`Dance en rock staan nu open voor elkaar'

Munk uit München draait op 23/10 in De Melkweg tijdens Amsterdam Dance Event. ,,Anders dan in 1999 is er nu belangstelling voor elkaars muzikale genres''

Mathias Modica en Jonas Imbery zijn samen Munk, het duo uit München dat onlangs het fris en eclectisch klinkende dansalbum Aperitivo afleverde. Daarnaast runnen ze het Gomma-label, ,,opgezet omdat niemand anders onze muziek uit wilde brengen'', zegt Modica.

Ze maakten eerder een cd onder de naam Leroy Hanghofer. Dat was een eerbewijs aan het genre van de Italodisco. Aperitivo is eerder een weerslag van de veelzijdige inslag van de twee. Imbery: ,,Gesampelde geluiden, echte instrumenten, allerlei stijlen en soms een gastmuzikant, dat was het idee.''

Modica: ,,In de jaren negentig had je of drum 'n' bass, of house, of triphop. Die stijlen werden gedefinieerd door het soort ritme. Wij wilden in de keus van onze beats niet door dat soort overwegingen beperkt worden. Neem een oude plaat van Prince: daar stonden dan twee dansnummers op, twee pophits, twee maffe nummers voor de freaks, twee sexy ballads, enzovoorts. En toch was het een Prince-album. Zo wilden wij onze plaat ook inrichten. Onze manier van werken met geluiden en samples, onze melodieën moeten het geluid definiëren, niet de ritmes.''

Bij de gasten op Aperitivo zijn James Murphy en Nancy Wang, die met hun schreeuwzang van Kick Out The Chairs een punky funknummer met een hitgevoelige inslag maken. Zij zijn lid van LCD Sound System, een van de voortrekkers van de New-Yorkse punkfunk-revival. In de herleving van dat dwarse jaren-tachtig-geluid hebben Modica en Imbery ook een rol gespeeld. Ze brachten op Gomma het album uit van Kamerakino, de vroegere band van Franz Ferdinand-gitarist Nick McCarthy. Belangrijker is de vier jaar oude compilatie Anti NY, waarop ze groepen bijeenbrachten uit de vruchtbare New-Yorkse scene van begin jaren tachtig: Gray met de vroeg overleden graffiti-artiest Jean-Michel Basquiat, Konk, The Del/Byzanteens met filmregisseur Jim Jarmusch, Ike Yard en Death Comet Crew met de buitenissige rapper, graffiti-schilder en beeldhouwer-poppenmaker Rammellzee.

Modica: ,,Als DJ's waren we er eind jaren negentig van overtuigd dat er meer moest zijn dan de verschillende elektronische dansstijlen uit die tijd en dat vonden we in die oude New-Yorkse punkfunkplaten.'' In New York kwamen ze in contact met Michael Holman, de vroegere creatieve partner van Basquiat en manager van diverse groepen. ,,Via hem hebben we veel artiesten uit die tijd leren kennen. Samen met hen hebben we die compilatie samengesteld, als een soort eerbewijs aan die scene.''

Het was een scene vol onverwachte dwarsverbanden. ,,Kunstenaars die ook eens een instrument opraapten, klassieke muzikanten die jazz of rock wilden spelen, popmuzikanten die ineens de avantgarde-kant of juist de dansvloer opgingen en en passant interesse voor beeldende kunst opdeden: dat kwam daar allemaal samen.''

De meeste deelnemers aan die scene zijn opgelost in de anonimiteit of de dood, om een enkele keer in de hernieuwde belangstelling voor die tijd weer op te duiken. ESG en Liquid Liquid werden heropgericht, Rammellzee maakte de cd Bi-conicals Of The Rammellzee op Gomma. De bekendste overlevende van die tijd is Madonna. ,,Meer pop dan Madonna kun je niet worden. Ze was een tijdje het vriendinnetje van Michael Holman en hing in tenten als de Mudd Club rond met lui die super-underground waren.''

De lessen van toen liggen niet in een exacte herschepping van dat geluid, maar in een mentaliteit, meent Modica. ,,Vrienden van ons die in rockbands spelen, raken geïnteresseerd in dansmuziek en de mogelijkheden van de drumcomputer, terwijl echte dancemuzikanten ineens behoefte hebben om met echte instrumenten te gaan werken. Er is veel bereidheid om te experimenteren en over de grenzen van de genres heen te kijken. Het is geen 1999 meer.''