Nieuwe keuzes na een bliksemcarrière

Topsporters, balletdansers en fotomodellen moeten na een korte carrière aan de top op zoek naar een andere baan. Vaak is dat lastig. ,,Weinig werkgevers zien het nut van het feit dat een danser zijn been tot naast zijn oor kan draaien.''

Alexander Gouliaev danste zijn laatste voorstellingen als graaf Albrecht in het ballet Giselle in het bijzijn van zijn negenjarige dochter. ,,Zij vond het zo mooi dat ze moest huilen.'' De Giselle was het sluitstuk van een lange danscarrière die zevenentwintig jaar eerder begon in een klein dorpje in Siberië. Dansen was voor de Rus ook een manier om uit het kleine stadje weg te komen.

Gouliaev (37) heeft bijna zijn hele leven gedanst. Van zijn tiende tot zijn zeventiende bezocht hij de balletschool van het Perm Ballet in de Oeral. Na de opleiding danste hij vier jaar bij dat gezelschap, vervolgens werd hij aangenomen als eerste solist bij het prestigieuze Kirov Ballet in St. Petersburg. In 1994 haalde toenmalig artistiek leider Wayne Eagling van het Nationale Ballet hem naar Nederland. Nadat hij zes jaar geleden beide kniebanden had gescheurd, probeerde hij tevergeefs terug te keren op zijn oude niveau. Gouliaev: ,,Dat was zwaar. Ik heb zes jaar gevochten met mezelf.'' Afgelopen juni viel het doek. ,,De artistiek leider zei: Je danst niet genoeg en er zijn veel jonge dansers. Iedereen weet dat je last hebt van je knie, wil je niet stoppen?''

Gouliaev is een voorbeeld van iemand die op jonge leeftijd aan een komeetachtige carrière begon, die noodgedwongen vóór het veertigste levensjaar alweer ten einde is. Terwijl de meeste mensen in de eerste tien jaar van hun werkzame leven de basis leggen voor hun verdere loopbaan, hebben de meeste dansers, topsporters, fotomodellen en acrobaten op hun eindpunt nog niet genoeg verdiend om op hun lauweren te kunnen rusten. Zij moeten opnieuw een keuze maken.

Denise Boomkens (29) heeft lang blond haar, blauwe, amandelvormige ogen, haar maten zijn 90-60-89. Op het hoogtepunt van haar carrière werkte ze voor bladen als Elle en Vogue; tegenwoordig wordt het topmodel vaker gevraagd voor Libelle en Margriet. ,,Daarna heb je nog Midi (gericht op vijftig plussers, red.), maar het houdt een keer op'', zegt Boomkens lachend. Ze is er niet rouwig om dat het in de toekomst minder om haar uiterlijk zal draaien. ,,Als model houdt het je continu bezig: zie ik een rimpel, heb ik dikkere billen, krijg ik een uitgezakte kont? Doodvermoeiend.''

Boomkens begon op haar zeventiende met modellenwerk. Vanaf haar negentiende werkte ze fulltime bij het internationale modellenbureau MaxModels in Rotterdam. Ze `deed' New York, Milaan, Londen en Parijs, maar bleef nuchter onder de glamour die het modellenwerk met zich meebracht. Boomkens: ,,Ik heb altijd geweten dat ik op een gegeven moment iets anders moest gaan doen.'' De lange wachttijden tijdens de fotosessies besteedde ze aan een driejarige opleiding fotografie. Hoewel ze pas in december afstudeert, heeft ze haar eerste opdracht al binnen: onlangs won ze de eerste prijs in de categorie `fashion' van de Photo Academy Award, een opdracht om een modereportage voor Elle te maken. Boomkens: ,,Als model ben je vaak niet meer dan een nummer. Het lijkt me leuk om als fotograaf te worden gewaardeerd om wie ik ben, niet alleen om hoe ik eruitzie.''

Ook Alexander Gouliaev ging op zoek naar een nieuwe carrière. ,,Het is heel prachtig als je je been tot naast je oor kunt draaien, maar er zijn weinig werkgevers buiten de danswereld die daar gebruik van zullen maken'', zegt Paul Bronkhorst, loopbaanadviseur bij de stichting Omscholingsregeling Dansers. Jaarlijks begeleidt hij zo'n vijftien dansers bij de overgang naar een nieuwe werkkring. ,,Het is een ingrijpend proces, je bent niet klaar met één gesprek. Dansers zijn zeer verknocht aan hun vak, omdat ze er al hun emoties in kwijt kunnen. Stoppen betekent voor hen zoiets als het beëindigen van een relatie.''

De omscholingsregeling wordt betaald uit een fonds waar de overheid jaarlijks 380.000 euro aan bijdraagt, en werknemers en werkgevers samen nog eens 4 procent van de loonsom in storten. Na tien jaar werkervaring kan een danser gebruikmaken van de omscholingsregeling waarmee een opleiding naar keuze wordt vergoed. Met behoud van een WW-uitkering mag hij maximaal twee jaar studeren. Wie een studie kiest die langer duurt, verliest het recht op WW. In dat geval worden de kosten voor de studie en eventueel het levensonderhoud uit het fonds betaald. Als de kabinetsplannen voor verhoging van de collegegelden voor studenten boven de dertig doorgaan, is een universitaire studie voor ex-balletdansers door het fonds niet meer op te brengen, want de meeste dansers beeindigen hun carrière rond hun 33ste.

