In het tropisch bos jankt de zaag

Grotere armoede betekent meer houtkap in Ivoorkust, in tweeën gedeeld door een burgeroorlog. ,,Dit is pure anarchie.''

Het gejank van de kettingzaag is op honderden meters afstand te horen. Naast de asfaltweg loopt een tropisch bos en aan de rand van dat bos heeft Moussa een prachtige boom gevonden. In zijn eentje probeert hij de gevelde Bahia in planken te zagen. Het zwetende gezicht van Moussa straalt. ,,Ik heb stutbalken voor mijn huis nodig'', schreeuwt hij boven het geluid van de kettingzaag uit. De zaag moet blijven lopen, want de startketting is kapot. Is dit dan geen beschermd bos? ,,Nee hoor, niet meer. Mijn oudste broer heeft onderhandeld met staatsbosbeheer. Het is nu gedeclassificeerd.'' Dat is een fabeltje, want bossen worden niet gedeclassificeerd. Maar Moussa wil het graag geloven. Hij is veel te blij met z'n gratis boom, waarmee hij ook nog eens een lekker vuur kan stoken om rijst op te koken.

Op sommige plekken gebeurt het op kleine schaal, in de meeste bossen gebeurt het op grote schaal. Overal in Ivoorkust wordt illegaal hout gekapt. En niet zo'n beetje ook. Zowel staatsbosbeheer als mensen in de houtindustrie waarschuwen dat de laatste nog overgebleven bossen van het eens zo dichtbegroeide West-Afrikaanse land massaal geplunderd worden. Van de zestien miljoen hectare aan tropisch regenwoud begin vorige eeuw is zo'n 13,5 miljoen hectare verdwenen. Ivoorkust ziet er heel groen uit, maar dat komt vooral door de alomtegenwoordige landbouw, met zijn cacaoboomgaarden, rubberbossen, bananenvelden en palmolieplantages. Daartussen liggen plukjes bos als een mozaïek over de oppervlakte verspreid. De meeste milieubewegingen hebben Ivoorkust jaren geleden al opgegeven.

De laatste bossen, inclusief primair tropisch regenwoud met een rijke biodiversiteit, vallen ten prooi aan verscheidene vijanden. Een verarmde bevolking die goedkope brandstof nodig heeft, corrupte autoriteiten en hebzuchtige rebellen. Ivoorkust is in tweeën verdeeld sinds muitende soldaten twee jaar geleden een couppoging deden. Rebellen houden het noorden bezet, in het zuiden patrouilleert het regeringsleger. De krimpende economie maakt dat veel mensen niet langer op relatief duur gas koken, maar hout of houtskool gebruiken. Ivoorkust heeft ruim zestien miljoen inwoners. De gevolgen zijn desastreus. ,,De armoede is zo toegenomen dat de plattelandsbevolking hout haalt in geclassificeerde bossen, waar normaal gesproken alleen staatsbosbeheer mag kappen'', zegt Eloï Kouadio van de VN-Ontwikkelingsorganisatie. ,,Ze zien het nut van natuurbescherming niet langer in.''

Staatsbosbeheer beleeft moeilijke tijden. Het intern verdeelde staatsbedrijf, dat 230 bossen en een handvol nationale parken in beheer heeft, is het overzicht kwijt. Voor het conflict werd jaarlijks nog een schamele 3.000 hectare opnieuw aangeplant, maar zelfs daarvoor is geen geld meer. Erger, bijna de helft van de bossen is ontoegankelijk geworden. Ze liggen óf in rebellengebied óf in de bufferzone waar het Franse leger samen met een VN-vredesmacht de scheidslijn tussen rebellen en regering bewaakt. Kort na het begin van het conflict maakten de rebellen een aantal aangeplante teakbossen met de grond gelijk voor verkoop aan de noordelijke buurlanden. In westelijk rebellengebied werken de houtzagerijen gewoon door. Volgens waarnemers, onder wie een buitenlandse werknemer van zo'n houtzagerij, halen de rebellen de in hun zone gelegen bossen en nationale parken in hoog tempo leeg. Zij werken samen met in dit juridische niemandsland opererende houtbedrijven. Bij de `grens' met het regeringsgebied krijgen de stronken een vals certificaat. Soms worden vrachtwagens onderweg naar de haven in beslag genomen, maar vaker niet dan wel, want alles is hier te koop, de ordediensten voorop.

In het aangrenzende Liberia is de illegale houtkap afgeremd door VN-sancties. De Ivoriaanse oorlogseconomie daarentegen draait op volle toeren. ,,The timber business is booming'', schreef de gezaghebbende denktank International Crisis Group in een recent rapport. Ook de regering profiteert van de crisissituatie. Volgens betrouwbare berichten worden ten minste twee belangrijke bossen afgeschermd door gewapende regeringsmilities, zodat lokale autoriteiten ongestoord hun gang kunnen gaan. De vakbond van staatsbosbeheer dreigde vorige maand met een staking omdat het ministerie van Water en Bossen sinds begin dit jaar zes kapvergunningen had uitgegeven voor bossen waarin volgens het bestemmingsplan niet gekapt mocht worden. Eerder, in maart, had staatsbosbeheer al 50 procent méér teakhout gekapt dan voorzien was in het quotum voor het hele jaar. ,,Als niemand ingrijpt, valt er over tien, vijftien jaar niets meer te kappen'', zegt vakbondsleider Olivier Ahimin. ,,Dit is pure anarchie.''

Hout was vroeger een van de belangrijkste exportproducten van Ivoorkust, sinds de jaren tachtig de grootste cacaoproducent ter wereld. Nog steeds werken in de houtindustrie zo'n 20.000 mensen. Maar als gevolg van het conflict hebben 55 van de 133 bedrijven het werk voorlopig of definitief stilgelegd, aldus de bond van houtverwerkende bedrijven SPIB. Ondanks de opdeling van het land is het exportvolume nauwelijks gedaald, een teken dat de bossen in regeringsgebied veel te intensief worden geëxploiteerd. Tijdens de eerste zes maanden van dit jaar werd in de havens van Abidjan en San Pedro 265.000 ton tropisch hout verscheept, bijna evenveel als gedurende de eerste zes maanden van 2002, vlak voor de poging tot staatsgreep. Toen ging zo'n 270.000 ton aan bomen het land uit. Waarnemers denken dan ook dat alleen VN-sancties de kapwoede kunnen stoppen.