Doel en middel

De reiziger is morgen het slachtoffer van een onnodig uit de hand gelopen conflict tussen de vakbonden en het kabinet. Het is jammer dat tot nu toe de rechter er niet aan te pas is gekomen om een oordeel te vellen over de disproportionaliteit van deze politieke staking. De bonden hebben een paardenmiddel uit de kast gehaald. De trein, de bus, de tram en de metro hebben niets te maken met de gewraakte kabinetsplannen over VUT en prepensioen. Reizigers moeten boeten omdat ze reizigers zijn; omdat ze gebruik maken van een kwetsbaar vervoerssysteem dat zonder veel inspanningen is lam te leggen. Een staking in het openbaar vervoer is doorgaans een `succes' omdat het resultaat meestal maximaal is. Nederland zal het wel overleven, maar het had Lodewijk de Waal en de zijnen gesierd als ze een creatievere manier hadden bedacht om hun ongenoegen te uiten. Bijna alles was beter geweest dan dit. Gratis treinen, stiptheidsacties bij de provincies, estafettestakingen op de departementen met als bijkomende voordeel: een dag lang geen beleid. Staken is wettelijk toegestaan, en dat is maar goed ook. Maar het doel heiligt in dit geval niet het middel.

De bonden bewijzen zichzelf er bovendien geen dienst mee. De protestmanifestatie in Amsterdam, door de vakorganisaties georganiseerd, kon rekenen op de massale steun en het vertrouwen van het publiek. Door een stakingsactie die tallozen direct treft, dreigen de bonden die welwillende gezindheid weer te verspelen. Dit is des te betreurenswaardiger omdat de strijd principieel is en – deels – ook gerechtvaardigd. Met name het plan van het kabinet de VUT en het prepensioen in te ruilen voor een levensloopregeling oogt nog weinig solide. Het is, zoals inmiddels al vaker gezegd, het verkeerde middel voor het juiste doel. Net als de bonden haalt ook het kabinet die twee begrippen door elkaar.

De oproepen tot het hervatten van het overleg beginnen iets pathetisch' te krijgen. Toch is overleg de beste remedie. Het gaat wat ver om van een crisis te spreken, maar de sfeer dezer dagen begint te lijken op de onrustige tijden eind jaren zeventig, toen een politieke doorbraak tijdens massale havenstakingen eveneens lang op zich liet wachten. De stakingen van 1977 hadden hoger loon en prijscompensatie als inzet, maar werden uiteindelijk door een onverwacht konijn uit de hoed van de toenmalige minister van Sociale Zaken (de ARP'er en oud-vakbondsman Jaap Boersma) beëindigd: de vervroegde uittreding ofwel VUT. Dat die regeling en haar nazaten nu bij het oud vuil worden gezet heeft een demografische en financiële noodzaak. Maar aan het alternatief zitten nog te veel haken en ogen om geloofwaardig te zijn en de stap achten velen te groot om in één keer te zetten. Het is een revolutie waarvan de politieke en maatschappelijke gevolgen onvoldoende zijn doordacht. Er zal dus een politicus aan te pas moeten komen om de huidige patstelling te doorbreken.