Een grijze Golf met rode strepen

Waar ging het vandaag ook alweer om? Het openbaar vervoer ligt plat wegens het protest tegen een baaierd van concrete kabinetsplannen en bezuinigingen. Het komt allemaal uiteindelijk neer op één woord: vergrijzing. Bredere en langere deelname aan het arbeidsproces moet er toe bijdragen dat de zorg voor gepensioneerden straks niet ten laste komt van een te kleine groep werkenden. De productiviteit moet omhoog om de straks slinkende groep van werkenden toch verhoudingsgewijs even veel welvaartsgroei te laten genereren. En de staatsschuld moet omlaag om de extra overheidsuitgaven aan zorg en inkomen voor de gepensioneerden dragelijk te houden.

Om bij dat laatste te blijven: het kabinet heeft dit en volgend jaar alles op alles gezet om het plafond van het tekort van 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) niet te overschrijden, een eis binnen het Stabiliteitspact. Nu licht iedereen in Europa daar zo'n beetje de hand mee, maar er was een duidelijke reden waarom dat maximale tekort op 3 procent is gesteld.

De toetredingseisen voor de euro waren (en zijn) een maximaal tekort van 3 procent, en een maximale staatsschuld van 60 procent van het bbp. Dat is geen toeval, want reken maar uit: bij een economische groei van nominaal (reële groei plus inflatie) 5 procent blijft de staatsschuld constant op 60 procent als het begrotingstekort 3 procent is.

Maar gaat die rekensom nog wel op? Na een periode van overschatting is vriend en vijand het er over eens dat de potentiële reële economische groei in Nederland 2,25 procent is. De Europese Centrale Bank houdt intussen de inflatie keurig op 2 procent. Dat betekent dat de nominale economische groei 4,25 procent is. Om een staatsschuld constant op 60 procent van het bbp te houden, zou Nederland een tekort van geen 3 procent, maar slechts 2,55 procent mogen hebben. Het kan erger. Mochten reële economische groei en inflatie zo mager blijven als dit jaar, dan zou het tekort maar 1,35 procent mogen bedragen.

En wat als, zoals het oorspronkelijke (CDA-)plan was, de hele staatsschuld binnen één generatie zou moeten afgelost? Bij een gunstige reële economische groei van 3 procent en een inflatie van 2 procent vergt het afbouwen van de staatsschuld per 2030 van nu af aan een stabiel begrotingsoverschot van 1,1 procent. In het geval van een realistischer economische groei van 2,25 procent en een inflatie van 2 procent wordt dat zelfs een overschot van 1,25 procent. Bij alle protesten vandaag is dat nogal een kanttekening: wees blij dat in ieder geval het oorsprónkelijke plan niet is uitgevoerd.