Efficiënt opgeblazen

De vraag naar grondstoffen groeit, en daarmee ook de vraag naar springstoffen om bijvoorbeeld steenkool of ijzererts te winnen in mijnen en groeven. De grootste springstoffenproducent ter wereld, het Noorse Dyno Nobel, verwacht dit jaar een omzetgroei van 50 procent. ,,Hoe efficiënter de explosies, hoe goedkoper de winning van kolen of ertsen.''

Twaalf kleine fabriekjes staan verspreid over een berg in Saetre, in het zuiden van Noorwegen. Ze zijn onderling met elkaar verbonden door pijpleidingen. Ze maken zware springstoffen. ,,Dat is een chemisch productieproces dat uit twaalf stappen bestaat'', zegt directeur Martin Mellbye van de fabriek, onderdeel van de Noorse springstoffenproducent Dyno Nobel. ,,Iedere stap zit in een apart gebouw. Voor als er een keer wat misgaat.''

De springstof, die eruitziet als geel poeder, gaat onder meer in bommen, granaten, antitankmijnen en torpedo's. Voor sommige wapenfabrikanten mengt Dyno Nobel het poeder met gesmolten was, zodat er korrels met een waslaagje ontstaan. Voor de springstoffen op transport gaan, wordt er 15 procent water aan toegevoegd. ,,Droog vervoeren is te gevaarlijk'', zegt Mellbye.

Springstoffen voor de defensie-industrie zijn de enige explosieven die Dyno Nobel in Noorwegen produceert. Ze waren vorig jaar goed voor iets meer dan 1 procent van de 800 miljoen euro omzet van Dyno Nobel. De overige 99 procent van zijn inkomsten haalt het bedrijf uit `commerciële' explosieven, bestemd voor de winning van steenkool en metaalertsen, de aanleg van tunnels en het opblazen van rotsen in steengroeven. Deze (vloeibare) springstoffen maakt Dyno Nobel in fabrieken verspreid over de wereld, dicht bij de afnemers.

Na een aantal moeizame jaren – met stagnatie in de bouw, een lagere vraag naar steenkool en minder metaalproductie – zit de springstoffenmarkt in de lift. Met name de mijnbouw floreert: de sterk gestegen vraag naar primaire grondstoffen uit China heeft de prijzen van commodities als kolen, ijzererts, koper, nikkel, zink, goud en zilver dit jaar met tientallen procenten, soms wel met 100 procent doen stijgen. Mijnbouwconcerns voeren daarom hun productie op tot het maximum, exploiteren nieuwe mijnen en nemen mijnen die, in afwachting van betere tijden, enkele jaren in de mottenballen hebben gelegen, weer in gebruik.

Dyno Nobel profiteert daarvan. ,,We verwachten dit jaar minimaal 1,2 miljard euro omzet, een stijging van meer dan 50 procent'', zegt bestuursvoorzitter Dag Mejdell op het hoofdkantoor in Oslo. Vorig jaar steeg de omzet nog met 11 procent door overnames. De in 2003 overgenomen bedrijven zijn goed voor zo'n 250 miljoen euro omzet, waarvan een deel pas dit jaar voor het eerst volledig meetelt in de resultaten. Door de overnames steeg het mondiale marktaandeel van Dyno Nobel vorig jaar van 15 tot 20 procent, waarmee het bedrijf op hetzelfde niveau kwam als de toenmalige wereldmarktleider Australische Orica. Inmiddels claimt Dyno Nobel het wereldmarktleiderschap.

In 2003 zette het bedrijf een aantal belangrijke stappen. De eerste was de aankoop van de ammoniumnitraatfabrieken van het Amerikaanse gas- en energiebedrijf El Paso. Ammoniumnitraat, dat (net als kunstmest) van ammonia wordt gemaakt, is de belangrijkste grondstof voor springstoffen. ,,We hadden al eigen ammoniumnitraatfabrieken'', zegt Mejdell, ,,maar we waren met name in de VS nog te veel afhankelijk van externe leveranciers. Dat merkten we toen een aantal chemiebedrijven vorig jaar capaciteit uit de markt haalde, waardoor de ammoniaprijs enorm steeg.'' Hiermee vergrootte Dyno Nobel zijn productiecapaciteit met 350.000 ton tot 1 miljoen ton ammoniumnitraat. Daarnaast heeft Dyno Nobel langetermijncontracten voor de levering van 500.000 ton, waarmee de 1,5 miljoen ton die het bedrijf jaarlijks nodig heeft, is afgedekt.

