Schotten willen voor tien uur licht

De Britten kunnen er hun horloge haast op gelijk zetten: eens in de zoveel jaar ontstaat het idee om hun tijd af te stemmen op die van het Europese vasteland. Deze week was het parlementariër Nigel Beard die voorstelde om af te stappen van Greenwich Mean Time (GMT), vernoemd naar Greenwich, een plaastje even ten oosten van Londen, waar de nulmeridiaan doorheen loopt. Krijgt zijn wetsvoorstel steun van parlement en regering, dan zal de Big Ben, net als in Nederland, 's zomers `GMT+2 uur' en in de winter `GMT+1 uur' aangeven.

Zijn voorstel is op één belangrijk punt vernieuwend, omdat het alleen Wales en Engeland indeelt in de Middeneuropese Tijdzone (MET). Schotland en Noord-Ierland mogen, als ze dat willen, aan de GMT vasthouden. Zo omzeilt Beard de afwijzende houding van – vooral – de Schotten, waarop eerdere pogingen stukliepen. Evengoed wordt verwacht dat Schotland en Noord-Ierland niet zullen achterblijven bij de rest van het Verenigd Koninkrijk, mocht het wetsvoorstel worden aangenomen.

Een overstap naar de Europese tijdzone maakt dat het in de winter niet al in namiddag donker is, maar ook dat het 's ochtends later licht wordt. De bevolking heeft na haar werk dan meer vrije tijd in de zon, zo betogen voorstanders. Daarnaast zou de handel met het vasteland zonder tijdverschil meer opleveren.

Het plan zou ook mensenlevens sparen: de avondspits, die gemiddeld meer doden eist dan de ochtendspits, is beter verlicht waardoor per saldo het aantal ongelukken zal afnemen. De Britse verzekeringsbeurs Lloyd's of London pleitte in 1996 om deze reden ook voor invoering van de Europese tijd.

Maar bovenal wordt de bevolking er gelukkiger van. In 2000 berichtte de Britse krant The Guardian dat een op de tien Britten aan een winterdepressie lijdt. Seasonally affective disorder, in het Engels toepasselijk afgekort met SAD (somber), wordt veroorzaakt door een tekort aan zonlicht.

De Schotten zien het voordeel van lichtere middagen ook in, maar vinden het niet opwegen tegen het nadeel van de donkere ochtenden. Wordt het voorstel in Schotland ingevoerd, dan zou in Edinburgh in hartje winter iets voor 10 uur de zon opgaan. De noordelijk gelegen de Shetland-eilanden zouden tot 11 uur in het donker zitten.

Dit was een belangrijke reden dat eerdere voorstellen, onder andere van het parlementslid Butterfill in 1995 en minister van Binnenlandse Zaken Hurd in 1989, uiteindelijk doodliepen. Een peiling onder de Britse bevolking liet destijds zien dat 55 procent voor de wijziging was.

In 1971 staakten de Britten na drie jaar het experiment met een permanente zomertijd, omdat de Schotse weerstand te groot was.