Ray Charles

Toen hij in juni overleed had hij al in geen veertig jaar meer een hit gehad. De laatste 15 jaar was geen platenlabel meer in hem geïnteresseerd. Behalve dan Concord, dat het wel een leuk idee leek om Ray een plaat met duetten te laten opnemen. Liefhebbers genoeg, want ook de sterren van vandaag bleken te porren voor een afspraak met een genie. Die, alsof zijn gevoel voor timing hem tot het laatst bijstond, overleed toen de plaat af was. In Amerika zorgde de schok van zijn dood voor een verkoop van honderdduizenden – aan de plaat zelf kan het niet liggen, die geeft een macaber gevoel omdat je zo duidelijk hoort dat broeder Ray op zijn laatste benen loopt. Zijn gasten lijken te zeer onder de indruk, of anders doen ze hun best om ingetogen te zingen opdat het gebibber van Charles daarbij niet al te zeer afsteekt. En alleen in `Crazy Love', een jaar voor zijn dood opgenomen tijdens een concert met Van Morrison, speelt hij nog zelf piano.

De enige memorabele momenten hier komen van de gasten. Van Michael McDonald, die Charles' stem in een warm bed stopt in `Hey Girl'; en van Diana Krall, die er loom met `You Don't Know Me' vandoor gaat. Zij steken gunstig af tegen de zouteloze uitvoering van `Here We Go Again' (met Norah Jones) en het kiespijn veroorzakende fondant van Johnny Mathis (`Over the Rainbow'). Het leukste is nog `It Was a Very Good Year', de oude Sinatra-hit die hier op zijn altijd sympathieke eigen wijze mishandeld wordt door Willie Nelson.

Ray Charles: Genius Loves Company. EMI 7243 8 66541 2 0