De beroepskeuzes van ex-dansers lopen sterk uiteen, al signaleert loopbaanadviseur Bronkhorst een voorkeur voor visuele kunsten als fotografie en film. Veel dansers willen, na de rigide structuur van een gezelschap, voor zichzelf beginnen. Anderen zoeken het in paramedische beroepen als fysiotherapie of gyrotonics (een op yoga geïnspireerde vorm van fitness). Volgens Bronkhorst werkt het in het voordeel van dansers dat ze ambitieus en plichtsgetrouw zijn: ,,Als iemand eenmaal op een ander spoor zit, maak ik me geen zorgen meer of die nieuwe carrière haalbaar is. Dan gaan al die goede eigenschappen in het voordeel van de danser werken.''

Alexander Gouliaev begint binnenkort met een cursus grafische vormgeving. De reacties uit zijn omgeving op zijn ontwerp van het reclamemateriaal voor de schoonheidssalon van zijn vrouw waren lovend. Hij wijst op een pak suiker: ,,Alles wat je ziet is grafisch vormgegeven. Het is een belangrijk en creatief beroep.'' Het afgelopen halfjaar leerde Gouliaev Nederlands, iets waar hij tijdens het dansen niet aan toe was gekomen. Gouliaev: ,,Een danser is tegendraads en koppig. Ik kan mezelf dwingen om iets te bereiken.'' Voorlopig kan Gouliaev het nog niet opbrengen om naar het theater te gaan. ,,Het was ongelofelijk mooi. Maar als ik naar ballet kijk, doet dat pijn. Ik had ook op dat toneel kunnen staan.''

Ook voor topsporters wier carrière ten einde is, bestaat professionele begeleiding. In 1998 werd Randstad Carrière Coaching (RCC) opgericht met als doel zowel sporters als ex-sporters bij hun maatschappelijke loopbaan te begeleiden. In samenwerking met het Nederlands Olympisch Comité (NOC/NSF) zijn tot nu toe 1.400 sporters met cursussen of sollicitatieworkshops ondersteund bij het zoeken naar een baan. Doel van de coaching is om ex-sporters bewust te maken van het netwerk dat ze tijdens hun carrière hebben opgebouwd. Slechts eenderde van de ex-sporters slaagt er in om die contacten doeltreffend te benutten, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van NOC/NSF naar de arbeidsmarktperspectieven van ex-sporters.

Wietske de Ruiter speelde in het Nederlands dameshockeyteam en is tegenwoordig hoofd sponsoring van Randstad en verantwoordelijk voor RCC. Volgens De Ruiter zijn sporters doelgericht, gedisciplineerd en gewend om in teamverband te opereren. Kwaliteiten waar iedere werkgever het water van in de mond zou moeten lopen. Toch maakt De Ruiter dagelijks mee dat bij werkgevers weinig clementie bestaat voor haar voormalige collega's die op latere leeftijd de arbeidsmarkt betreden. ,,Vlak na de Olympische Spelen staat iedereen te juichen, maar over een half jaar is alles vergeten, zeker als je geen Pieter, Inge of Ankie heet. Het zou mooi zijn als een werkgever zei: ik beloon het op voorhand dat iemand de lef heeft getoond om te kiezen voor de sport en we zien wel waar het schip strandt.''

De Ruiter is realistisch genoeg om ook de tekortkomingen van sporters te benoemen. ,,Ze moeten er vaak aan wennen dat het er in de meeste organisaties diplomatieker aan toe gaat dan op het veld.'' Ook moeten sporters er aan wennen dat de adrenaline in het `normale' leven niet dagelijks door de aderen kolkt. ,,Je kunt als sales-agent gaan werken, dan word je afgerekend op behaalde resultaten. Maar de wedstrijdspanning is in geen enkele baan na te bootsen.''

Sprinter Troy Douglas maakte ook gebruik van de hulp van Randstad. Voor de voormalig wereldkampioen op de tweehonderd meter viel er in de sport niets meer te winnen. Toen hij tijdens een interview liet vallen dat hij van jazz hield, werd hij niet veel later gebeld door een platenmaatschappij met de vraag om hun cd's in Hilversum onder de aandacht te brengen. ,,Ik zit de hele dag met de jongens van Radio 1 en 2 over jazz te praten. Gaaf!'' zegt Douglas met hetzelfde enthousiasme als waarmee hij voorheen zijn sport beoefende.

Waar voor dansers en sporters door de overheid gesteunde regelingen bestaan, is een acrobaat op zijn eigen inventiviteit aangewezen. René van Dal vormde achttien jaar lang met zijn vrouw het trapeze-duo De Rosnikov's. Drie jaar geleden brak een nekhernia hem op. ,,Toen ik een paar keer op acht, negen meter hoogte met mijn vrouw in mijn armen niet meer wist of ik haar nog wel kon vasthouden, was het niet leuk meer'', zegt Van Dal.

Een maand nadat ze gestopt waren, konden ze als instructeurs aan de slag in de plaatselijke sportschool. Achteraf gezien had Van Dal graag een paar maanden vakantie genomen, maar door meteen in een andere wereld te stappen, kun je wel sneller afstand nemen, denkt hij. Toch kon Van Dal zijn draai niet vinden in de sportwereld. ,,Ik kon me niet genoeg met de dingen bemoeien.'' Toen de ex-Rosnikov's dit voorjaar de kans kregen om een ijssalon te kopen, grepen ze die met beide handen aan. Afgezien van de slechte verkopen door de verregende zomer is Van Dal nu een tevreden mens: ,,We mogen nu weer onze eigen fouten maken.'' Komende winter wil hij de ijssalon inrichten met allerlei circusattributen. ,,Maar als mensen vragen: `Doe eens een kunstje', zit dat er niet meer in. Papa is oud.''