`Lobbyist is geen vies woord'

Sommige beroepen hebben hun imago niet mee. Vandaag een kijkje in de wereld van een lobbyist. ,,Ik lobby echt niet voor iedereen.''

Lobbyisten. Er zullen zeker mensen zijn die bij dit beroep denken aan gehaaide lieden in snelle pakken, die de wens van de opdrachtgever te pas en te onpas aan politici willen overbrengen. Alle principes overboord en lobbyen voor wie jou maar inhuurt.

Dat valt allemaal wel mee, zegt Doeke Eisma (64). Hij is lobbyist in Brussel voor vier organisaties: Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Provinciale Landschappen en de Stichting Natuur en Milieu. ,,Toevallig heb ik vandaag een mooi pak aan, althans, ik vind het zelf erg mooi, maar dat verschilt per dag. In dit vak pas je je aan aan degene met wie je een afspraak hebt of de locatie waar je bent.''

Eisma zou bovendien niet voor andere opdrachtgevers kunnen lobbyen, zegt hij. ,,Natuur en milieu interesseren mij erg. Van 1994 tot 1999 was ik europarlementariër. Ik was toen al coördinator voor natuur en milieu in de liberale fractie. Als ik mijn mening had verkondigd, wist je zeker dat de spreker na mij Florus Wijsenbeek was, van de VVD. Hij zei dat mijn standpunten de industrie niet ten goede kwamen. Hij noemde me wel de groene kabouter. Ik vond het eigenlijk wel leuk zo genoemd te worden, want natuur en milieu zitten in mijn bloed.''

Doeke Eisma begon zijn politieke loopbaan in 1970 in de Provinciale Staten van Gelderland. Daarna volgden – namens D66 – de Eerste Kamer, het Europees Parlement, het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de Tweede Kamer en weer het Europees Parlement. Nadat hij was gestopt als europarlementariër in 1999, vroeg Natuurmonumenten hem als lobbyist. ,,Op die manier bemoei ik me niet meer direct met de besluitvorming, maar wel indirect. Ik help nu mee de gedachten van politici te ontwikkelen.''

Het is volgens hem wel nodig om als lobbyist een politiek verleden te hebben. ,,Ik ken de procedures en ik ken de mensen.'' Zo is het van belang om op het juiste moment een parlementariër te spreken. ,,Dus niet als hij of zij al een amendement heeft ingediend, maar ook niet drie weken ervoor, want dan kan hij het weer vergeten zijn.'' Bovendien kan hij veel mensen uit het parlement makkelijk aanspreken, omdat hij ze nog kent uit de tijd dat hij er zelf zat. ,,Ik organiseer af en toe een congres in het Europees Parlement, om een bepaald thema onder de aandacht te brengen. Ik vraag dan oude vriendjes daar om gastheer te zijn.''

Als lobbyist voor de natuurorganisaties richt Eisma zich op agendapunten in Brussel die voor hen van belang zijn. Hij selecteert de onderwerpen, bespreekt deze met de organisaties, die daarover weer hun visie geven. Die mening verkondigt hij bij europarlementariërs, leden van de Europese Commissie en de Nederlandse regeringsvertegenwoordigers.

Ook informeert hij de organisaties over de gang van zaken in Brussel. ,,Ik heb bijvoorbeeld vorige week een lunch georganiseerd in Brussel met medewerkers van de organisaties en parlementariërs. Er is veel onduidelijkheid over wat er in Brussel gebeurt. Niet alleen bij die organisaties. Ministers nemen vaak een richtlijn aan, maar beseffen soms niet wat de consequenties zijn.''

Eisma zit twee dagen per week in Brussel. Hij werkt daar in het kantoor van de overkoepelende internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN. Sinds 1999 is hij voorzitter van het Nederlands Comité voor IUCN en lobbyt hij soms ook voor hen. Als hij in Brussel is, gaat hij niet naar alle voor hem nuttige bijeenkomsten van het Europees Parlement. Eisma stuurt meestal zijn stagiaire. ,,Ik zeg altijd tegen mijn stagiaire: maak maar vriendjes, ga maar koffie drinken met de medewerkers van het parlement. Ik vertoon me er niet al te vaak, anders denken ze daar nog dat ik heimwee heb.''

De rest van de week is Eisma bezig met netwerken: bellen, lunchafspraken, vergaderingen, borrels. ,,Alhoewel ik niet zo'n kroegtijger ben.'' Zo sprak hij laatst nog met Boris Dittrich over natuurbehoud op de Antillen. ,,Netwerken is geen vies woord, lobbyist ook niet, al noem ik mezelf liever belangenbehartiger.''

Dit is het laatste deel in een serie over beroepen met een negatief imago. Vanaf volgende week: een reeks interviews over de balans tussen werk en privé-leven.