`Focus op sociale innovatie'

Als Nederland economisch wil blijven meetellen en de welvaartstaat wil blijven bekostigen, moet het flink gaan investeren in innovatie. De investering moet komen van zowel overheid als bedrijfsleven.

Nummer twaalf. Wereldwijd staat Nederland – net als vorig jaar – op de twaalfde plek waar het gaat om concurrentiekracht. Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van het World Economic Forum dat een lijst opstelt op basis van economische stabiliteit, kwaliteit van overheidsinstanties en technologische ontwikkeling. De positie is een verslechtering, zo stellen de medeonderzoekers Henk Volberda en Frans van den Bosch, beide hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. ,,Als we niets ondernemen staan we volgend jaar op plaats vijftien.''

Met die twaalfde plek houden we wel grote landen als Canada, Australië en Duitsland achter ons.

Volberda: ,,Dat is waar, maar er staan een heleboel landen voor ons die net als wij een innovatief gedreven economie hebben. Het is een race, en momenteel loopt Nederland hard zonder vooruit te komen.''

Van den Bosch: ,,De twaalfde plek lijkt mooi. Maar we hebben een welvaartstaat te onderhouden. Om deze te bekostigen moeten we weer in de toptien komen. Nummer twaalf geeft bovendien een té rooskleurig beeld omdat aspecten waar we het goed doen – zoals economische stabiliteit – verhullen dat we op veel andere terreinen zoals innovatie slecht scoren.''

Wat is daar de reden van?

Van den Bosch: ,,De focus bij het Nederlandse bedrijfsleven ligt nog veel te veel bij kostenbesparingen. Bezuinigingen leveren geen innovatie op. Het is simpeler om met cijfers te werken, maar wat er zou moeten gebeuren is strategische vernieuwing, het innoveren van de organisatie en het management.''

Volberda: ,,Als een organisatie platter wordt georganiseerd, functioneert deze sneller en efficiënter en worden best practices sneller doorgevoerd. De productiviteit en winst van een bedrijf stijgen dan ook.''

Dat vraagt nogal een omslag in het denken voor bedrijven.

Volberda: ,,Inderdaad, maar ze hebben geen keus. De kostenslag met de lagelonenlanden kan niet worden gewonnen en dus zal men moeten werken met wat wel sociale innovatie wordt genoemd. De focus moet niet alleen meer liggen bij technologische uitvindingen, maar op het innovatiever maken van de organisatie, het weghalen van bureaucratie en het motiveren van de werknemers. Op zo'n moment ben je bezig met duurzame innovatie die je terug kan brengen in de toptien.''

Wat zou er moeten gebeuren om meer aandacht te krijgen voor innovatie en dan speciaal voor sociale innovatie?

Van den Bosch: ,,De overheid zou kunnen helpen door bijvoorbeeld het ministerie van Economische Zaken elk jaar een lijst op te laten stellen met de meest innovatieve bedrijven. Je kan dan meten in hoeverre de productie is gestegen. Als deze lijst wordt verbonden met het Innovatie Platform krijgt het bovendien prestige. Daarnaast kan de overheid een voorbeeldfunctie op zich nemen door openlijk anders en innovatief ter werk te gaan. Bijvoorbeeld door de discussie te openen over het gebruik van de Betuwelijn in de uren dat er geen goederentreinen overheen rijden. Waarom geen personenvervoer of geschikt maken voor transportwagens? Dat is ook innovatie.''

Het Innovatie Platform onder leiding van minister-president Balkenende is juist opgericht om de innovatie te verbeteren en te verspreiden. Heeft dit platform geen impact?

Van den Bosch: ,,Nee, nog niet. Het platform zit met de oude patstelling. Iedereen zit erin en er wordt dezelfde polka gedanst. Er straalt geen passie vanuit voor innovatie.''

Volberda: ,,Het is een herhaling van zetten en men grijpt terug op de oude reflex. Innovatie wordt gelijkgesteld aan nieuwe technologie en geld uitgeven. Met nieuwe technologieën krijg je meer nieuwe patenten, maar dat is nog niet direct het soort innovatie waar je als bedrijf of als samenleving iets aan hebt. Innovatie is vooral jezelf steeds weer opnieuw uitvinden, steeds weer bedenken hoe het beter kan.''