Wulpse verleidingskunst in nette regie

Terwijl heel de stad carnavalt, blijven twee mensen in het lege huis achter. Huismeester Jozef omdat hij een serieuze vrome man is die liever doorwerkt. Zijn meesteres Jempsar omdat ze ziek van wellust is. Ze tracht Jozef te verleiden. Maar Jozef heeft al een ander. Twéé anderen: God en zijn meester.

Gezelschap Het Toneel Speelt, gespecialiseerd in nieuw en klassiek Nederlands repertoire, brengt de Bijbelse tragedie Jozef in Egypte (1640) van Joost van den Vondel. Het is een opmerkelijk wulps en rijk werk vol botsende soorten van liefde, met twee prachtige vrouwenrollen: de sterke, vurige Jempsar, en dier voedster die haar evenknie is in doortastendheid, maar haar tegenpool in temperament. Zeker in de handen van actrice Marisa van Eyle, die er een flegmatieke Zeeuwse van maakt - een echo van haar rol als Annie Schmidt - die de alexandrijnen vol tegeltjeswijsheden en vergelijkingen geestig traag en nadrukkelijk brengt.

De tegenstelling rechtschapen man versus duivelswulpse vrouw krijgt in dit stuk een pendant in de tegenstelling orthodox versus heidens. Middenin het stuk zit een godsdienstig dispuut waarin Jozef zijn deugdzame joodse geloof verdedigt tegen de losse Egyptische veelgoderij van zijn meester Potifar. Het is niet moeilijk in Jozef een eenzame gereformeerde te zien, in een stad vol roomse feestneuzen. (Of, verplaatst naar deze tijd: een orthodoxe allochtoon in een libertijnse wereld die hij afwijst.) Een interessante pendant, mede als je bedenkt dat de doopsgezinde Vondel zich in de tijd dat hij dit stuk schreef juist aan het bekeren was tot het katholicisme.

In Vondels ogen was Jozef waarschijnlijk een ware held van het geloof, die trouw blijft aan God en zijn liefhebbende meester. In onze ogen komt hij wat zeikerig en bescheten over. Voor ons, kinderen van de romantiek, is Jempsar de ware heldin van het stuk. Goed, ze belazert haar man en beschuldigt Jozef van verkrachting als die haar afwijst; een lage streek. Maar ze lééft tenminste. ,,De min is mijn wet'' zegt ze. En wie voor de hartstocht leeft, heeft een streepje voor. De rijpe Carine Crutzen met haar poesachtige lijf is een gedroomde Jempsar die ons al snel voor haar zaak wint. Zij huilt, rolt, wanhoopt in haar spannende oosterse jurkje. Tijdens het treffen met Jozef kan zij zich net beheersen, ze is dan streng, dwingend en retorisch zeker zijn gelijke. Wat een vrouw! Je moet wel een seksloze vroomkloot als Jozef zijn om haar te weerstaan.

Regisseur Hans Croiset plaatst de handeling in een monumentaal vertrek met hoge grijs-beige wanden, met in het midden een fontein en een pilaar met wat speelsere ornamentjes. Wit licht beschijnt in de linkerhoek de bleke Jozef, één rode spot krijgt Jempsar in de ander hoek, die ze heeft verluchtigd met wat oosterse kussentjes. Bij Croiset is niet Jozef de eenling in een zwoele wereld, maar Jempsar, in een koele wereld. De strenge alexandrijnen – lastig voor hedendaagse oren die gewend zijn aan spreektaal – heeft Croiset er redelijk goed ingeramd, hoewel eigenlijk alleen Jaap Spijkers, als Potifar, en Crutzen ze naturel uit hun mond kunnen krijgen.

Croisets regie is goed doordacht, zonder zwakke plekken of haperingen. Maar wat benadert Croiset dit stuk met veel eerbied, wat maakt hij er een plechtstatige Vondeldienst van. Hij is zo netjes. Terwijl Vondel en Crutzen hem juist uitdagen om er een opwindende voorstelling van te maken, die dampt en uit de bocht giert van gefrustreerde geilheid. Croiset heeft wellicht te veel Jozef en te weinig Jempsar in zich.

Voorstelling: Jozef in Egypte van Joost van den Vondel, door Het Toneel Speelt. Regie: Hans Croiset. Gezien 12/10 Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 11/12. Inl. 020 5237767 of www.hettoneelspeelt.nl.