Een dodelijke trek door de woestijn

Mexicanen die illegaal de grens met de VS willen oversteken, riskeren de gevaarlijke zwerftocht door de Sonora-woestijn. Tweede deel van een drieluik over migratie naar de VS.

Elías wankelt op zijn benen. Zweet trekt zwarte strepen over zijn stoffige gezicht. Zijn zwarte spijkerbroek en T-shirt zijn doorweekt. ,,Agua, agua', stamelt hij. Hij houdt zijn plastic waterfles omhoog, het enige wat hij bij zich heeft. Een centimeter gelig water is alles wat hem rest.

Geduldig vult gepensioneerd politie-inspecteur Tony McFarland de fles. ,,Wil je niet nog wat?' vraagt hij. ,,Het is nog zeker 72 kilometer die kant uit voor je bij een weg aankomt.' Hij wijst in de richting van de telefoonpalen die in een strakke lijn richting noorden lopen. Zo ver het oog reikt, is verder niets te zien. Elías schudt zijn hoofd. Hij zegt al vier dagen te hebben gelopen: van Altar in de Mexicaanse provincie Sonora tot hier, in het midden van de Sonora-woestijn in Arizona. ,,Un ride por favor', smeekt hij. Maar McFarland schudt zijn hoofd. Het vervoeren van illegalen is strafbaar.

Water geven wil hij wel. McFarland is vrijwilliger bij Humane Borders, een organisatie die probeert door het plaatsen van watertanks te voorkomen dat illegalen als Elías van de dorst sterven in de woestijn. Humane Borders wil, in de woorden van oprichter dominee Robin Hoover, de grens tussen Mexico en de VS ,,menselijk maken' en hoopt uiteindelijk op een beleid dat legale, economische migratie mogelijk maakt. Alleen dit jaar al kwamen er meer dan 200 illegalen om het leven en moesten honderden met uitdrogingsverschijnselen naar een ziekenhuis worden gebracht.

,,Ben je alleen?' vraagt McFarland aan Elías. Schuchter schudt die het hoofd. Hij roept wat, en uit de kleine dorre struiken komt een tweede, bezwete Mexicaan: Guillermo, die uit Cancún zegt te komen. Ze zijn niet de enigen die vandaag – rond half acht 's ochtends is het al 34 graden – door de woestijn van Arizona zwerven. McFarland volgt de sporen: overal liggen plastic waterflessen en rugzakken met etensresten. De oud-politieman vertelt dat andere vrijwilligers een dag eerder al het vuil hadden meegenomen. Een van de watertanks is binnen een dag bijna leeg. Opeens springt Alberto voor McFarlands jeep en wijst naar zijn drie medereizigers die uitgeput in de schaduw van een cactus liggen. Ze komen uit Chiapas, in het zuiden van Mexico, zeggen ze. Ook zij krijgen water.

El otro lado, de andere kant, trekt als een magneet. In Mexico heerst armoede en werkloosheid en in de VS zijn goedkope arbeidskrachten nodig. En er is altijd wel ergens een gat in het prikkeldraad dat in de Sonora-woestijn de 420 kilometer lange grens vormt.

Sinds Operation Gatekeeper in 1994 in Californië en Operation Hold the Line in Texas zijn de grenzen versterkt. Tussen San Diego en Tijuana werden twee muren gebouwd, tussen El Paso en Juárez naast de Rio Grande nog een kanaal gegraven. Infrarood-camera's, seismische apparaten en onbemande vliegtuigjes registreren diegenen die toch de grens weten over te steken.

De Amerikanen hoopten dat de bergen en woestijnen een natuurlijke barrière zouden vormen. Dat bleek een misvatting: van de ruim een miljoen illegalen die dit jaar tegen de lamp liepen, werd veertig procent opgepakt in de Sonora-woestijn.

Op een bankje in een parkje in de grensplaats Nogales wacht de 23-jarige Victor op zijn oom. In rap Engels, doorspekt met Spaanse termen, vertelt hij dat hij de afgelopen drie jaar in Kentucky als manager in een restaurant werkte. Tot de dag dat hij betrokken was bij een auto-ongeluk en de politie vroeg of hij Amerikaan was. Victor lacht: ,,Ik had natuurlijk `ja' moeten zeggen, maar ik aarzelde.'

Nu zit hij al drie weken dagelijks op het bankje. Zijn moeder, ook illegaal in de VS, moet zijn oom geld sturen om Victors overtocht te betalen. Ten slotte heeft hij nieuwe papieren nodig en een lift van Arizona naar Kentucky. Oom Chino is een coyote, een mensensmokkelaar.

Oom Chino, snelle zonnebril op en een gloednieuwe, voortdurend rinkelende mobiel, komt langs. Nog steeds geen geld, vertelt hij zijn neef. Chino vraagt 1.200 dollar voor een overtocht, de helft vooraf, de helft bij aankomst in de VS. ,,Daarvan moet dan ook de pollero, de gids door de woestijn, worden betaald.' Voor hij heeft kunnen vertellen hoe het smokkelen in zijn werk gaat, ziet hij de politie en rent weg.

Victor ziet op tegen de hitte in de woestijn. Maar ,,liever sterven in de hitte in Amerika, dan van de honger thuis'. Stoere taal, maar als hij eenmaal voorbij de checkpoints van de douane weet te komen, ligt de Amerikaanse arbeidsmarkt voor hem open. ,,Daar verdien ik aan de lopende band 18 dollar per uur. Wat moet ik dan in Mexico?'

Het eerste deel van dit drieluik stond dinsdag 12 oktober in de krant.