Verder kocht Dyno Nobel vorig jaar de divisie van het Amerikaanse chemie- en defensieconcern Ensign-Bickford die ontstekingsmechanismen, de zogenaamde initiatiesystemen voor springstoffen, produceert. ,,Je hebt niks aan springstoffen zonder een initiatiesysteem dat ze tot ontploffing brengt'', zegt Mejdell. ,,Daar zit de meeste kennis en technologie in en die systemen leveren ons de hoogste marges op. De springstoffen zelf zijn standaardproducten.''

Het zijn de initiatiesystemen die het mogelijk maken om de kracht van de explosies en de intervaltijd ertussen te regelen. Die twee factoren zijn bepalend voor de fragmentatie van de steenmassa's die worden opgeblazen. ,,Een mijnexploitant of een steenproducent heeft belang bij een zo gelijkmatig mogelijke fragmentatie'', legt commercieel directeur Mikael von Hertzen uit. ,,Dan worden de brokstukken allemaal ongeveer even groot en dat maakt de verdere verwerking ervan een stuk eenvoudiger.'' Alle steenmassa die door springstoffen wordt verplaatst, hoeft niet meer met gravers en andere dure, handbediende machines verplaatst te worden. ,,Hoe efficiënter de explosies, hoe goedkoper de winning van kolen of ertsen.'' Dat geldt ook voor de tunnelbouw. Voor het aanleggen van een tunnel in een berg zijn honderden explosies nodig. De tijd tussen de elkaar opvolgende explosies is inmiddels teruggebracht van 6 tot 12 uur naar gemiddeld 2 uur. Von Hertzen: ,,Een tunnel aanleggen duurt daardoor nu twee in plaats van vier jaar. Dat levert enorme besparingen op.''

Dyno Nobel produceerde al initiatiesystemen in Zweden en de VS, en heeft de productie in de VS ingemiddels samengevoegd met die van Ensign-Bickford. Het bedrijf was al marktleider in de VS, de grootste explosievenmarkt ter wereld dankzij de vele steenkolenmijnen en steengroeven in dat land.

Naast de overname van onderdelen van El Paso en Ensign-Bickford, verwierf Dyno Nobel vorig jaar ook meerderheidsbelangen in twee kleinere springstoffenproducenten, in Peru en in de VS. Ook ging het bedrijf een joint venture aan met African Explosives, de derde springstoffenproducent ter wereld, voor de ontwikkeling en productie van elektronische initiatiesystemen, volgens Von Hertzen ,,de initiatiesystemen van de toekomst''. In april van dit jaar kocht Dyno Nobel nog een springstoffenfabrikant in Brazilië, waar net als in Peru veel metaalertsen worden gewonnen.

Dyno Nobel betaalde de grootste overname, die van Ensign-Bickford, met eigen aandelen. De overige aandelen zijn goeddeels in handen van Industri Kapital, een Noors-Zweedse investeringsmaatschappij, die voor zo'n 3,5 miljard euro aan belangen in Europese bedrijven beheert. Industri Kapital is in Nederland onder meer eigenaar van Welzorg (distributeur van rolstoelen), Fortex (industriële wasserijen), Intrum Justitia (incassobureaus) en Continental Bakeries (biscuits en zoutjes).

Industri Kapital haalde in 2000 Dyno Industrier van de beurs, een Noors conglomeraat van chemische bedrijven. Een deel daarvan werd verkocht, de kunststofpoot werd samengevoegd met een ander chemiebedrijf in de portefeuille van Industri Kapital en de springstofactiviteiten werden verzelfstandigd tot Dyno Nobel. ,,We zijn begonnen met een interne reorganisatie bij Dyno Nobel'', zegt Kim Wahl, vice-voorzitter van het Industri Kapital-bestuur. ,,We hebben eerst een aantal fabrieken gesloten en zijn vervolgens het marktaandeel gaan vergroten door overnames. We hebben ook de positie van Dyno Nobel versterkt in producten met een hogere toegevoegde waarde, zoals initiatiesystemen.''

