Normale mensen zijn er niet in het Rome van nu

Drie dingen vallen Caterina op als ze voor het eerst in Rome komt. Een vrouw die op een kruispunt een kruiswoordraadsel oplost, een rokende non en een maffe man die als een dirigent het verkeer regelt. Een dirigent wil ze zelf ook wel zijn, de dertienjarige Caterina.

Maar het lijkt wel alsof alle noten in de partituur van haar leven door elkaar geschud zijn als ze met haar vader en moeder van de Toscaanse kust naar de Italiaanse hoofdstad verhuist. Met een koptelefoon op probeert ze greep te houden op een wereld die lang niet zo overzichtelijk en harmonisch is als de klassieke koralen die ze graag zingt.

Vader is alleen maar blij: zijn boerenzultkoppenklas in Montalto heeft hij uitgezwaaid met de woorden dat ze ,,het ergste waren wat een leraar kan overkomen''. Moeder is alleen maar stil, geïntimideerd door het manische tempo waarin haar echtgenoot zijn geïdealiseerde versie van het Romeinse establishment omhelst.

Op haar eerste nieuwe schooldag ontmoet Caterina een klas vol anti-globalisten en neo-fascisten. Kiezen zal ze. ,,Ben je alternatief of een kakker?'', is de eerste vraag die haar wordt gesteld. ,,Of ben je normaal?'' Dat wil zeggen: zeer ongewoon, want normale mensen zijn er niet in een wereld waarin iedereen `iemand' of op z'n minst `iets' is.

Regisseur Paolo Virzì leert ook degenen die zijn film bekijken een lesje. In het Italië van vandaag zijn de intellectuelen links en de arbeiders rechts (dat was zeker in Italië wel eens anders) en neemt niemand het op voor de steeds groeiende, politiek steeds onzekerdere middenklasse.

Caterina va in città is daarmee niet zomaar een klassieke `coming-of-age'-film. En het is ook niet Caterina's vader die verlaat volwassen moet worden en leren op zichzelf te vertrouwen en niet op een aan anderen ontleende status. Caterina va in città is een politiek-maatschappelijke `coming-of-age'-film, zoals La dolce vita (1961) van Fédérico Fellini dat was. Het is een film over personages die ontwaken in een verleidelijk decadente omgeving. Totdat hen de ogen geopend worden.

Regisseur Virzì is meedogenloos in zijn schets van de hol orerende progressieve Italiaanse intelligentsia, inclusief gastoptredens vol zelfspot van acteurs Michele Placido en Roberto Benigni. Maar even nietsontziend is hij ten opzichte van Berlusconi's cliëntèle-maatschappij en de Forza Italia-parvenu's. Aan het einde van de dag wandelen de linkse cliché-professor en de rechtse minister genoeglijk babbelend de deur uit. Caterina's vader in volle verbijstering achterlatend.

De film kiest uiteindelijke de vorm van de Italiaanse komedie. Hij neigt meer naar absurdisme dan naar cynisme, meer naar een glimlach dan naar bittere kritiek. De scherpe kantjes worden verdoezeld door Sergio Castellitto's clowneske optreden als Caterina's vader.

Uiteindelijk komt de gefrustreerde leraar boekhouden in opstand tegen alle soorten van hokjesdenken en groepsgedrag. Al aan het begin van de film laat hij Caterina het woord `kliek' opzoeken in het woordenboek, om duidelijk te maken dat in de Italiaanse maatschappij alles in conspirerende clubjes en old boys' networks wordt geregeld.

Zij is misschien aanvankelijk overdonderd door de keuze die ze moet maken tussen de mondaine Daniela en de morbide Margherita, maar uiteindelijk wordt ze gered door gewoon zichzelf te zijn en heel letterlijk haar eigen stem te volgen. Voor haar vader is dat moeilijker. Zozeer is hij al geïnfecteerd door het virus van erbij willen horen, dat zijn genezing drastischer is. Waar zijn dochter aan het einde van de film min of meer de barrière naar de volwassenheid genomen heeft, rijdt hij als een rebel op zijn gerestaureerde Moto Guzi de horizon tegemoet.

De rest van Virzì's personages doen dan wat Italianen, ook in films, het beste kunnen. Eten. Aan een grote gemeenschappelijke tafel. En dan lijkt iedereen weer even gelukkig.

Caterina va in città. Regie: Paolo Virzì. Met: Sergio Castellitto, Alice Teghil, Antonio Carnevale, Margherita Buy, Federica Sbrenna, Carolina Iaquaniello. In: Movies en Rialto, Amsterdam; Filmhuis Den Haag; Images, Groningen; Lumière, Maastricht; lux, Nijmegen; Lantaren/Venster, Rotterdam; 't Hoogt, Utrecht)