voorlopig is de wereld er nog lang niet veiliger op geworden, meent Cees Wiebes.

Volgens de Amerikaanse minister van Defensie Donald H. Rumsfeld zijn 'we' aan de winnende hand tegen het terrorisme. Dit viel te lezen in zijn rede voor de Council of Foreign Relations die dinsdag op deze pagina werd afgedrukt. Volgens Rumsfeld zijn de resultaten van de strijd tegen het terrorisme hoopvol. Men kan evenwel bij deze analyse grote vraagtekens plaatsen. Ik volg enkele kernpunten uit zijn betoog.

Volgens Rumsfeld was Al-Qaeda ruim drie jaar een groeiend gevaar voor de wereld. Nu niet langer. Osama bin Laden is op de vlucht, veel van de naaste medewerkers zijn gevangen genomen of gedood. Dit klopt, maar zegt verder niets. Al-Qaeda is qua gedachtegoed alleen maar gegroeid en thans getransformeerd in een wereldwijde losse, ideologische beweging.

Trainingskampen zitten nu in Irak, Afghanistan en Tsjetsjenië. Intelligence-analisten zijn van mening dat er nu een losse cellenstructuur bestaat die onafhankelijk van de leiders van Al-Qaeda opereert en zelfstandig aanslagen uitvoert.

De aanslagen op Bali en in Madrid werden niet direct aangestuurd door Al-Qaeda maar werden gepleegd door groepen die de ideologische agenda van Osama bin Laden volgen. Het netwerk van Al-Zarqawi in Irak is zo'n voorbeeld. Dat is nooit formeel gelieerd geweest aan Al-Qaeda maar het is inmiddels wel een parallel, autonoom netwerk.

Rumsfeld maakt nog steeds dezelfde denkfout: de verpersoonlijking van het terrorisme. Als Bin Laden en zijn naaste medewerkers dood of gevangen zijn, dan zou het probleem opgelost zijn. Een grote misvatting. Veel analisten bij inlichtingen- en veiligheidsdiensten menen dat het weinig zal uitmaken. Rumsfeld negeert het feit dat we niet te maken hebben met een groepering met een vaste organisatiestructuur maar eerder met een ideologie.

In Afghanistan zijn de Talibaan verdreven en het land wordt thans geleid door Hamid Karzai, aldus de minister. Rumsfeld vergeet daarbij wel te vermelden dat een groot deel van het land onder controle staat van allerlei restanten van de Talibaan. Het is niet voor niets dat verschillende hulpverleningsorganisaties en non-gouvernementele organisaties (NGO's) het land halsoverkop hebben verlaten. Verder heeft Al-Qaeda weer vaste voet aan grond gekregen in Afghanistan.

Pakistan heeft zich onder president Pervez Musharraf weer aan de zijde van de beschaafde wereld geschaard, aldus Rumsfeld. Dat klopt weliswaar, maar in de grensstreek met Afghanistan zijn Al-Qaeda en andere radicale groeperingen oppermachtig.

Voorst staat vast dat het Pakistaanse leger en de inlichtingendienst ISI nog steeds nauwe banden met Al-Qaeda onderhouden. Dus zoveel is er niet veranderd in dit land. En dat het netwerk voor nucleaire proliferatie van de Pakistaanse geleerde A.Q. Kahn is ontmanteld, heeft meer te maken de Pakistaanse wens inzake Amerikaanse financiële steun dan met het opgeven van de Pakistaanse nucleaire aspiraties.

Ook zouden de financiële aanvoerlijnen van Al-Qaeda zijn aangetast. Dit klopt gedeeltelijk, maar het zegt verder weinig. In de eerste plaats vergt het type aanslagen op soft targets relatief weinig geld. Casablanca kostte 4.000 dollar, Madrid ongeveer 50.000 dollar en de aanslagen in New York ongeveer 450.000 dollar.

Verder kent Afghanistan dit jaar de grootste opiumoogst in zijn geschiedenis. Toevallig komt die oogst wel uit de gebieden die niet onder controle staan van de Afghaanse regering. Waar gaat die opium naar toe? Transnationale criminele netwerken zijn bereid hiervoor fors te betalen. Al-Qaeda heeft dus voorlopig geen gebrek aan geld.

Het internationale terrorisme is geglobaliseerd en er zijn nauwe banden met transnationale criminele netwerken. Gemakshalve verwees Rumsfeld maar niet naar een recent onderzoek van de Verenigde Naties waarin viel te lezen dat de financiële strijd tegen het terrorisme weinig heeft opgeleverd.

En ten slotte vergeet Rumsfeld te melden dat de Amerikaans bezetting van Irak het terrorisme eerder heeft aangewakkerd. Dat is althans de mening van veel intelligence-analisten. De volstrekte chaos daar heeft een alliantie tot stand gebracht tussen terreurbewegingen en georganiseerde misdaad. De eerste groep is uit op maximale publiciteit middels onthoofdingen en de tweede op zo'n hoog mogelijk losgeld. Beide groepen hebben belang bij grote instabiliteit.

Dat westerse diensten geen greep hebben op beide groepen, blijkt wel uit het feit dat er elke dag aanslagen worden gepleegd en mensen worden ontvoerd en dat geen van de gijzelaars is bevrijd. Trouwens, al voor de aanval op Irak hebben Amerikaanse, Britse en Canadese inlichtingendiensten voor deze chaos gewaarschuwd. Ook Rumsfelds eigen Defence Intelligence Agency deed dat, maar de minister heeft het genegeerd.

Richard Clarke, het voormalige hoofd contra-terrorisme van het Witte Huis, wees er al herhaaldelijk op dat Irak veel capaciteit en menskracht bij de Amerikaanse diensten heeft weggezogen. Irak is nu topprioriteit en dit gaat ten koste van de strijd tegen het internationale terrorisme.

Vorige week nog waarschuwde het hoofd van de Duitse buitenlandse inlichtingendienst, August Hanning, voor meer chaos in Irak. Dit land kon wel eens een nieuwe broedplaats voor terroristen worden. Hanning maakt zich grote zorgen over de Iraakse geleerden die vroeger onder Saddam Hussein (`Rumsfelds oude bondgenoot') aan biologische en chemische wapens werkten. Velen zijn spoorloos en Hanning vreest dat zij door terroristen zijn gerekruteerd.

Kortom, op Rumsfelds stelling dat `we' aan de winnende hand zijn, valt veel af te dingen. Want dan hebben we het nog niet gehad over de moeizame uitwisseling van inlichtingen binnen de Europese Unie; de geringe Amerikaanse bereidheid om met Europese inlichtingen- en veiligheidsdiensten intelligence te delen; de moeizame samenwerking tussen de Amerikaanse diensten onderling; de voortdurende problemen in de Verenigde Staten met het verwerken van onderschept berichtenverkeer; nieuw aangeworven analisten en vertalers moeten in Washington soms 13 maanden op een security clearance wachten en de CIA weigert nog steeds om volop intelligence te delen met het Terrorist Threat Integration Center.

Kortom, de wereld is er voorlopig nog lang niet veiliger op geworden.

Dr. Cees Wiebes is universitair docent bij de afdeling politicologie van de faculteit der maatschappij- en gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam en deskundige op het gebied van de geschiedenis en huidige activiteiten van (inter)nationale inlichtingen- en veiligheidsdiensten.