De reorganisaties gingen vorig jaar wel ten koste van de winst: die kwam licht negatief uit. Wahl: ,,De resultaten blijven nog achter bij de doelen die we ons in 2000 gesteld hebben. De markt trekt na een flinke terugval nu weer aan. Gezien de marktomstandigheden in de afgelopen jaren zijn we tevreden.''

De omvorming van Dyno Nobel is wat Industri Kapital betreft na vier jaar bijna voltooid. ,,We verwachten binnen één tot drie jaar weer uit Dyno Nobel te stappen, waarschijnlijk door een beursgang.'' Het ligt niet voor de hand dat Dyno Nobel verkocht wordt aan een concurrent: de bedrijven die dat zouden kunnen behappen, zouden daarbij tegen mededingingsautoriteiten oplopen, vermoedt Wahl.

Industri Kapital koos de naam Nobel omdat de geschiedenis van het in 1986 door Dyno Industrier overgenomen Zweedse bedrijf Nitro Nobel teruggaat tot Alfred Nobel, uitvinder in 1876 van het dynamiet en naamgever van de Nobelprijzen. Ook de Zweedse tak van chemieconcern Akzo Nobel komt voort uit het conglomeraat dat Alfred Nobel opbouwde. Dyno Nobel produceert nog altijd dynamiet, in de VS. ,,Maar in feite is dynamiet een achterhaald product'', zegt commercieel directeur Mikael von Hertzen. ,,Er zijn inmiddels veel betere en betrouwbaardere springstoffen op de markt.'' Een dynamietexplosie is volgens Von Hertzen moeilijker te controleren en gaat gepaard met veel meer stof en rooktontwikkeling dan een explosie met de vloeibare springstofemulsies die tegenwoordig gebruikt worden. ,,Vooral bij explosies onder de grond, in mijnen, is dat een grote vooruitgang geweest.''

Dynamiet is bovendien veel gevaarlijker om te vervoeren. Vloeibare springstoffen bestaan uit een mengsel van een aantal stoffen, waarvan ammoniumnitraat en olie de belangrijkste zijn. Deze stoffen worden in tankwagens los van elkaar, in aparte tanks, vervoerd en pas bij de afnemer in de juiste verhoudingen gemengd. ,,Tot dat gebeurt, zijn ze niet explosief en kan er dus niks mee gebeuren.'' Dyno Nobel levert ook mobiele mengmachines, die klein genoeg zijn om in een mijnlift te passen, zodat de springstoffen pas onder de grond, op de plek waar ze nodig zijn, worden bereid. ,,Afnemers hebben hierdoor nooit meer te maken met gevaarlijke opslag van explosief materiaal.''

Bestuursvoorzitter Mejdell ziet nog altijd een groeiende vraag naar slimmere toepassingen van springstoffen. Mejdell: ,,Wij stoppen dan ook veel geld en energie in onze drie onderzoekscentra in Zweden, Amerika en Australië.'' Dyno Nobel heeft in 36 landen verspreid over de wereld productielocaties en telt circa 5.000 werknemers. Die wereldschaal is belangrijk, zegt Mejdell. ,,We halen circa 60 procent van onze omzet in de mijnbouw en onze grootste afnemers in die sector zijn ook allemaal wereldspelers. De tien grootste mijnbouwconcerns hebben samen een marktaandeel van meer dan 50 procent. ,,Dus zij hebben een enorme inkoopmacht, waar wij wel tegenop moeten kunnen.''

Dyno Nobel heeft een vijfde van de circa 5 miljard euro grote markt voor commerciële explosieven in handen, maar er is nog altijd een aantal blinde vlekken, zegt Mejdell. ,,Wij zijn marktleider in Europa en de VS, maar dat zijn nou juist de stabiele of licht krimpende markten. De sterke groeimarkten zijn Latijns-Amerika, Azië en Rusland, en dan vooral de metaalmijnbouw. Daar willen we uitbreiden.''

De belangrijkste afnemer in Europa is de (tunnel)bouw, die weinig herstel laat zien. In de VS zijn de steenkolenmijnen, die vooral aan energiecentrales leveren, de grootste afnemers – maar ook die markt trekt nog niet aan. ,,De springstoffenmarkt hangt in het algemeen nauw samen met de stand van de economie'', zegt Mejdell. ,,Als de economie groeit, is er meer energie nodig, dus ook meer kolen, dus ook meer springstoffen.''