Waterschappen worden steeds groter

Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer van kwaliteit en kwantiteit van water. Hun aantal is de afgelopen decennia drastisch gedaald. In 1950 waren er nog 2.500. Nu zijn er 37. Volgend jaar moet dit aantal verder zijn teruggebracht tot 27.

De afgelopen weken zijn in vier waterschappen in het westen van Nederland verkiezingen gehouden. In drie ervan is Hans Bremer, die er van wordt verdacht met valse handtekeningen op kandidatenlijsten terecht te zijn gekomen, gekozen. Het vierde waterschap (Delfland) laat de verkiezingen deels overdoen wegens een computerfout. Ook daar doet Bremer nog mee. De Amsterdammer is al bestuurslid van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht.

Eerder dit jaar werden in drie waterschappen verkiezingen gehouden. Volgende maand volgen verkiezingen in nog eens tien waterschappen.

De verkiezingen betreffen het kiezen van een algemeen bestuur, te vergelijken met een gemeenteraad. Dit algemeen bestuur controleert het dagelijks bestuur, vergelijkbaar met een college van burgemeester en wethouders, met als voorzitter de dijkgraaf.

In het algemeen bestuur worden kandidaten van verschillende categorieën gekozen. Dat zijn de categorieën gebouwd (eigenaren van onroerend goed); ongebouwd (landeigenaren en boeren); industriële vervuilers (bedrijven); en ingezetenen (inwoners van het waterschapsgebied).

Deze laatste categorie is 1995 toegevoegd met als reden dat iedere burger feitelijk te maken heeft met water. Deze indeling heeft tot gevolg dat huiseigenaren twee keer mogen stemmen, namelijk voor de categorie gebouwd en voor de categorie ingezetenen. Boeren mogen vaak drie keer stemmen, voor de categorie gebouwd, ongebouwd en ingezetenen.

In 2008 zullen de verkiezingen anders worden opgezet. Er komt vermoedelijk één landelijke verkiezingsdag en mogelijk verdwijnt het stelsel waarbij individuen zichzelf verkiesbaar kunnen stellen.