WW-uitkering: een `trampoline' of niet?

Zet een kortdurende werkloosheidsuitkering mensen aan het werk omdat ze de uitkering als `trampoline' naar ander werk gebruiken, of werkt ze juist remmend, omdat werklozen door de `riante' uitkering geen werk gaan zoeken? Vandaag probeerde de Tweede Kamer in een hoorzitting met werkgevers- en werknemersorganisaties een antwoord te vinden op die vraag.

Werknemersverenigingen geloven in de trampolinefunctie: door werklozen op een normaal inkomstenniveau te houden kunnen ze serieus aan de slag om ander werk te zoeken. Werkgevers zijn het eens met het kabinetsbeleid om de werkloosheidsuitkering na een korte werkperiode af te schaffen omdat het ,,geen prikkels geeft'' om werk te zoeken. Iedereen die werkt, betaalt premie om bij ontslag een werkloosheidsuitkering te krijgen. Deze kortdurende werkloosheidsuitkering – maximaal 6 maanden, 70 procent van het minimumloon – wordt wat het kabinet betreft afgeschaft. Alleen wie minimaal vier van de vijf voorgaande jaren heeft gewerkt, krijgt nog een WW-uitkering. Het alternatief voor een werkloosheidsuitkering is een bijstandsuitkering: een vast bedrag op minimumniveau.

Volgens uitzendbrancheorganisatie ABU biedt het afschaffen van de kortdurende WW nog een ander voordeel voor een flexibele arbeidsmarkt. Want als de WW-premies omlaag kunnen, wordt uitzendwerk goedkoper.

Ook bestaat er een fundamenteel verschil van mening over de vraag of het erg is om, in plaats van in de kortdurende WW, in de bijstand te komen.