Kipjes op stok

Halveer de kipfilet overdwars en snijd vervolgens de beide stukken met een vlijmscherp mes horizontaal doormidden. Maal er wat zwarte peper over. Wikkel vervolgens 2 plakjes spek (kruiselings) vrij strak om het geheel zodat er een compact `kipje' ontstaat. Steek het stokje overlangs door het kipje en zodanig dat het laatste plakje spek daarmee goed op zijn plaats wordt gehouden. De plakjes spek geven voldoende zout af aan het vlees zodat het niet van tevoren hoeft te worden gezouten; wie een zoute tong heeft, kan de kipfilet vooraf nog wat zout meegeven.

Verhit een beetje olijfolie in een ruime bakpan en bak daarin de kipjes op stok gedurende 10 minuten, onder nu en dan omdraaien, tot het spek lichtkrokant is geworden en de kipjes gaar. Begin op een vrij hoog vuur en temper het gaandeweg zodat het vlees gaar maar niet te droog wordt.

Er kunnen ook `kipjes met ei op stok' worden gemaakt. Bak daartoe eerst een ei in een bakpannetje in een beetje olijfolie op een tamelijk laag vuur; draai het ei, zodra het voldoende is gestold, met een bakmes om en laat het even doorgaren tot ook de dooier voldoende is gestold. Het ei kan ook losgeklopt worden om er een dun omeletje van te bakken. Snijd vervolgens het dubbelgebakken ei of het omeletje in 4 stukjes en leg ze op de stukjes kipfilet alvorens die in spek te wikkelen.

De kipjes kunnen een garnituur meekrijgen van wat (kastanje-)champignons, die kruiselings in vieren worden gesneden en even voor het einde worden meegebakken als de pan voldoende ruimte biedt. Geef er een groene salade bij waar rauwe plakjes jonge courgette, komkommer en/of avocado en veel fijngesneden gladde peterselie doorheen zijn gemengd, samen met een eenvoudige dressing van olijfolie en citroensap.

Morgen: gegrilde groenten.