Britten wacht oude dag met zorgen

Twaalf miljoen Britten hebben te weinig gespaard voor hun oude dag, zo concludeert een Britse onderzoekscommissie. ,,Luilekkerland'' is voorbij.

De tijdbom onder het Britse pensioensysteem kan alleen onschadelijk worden gemaakt met ingrijpende en politiek controversiële maatregelen.

Dat is de strekking van een gisteren verschenen studie naar de crisis in de particuliere pensioenen, die de regering-Blair twee jaar geleden heeft besteld. Volgens het rapport sparen twaalf miljoen Britten (40 procent van de werkende bevolking) veel te weinig voor hun oude dag. De pensioenen zullen de komende drie decennia met gemiddeld 30 procent dalen als geen harde keuzes worden gemaakt over verhoging van belastingen en WAO-premie, verplicht extra sparen en een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, aldus de commissie onder leiding van Adair Turner, oud-voorzitter van de werkgeverskoepel CBI.

Hij zei dat Britten zich jarenlang ,,in luilekkerland'' hebben gewaand, onder meer omdat veel pensioenen vastzitten aan de beursindex. Door ,,irrationeel gedrag'' van de beurs en de ,,vertraagde erkenning van de vergrijzing '' hebben veel pensioeninstellingen pas in de late jaren '90 maatregelen genomen. Dat was zeker twintig jaar te laat en nog steeds onvoldoende, aldus Turner. ,,Het onderliggende niveau van investeringen daalt in plaats van te stijgen om de demografische trend tegemoet te komen. Pensioenrechten worden daarom ongelijker verdeeld en het risico verschuift naar individuen die er soms slecht mee kunnen omgaan.'' Vrouwen, mensen met een eigen bedrijf en werknemers van kleine bedrijven, traditioneel de slechtst bedeelde pensioengroepen, krijgen gezelschap van mannen met een gemiddeld inkomen.

Grofweg zijn er volgens Turner drie methoden om het gat tussen de AOW (het zogeheten state pension) en de particuliere pensioenen te vullen. Als de staat het zou doen, bijvoorbeeld uit een verhoging van de AOW-premie, zou het jaarlijks 57 miljard pond (86 miljard euro) extra kosten. Als het met particulier spaargeld zou gebeuren, moeten Britten per jaar 40 miljard pond extra opzij leggen, een verdubbeling. Bij financiering uit langer doorwerken moet de pensioengerechtigde leeftijd naar 70 jaar. Elk van die methodes afzonderlijk is onhaalbaar, dus ligt de oplossing in een mengvorm, aldus Turner.

Hij riep de regering op snel actie te ondernemen en niet te zwichten voor de ,,optie van doormodderen'', die verleidelijk is omdat de pensioencrisis pas na tien jaar in volle omvang merkbaar wordt. Niettemin zijn voorlopig geen harde maatregelen te verwachten in de aanloop naar de verkiezingen, mogelijk in mei 2005. De commissie-Turner komt na een consultatieronde in de loop van volgend jaar met concrete aanbevelingen.

Frank Field, ex-staatssecretaris van Sociale Zaken en criticus van de regering-Blair, wil dat dat tweede rapport wordt vervroegd, zodat de conclusies in het verkiezingsmanifest kunnen. Pensioenen zijn ,,een onderwerp dat de uitslag kan bepalen'', en ,,kiezers zullen de regering straffen als blijkt dat ze zeven jaar lang geen langetermijnhervormingen heeft bedacht'', aldus Field. De twee grote oppositiepartijen beschuldigden de regering ook van inertie. Maar Alan Johnson, staatssecretaris voor Pensioenen, zei dat het dom is om ,,als een reflex'' iets te doen zonder het tweede advies af te wachten.

Britten zelf leven in de veronderstelling dat hun pensioensysteem ooit het beste van Europa was. De Conservatieve Partij voedt dat idee met de boodschap dat Gordon Brown de pot heeft verteerd. De werkelijkheid was altijd al prozaïscher, zei Turner gisteren. Het systeem ,,leek vroeger te werken omdat een van de minst genereuze [AOW-voorzieningen] in de ontwikkelde wereld werd aangevuld met het meest ontwikkelde systeem van vrijwillige pensioensystemen''. Begin jaren '80 liet de regering-Thatcher de koppeling tussen salaris en AOW los om de overheidsuitgaven te beteugelen. Het tekort is onvoldoende opgevangen door vrijwillige verzekeringen en bedrijfspensioenen (occupational pensions). Het aantal Britten met recht op een pensioen op basis van het laatste salaris is in vier jaar gehalveerd. Daarbij hebben de ooit zuinige Britten zich zeer slechte spaarders betoond, met een record aan tweede hypotheken en creditcardschulden. Een eerder plan voor een aanvullend pensioen, het zogeheten stakeholder's pension voor werknemers met lage inkomens en alleen recht op AOW, heeft weinig effect gehad.