Fatboy Slim

Norman Cook leek over een bijna eindeloze reeks artistieke levens te beschikken, maar het eind is nu wel in zicht. Na een dienstverband in het rammelgroepje Housemartins dook hij met projecten als Pizzaman en Freakpower in de ontluikende Britse dancescene, om als het succesvolle Fatboy Slim de vruchten van zijn inspanningen te plukken. Fatboy Slim is dance verpakt als popmuziek, of andersom, zonder ook maar een spoor van de abstractie die dansmuziek ook buiten de dansvloer tot zo'n aangrijpende ervaring kan maken.

Desondanks was de amusementswaarde van zijn platen altijd hoog. Maar die lol is er ook al af op Palookaville. Zijn vierde studio-cd staat bol van herhalingsoefeningen die nergens zijn vroegere niveau benaderen. Tussen de gastzangers valt de doorgaans zo bijdehante Damon Albarn niet eens op. Bootsy Collins wel, helaas: de oude p-funker blameert zich op een flauwe cover van Steve Millers The Joker. Als die coverkeuze Cooks heimwee verklankt naar de tijd dat zulke nummers zonder problemen op hippe dansvloeren figureerden, illustreert hij dat hij zelf zijn tijd ook heeft gehad.

Fatboy Slim: Palookaville (Skint, distr. Sony)