`Waterschappen zijn slachtoffer van het eigen succes'

De waterschappen zijn opgeschrikt door fraude. Eens te meer beraden zij zich op hoe burgers meer bij het waterbeheer kunnen worden betrokken.

Hoe nu verder met de waterschappen? Vier waterschappen werden enkele weken geleden opgeschrikt door fraude tijdens de verkiezingen voor het algemeen bestuur. De Amsterdammer Hans Bremer, raadslid van Amsterdam Leeft in het stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid en lid van het algemeen bestuur in zijn `eigen' gebied van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, bleek te hebben geknoeid met handtekeningen van personen die zijn kandidatuur bij de waterschapsverkiezingen en die van enkele medestanders moesten steunen. Niet alle ondersteuners bleken te wonen in het gebied van het betreffende waterschap. Als woonplaats had de Amsterdammer ook in enkele gevallen Rotterdam opgegeven. Vorige week kwam de tweede schrik, toen bleek dat Bremer in ten minste drie waterschappen in Zuid-Holland ondanks de fraude was verkozen, en bovendien van plan is deze zetels daadwerkelijk in te nemen. Juristen van de waterschappen zoeken nu naarstig naar mogelijkheden om Bremer toch uit de besturen weg te kunnen houden.

Sybe Schaap, dijkgraaf van het waterschap Groot-Salland en voorzitter van de Unie van Waterschappen, noemt de inschrijving in verschillende waterschappen ,,buitengewoon vreemd''. Schaap: ,,Ik begrijp niet waarom iemand dat zou willen doen. Achteraf bezien kun je spreken van een schoonheidsfoutje in de wet. We hebben de inschrijving in een ander dan het eigen waterschap niet verboden, omdat het voorkomt dat mensen niet wonen in het gebied waar ze bezit hebben en dus belang bij het waterschap aldaar. Daar zullen we iets aan moeten veranderen.'' De handtekeningenfraude noemt hij ,,laakbaar'. Schaap: ,,Dit had voorkomen kunnen worden als we een extra legitimatie hadden ingevoerd. Zoals de verplichting van mensen die de kandidatuur steunen om een kopie van het paspoort te geven''

Een les voor de toekomst, vindt de Unie van Waterschappen. Juist dezer dagen smeden de waterschappen plannen om de structuur van de waterschappen ingrijpend te wijzigen.

Begin dit jaar besloot het kabinet na een discussie over de positie van de waterschappen dat deze oudste bestuurslaag van Nederland mocht blijven voortbestaan, maar wel moeten veranderen. Er komt één waterschapsheffing die in hoogte per regio wel kan verschillen maar die volgens landelijke criteria wordt vastgesteld. Burgers krijgen verder vanaf 2007 één rekening voor drinkwater, zuivering en riool. De gezamenlijke inning moet enkele tientallen miljoenen euro's aan besparing opleveren. Bovendien worden waterschapsverkiezingen vanaf 2008 tegelijkertijd in het hele land gehouden. Daarbij willen de waterschappen de categorieën `gebouwd' en `ingezetenen' samenvoegen, omdat het onderscheid verwarring oproept. Ook wordt het personenstelsel vermoedelijk vervangen door het lijstenstelsel. Dat laatste wil zeggen: niet iedereen kan zich op persoonlijke titel verkiesbaar stellen, maar moet aan een partij verbonden zijn, zoals bij verkiezingen voor parlement, Provinciale Staten en gemeenteraden. Deze wijzigingen moeten de legitimiteit van het bestuur van waterschappen verhogen.

De recente verkiezingen in vier Zuid-Hollandse waterschappen hebben weer bedroevend lage opkomstpercentages laten zien, ondanks uitgebreide informatiepakketten en de mogelijkheid om via Internet te stemmen. Schaap: ,,Vroeger kende iedereen wel de mensen die in het waterschap gekozen wilden worden. Nu zijn de waterschappen door alle fusies zo groot geworden, dat het ondoorzichtig en kleurloos is geworden. Ik hoop dat het instellen van lijstverkiezingen leidt tot meer binding met de kiezer.'' Het gebrek aan betrokkenheid speelt vooral in de categorieën gebouwd en ingezetenen. Boeren maken dikwijls afspraken over wie zich kandideert om bij het waterschap de agrarische belangen te vertegenwoordigen. En industriële vervuilers, de bedrijven, kiezen vooraf een kandidaat. Huiseigenaren en burgers missen zo'n vorm van getrapte verkiezingen.

Over wat er precies moet veranderen, bestaat nog wel verschil van inzicht. Theo Toonen, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden, schreef onlangs een advies aan de waterschappen over mogelijke wijzigingen. Toonen vindt de lage opkomst ,,geen probleem''. Ook daarmee kunnen waterschappen goed functioneren, meent hij. Toonen ziet ook weinig in de introductie van een lijstenstelsel.

Effectiever is een districtenstelsel. Toonen: ,,Politieke partijen moet ideologische oordelen vellen. Maar over hoe je een dijk moet bouwen kun je geen politieke discussie voeren. Om die reden moeten waterschappen ook niet worden ondergebracht bij provincies. We hebben ooit de historische keuze gemaakt om voor zoiets cruciaals voor ons allemaal als water een aparte bestuurslaag op te richten. Dat is een juiste keuze geweest. Het waterschap is een instelling van belanghebbenden, geen parlement. In elk waterschap moeten weer andere keuzes worden gemaakt. Een waterschap in Friesland heeft totaal andere problemen dan die in Den Bosch. In andere landen bestaan soortgelijke instituties, zoals voor het beheer van apenweiden of irrigatie in woestijnen.'' Waarschijnlijk, zegt Toonen, zijn de waterschappen slachtoffer van hun eigen succes. ,,Mensen zijn zo gewend dat het waterbeheer op orde is, dat ze het belang van waterschappen niet meer beseffen.''