Cliteur

Op de opiniepagina van de Volkskrant was onlangs een gepassioneerd betoog te lezen over de grenzen van de vrije meningsuiting door Paul Cliteur, hoogleraar te Leiden.

Cliteur liet grote woorden vallen (`onze riooljournalistiek'), vooral waar het de rol van sommige columnisten betrof. Met name Blokker, Komrij, Grijs en Van 't Hek moesten het ontgelden, de eerste twee zelfs herhaaldelijk. Blokker en Komrij stonden `voor nihilisme', Blokker had zich over Pim Fortuyn `grof en ongehoord' uitgelaten en Komrij was `een verbale hooligan'.

,,Er wordt wel gezegd dat speciaal columnisten een grote mate van vrijheid moet worden gegund'', aldus Cliteur. ,,Dat lijkt mij niet ongevaarlijk.'' Of Cliteur dit gevaar met praktische middelen wil bestrijden – een hoofdredactioneel veto, juridische vervolging et cetera – wordt niet duidelijk. Hij doet even alsof het hem alleen om de kwaliteit van het genre `column' gaat, maar ik vermoed dat hij zich ook ernstig zorgen maakt over de vermeende invloed ervan op het volk van Nederland.

Laten we eens kijken naar de fatsoensnormen van Cliteur zélf. Hij vindt dat er niet alleen een juridische grens is aan de vrije meningsuiting, maar ook een begrenzing `door moraal en fatsoen'. ,,Hoe moeilijk ook te bepalen, sommige dingen zeg je niet. Je zegt niet tegen de gastvrouw `wat heeft u een af-schu-we-lijke jurk aan'. Een tuttig voorbeeld, maar dit is ook een heel tuttig stukje.''

Misschien kan ik Cliteur aan wat minder tuttige voorbeelden helpen. Ik heb hier enkele citaten voor hem die ik zal weergeven zonder de bron meteen te noemen.

,,Sinds 11 september, u weet wel, zijn de messen geslepen en marcheert de vijfde colonne van de geitenneukers betrekkelijk ongehinderd voorwaarts (...) Maar wat kun je in Nederland anders doen dan de samenzwering van politiek correcte politici met die onderwereld van vrouwenhatende imams, Marokkaanse potenrammers, anti-Amerika-hetzers en nog zo wat met verbazing gade te slaan?''

,,Zoals Fortuyn niet om zeep is geholpen door één gek, maar door een samenzwering van schuimbekkende politici die zich in hun macht bedreigd zagen...''

,,Als iemand kanker verdient, is het Paul Rosenmöller, de hopman van politiek correct Nederland. Mogen de cellen in zijn hoofd zich tot een juichende tumor vormen en laat ons dan beluisteren of er enig verschil is in meneers gekwebbel, vergeleken met wat er uit kwam voor die Blije Boodschap. Laat ons pissen op zijn graf. Oplichter.''

Dit alles, en nog veel meer van hetzelfde soort, schreef Theo van Gogh in zijn columnbundel Allah weet het beter. Mogen we nu op grond van Cliteurs tirade aannemen dat dit voor hem óók ,,dingen zijn die je niet zegt''? Nee, dat mogen we helemaal niet. Want Cliteur schreef op 17 januari 2004 onder de kop `De onuitstaanbare leegte van links' in Trouw: ,,Hij (Dick Pels – F.A.) had hier ook Theo van Gogh's voortreffelijke en vermakelijke boek `Allah weet het beter' kunnen vermelden.''

Niets is selectiever en politieker dan de morele verontwaardiging van Paul Cliteur – zelfs in zijn tuttigste stukjes.