Zwarte goudkoorts

Niet alleen de recordprijs van ruwe olie valt op, maar ook de snelheid waarmee de prijsstijging zich voltrekt. De olietermijnmarkt speelt daarbij een niet te onderschatten rol. Hoe dat zit, werd vanmorgen fraai uitgelegd door Charles Dumas in zijn nieuwsbrief van het Londense analistenbureau Lombard Street Research.

De olietermijnmarkt lijdt aan wat backwardation wordt genoemd: hoe verder vooruit in de tijd, hoe goedkoper olie is. Door de enorme acute vraag naar olie is de prijs voor levering vandaag (spotprijs) het hoogst. Voor levering in november is de prijs 53,64 dollar, voor aanstaande februari is dat 52,14 dollar, voor mei 50,03 en november volgend jaar 46,59.

Als olie goud was, zou een beetje speculant het wel weten. Hij zou goud lenen, dat over een maand verkopen voor 53,64 dollar, en van de opbrengst voor 46,59 dollar het novembercontract kopen van 2005 en over het verschil nog wat rente beuren. Volgend jaar zou hij dan inderdaad goud terugleveren voor de afgesproken 46,59 dollar, en een winst maken van zo'n 8 dollar. Van die acht dollar moet natuurlijk wel de rente worden betaald over de lening. Maar die rente moet een zeer hoge 15 procent zijn om deze tactiek onrendabel te maken.

Backwardation in de goudmarkt zou dus snel worden gladgestreken. Maar olie is geen goud. Speculanten op de termijnmarkt willen de olie zelf helemaal geleverd krijgen, en kunnen het ook niet lenen. Als zij een termijncontract hebben gekocht, is de enige manier om er vanaf te komen het weer te verkopen in de weken voordat het contract afloopt. De eindafnemer van dat contract is op dat moment niet langer een andere speculant, maar een partij die de olie echt fysiek wil hebben. Diens voordeel is dat de termijnprijs voor over enkele weken op dat moment nog steeds lager is dan de spotprijs van vandaag.

So far so good, zegt Dumas. De speculant heeft een langer lopend termijncontract gekocht, en heeft door de backwardation de prijs van dat contract prettig zien oplopen naarmate de tijd verstreek en de looptijd van het contract korter werd.

Maar wat als de oliemarkt begint te kenteren? De eindafnemer zal dan liever wachten op een daling van de spotprijs dan, zoals voorheen, de kortlopende termijncontracten te kopen van de speculant. Die laatste heeft dan een probleem, want hij wil de olie zelf natuurlijk helemaal niet hebben. Hij moet gedwongen van zijn contract af. De tijd is van een vriend een vijand geworden. De gedwongen verkoop veroorzaakt een zichzelf versterkende prijsval.

Gaat dat gebeuren? Dumas' les is dat, als de olieprijs eenmaal over zijn hoogtepunt heen is, het wel eens heel hard naar beneden kan gaan.