Dwepen met de Arabische wereld

,,'t Schijnen me goede lui die Arabieren, inschikkelijk, goedig, en bij hun vermaken op 't Zocco, slangenmannen, schutters, vertellers enz., ruimen ze me altijd een plaatsje, o, dat is interessant, zo'n kring van lui te zien luisteren.'' Zo schreef de jonge schilder/schrijver Jacobus van Looy eind 1886 in een brief die overloopt van de indrukken die hij in Tanger (Marokko) opdeed. De markt, het Zocco, was in Van Looys ogen één werveling van kleuren, vormen en geluiden, die hij levendig beschreef en meesterlijk tekende.

Van Looys schetsen, en vooral zijn uitgewerkte, gekleurde krijttekeningen uit Noord-Afrika behoren tot het mooiste dat te zien is op de tentoonstelling Fata Morgana. Ze winnen het zelfs van het werk van zijn bekendere, twaalf jaar jongere collega Marius Bauer (1867-1932). Bauers etsen uit het Nabije- en Midden-Oosten werden 100 jaar geleden een rage onder Nederlandse verzamelaars. Maar hij maakte ook sfeervolle olieverfschilderijen, die her en der op deze expositie hangen en de bezoeker telkens weer overrompelen.

De fascinatie van het grote, geheimzinnige gebied ten zuiden en oosten van de Middellandse zee had Europa toen al bijna twee eeuwen in haar greep. In 1704 had de Fransman Galland zijn versie van de sprookjes van Duizend en één Nacht gepubliceerd, en had het beeld van Sheherazade de fantasie van westerlingen aangeraakt. Napoleons Egyptische veldtocht (1798) en de `ontdekking' van het Moorse Alhambra in Zuid-Spanje (1835) droegen het hunne bij. Meubels, tapijten en vaasjes kregen Moorse motieven, nachtclubdanseressen in Amsterdam en Parijs werden buikdanseressen.

De tentoonstelling geeft een veelzijdige indruk van de Nederlandse tak van dit `oriëntalisme'. Vanaf omstreeks 1830 werd reizen iets gemakkelijker, en breidden meer schilders hun `Grand tour' naar zuidelijk Europa uit met een bezoek aan de Arabische wereld. Willem de Famars Testas was een van de eerste Nederlandse schilders die uitgebreid in het gebied reisden. Hij nam in 1858-1860 deel aan een Franse expeditie naar Egypte, in een tamelijk ondergeschikte positie die hem irriteerde. Maar de indrukken die hij opdeed bepaalden het verloop van zijn carrière; hij bleef de rest van zijn leven een `oriëntalist'. Grappig is dat hij in Egypte zelfs met hasjpillen experimenteerde; een stukje van zijn verslag is op de expositie te beluisteren.

Verrassend veel Nederlandse kunstenaars deden in `het Oosten' indrukken op. Er waren ook, of misschien juist, minder prominente figuren bij zoals Hendrik Haverman en Isidoor van Mens (bekend als de eerste illustrator van de Joop ter Heul-boeken). Van deze twee hangen heel frappante schilderijen op de tentoonstelling.

Minstens zo fascinerend is hoe de oosterse invloed zich op andere terreinen deed gelden. Zo kwam het tot de `arabisering' van de bijbel: schilders en illustratoren gingen bijbelse taferelen in min of meer authentiek-oosterse sfeer plaatsen. Omstreeks 1910 werd bij Nijmegen een katholiek `Bijbels openluchtmuseum' opgericht, de Heilig Landstichting, waar men zich zo in Palestina kon wanen. Er was zelfs misgerei in Arabische stijl. Eenzelfde `arabisering' was, opmerkelijk genoeg, ook in protestantse (in Den Bosch niet vertegenwoordigde) boekjes met bijbelse verhalen voor kinderen terug te vinden.

Het `oriëntalisme' werkte door in de mode, in het dagelijks leven – Egyptische sigaretten! – en in de populaire literatuur. Broeierige, quasi-antropologische studies van het haremleven met titels als De oostersche vrouw en haar hartstochten werden bestsellers.

De droombeelden en stereotiepen die de westerse blik op de Arabische wereld kleurden, krijgen een wonderlijk soort actualiteit door de huidige debatten over tolerantie en culturele verschillen. Op de bovenverdieping van de tentoonstelling leggen videofilmpjes en tv-beelden een verband met onze eigen tijd, waarbij opvalt dat ook het zelfbeeld van de `Oosterlingen' niet geheel immuun is voor de clichés van het oriëntalisme. Maar het blijft allemaal in het vriendelijke, en de huidige, fel politieke controverses over vrouwenonderdrukking en islam lijken tot een andere wereld te behoren dan die hier te zien is.

Tentoonstelling: Fata Morgana. De verbeelding van het Oosten: Nederlandse Oriëntalisten 1830-1930. Noordbrabants Museum 's Hertogenbosch, t/m 9 jan. Di t/m vr 10-17, za/zo 12-17u. Inl: (073) 6877877

Tentoonstellingspublicatie: Nederland en de Oriënt, Kunstschrift 2004/5, 9.