Bitter drama over bevroren idealen

Je verliest je broer, en je moeder en dan je vader. Je bent nog niet eens volwassen. En toch slaag je er je hele verdere leven in om met een goedmoedig soort vertrouwen en een blij gemoed door te gaan. Je bent de hoofdpersoon van een film die uit Amerika komt en niet sentimenteel is, niet positivistisch, niet tenenkrommend `we zullen doorgaan'. Je bent geen `fool on the hill'. Je bent godzijdank een dramatisch unicum, dat zijn thuis niet alleen aan het einde van de wereld vindt, maar ook in de harten van de toeschouwer.

A Home at the End of the World is na The Hours de tweede verfilming van een boek van de moderne `stream of consciousness'-schrijver Michael Cunningham. Het dateert al uit 1990 en werd op verzoek van de als speelfilmregisseur debuterende theatermaker Michael Mayer door de auteur zelf tot scenario bewerkt. Dat had in dit geval voordelen: het werd een ander verhaal, met andere accenten over dezelfde hoofdpersonen.

Centraal bleef de vriendschap en eerste liefde tussen de jeugdmakkers Bobby en Jonathan en hun erotische fascinatie voor en het volwassen houden van de oudere Clare. Andere personages vervielen, werden ingedikt of zagen hun karaktereigenschappen op een van de drie hoofdpersonen overgedragen. De nadruk die Cunningham oorspronkelijk op de aidstragiek legde, verdween naar de achtergrond, wat de homoseksuele verhoudingen in de film gevaarlijker en tragischer maakt.

Het is slechts een van de vele voorbeelden van de `minder is meer'-methode die Cunningham en Mayer toepasten en die de film zowel beklemmend als een en al `feel good' maakt. Het is een bijzondere ervaring om met personages mee te leven die noch tijd, noch getijden aan hun zijde hebben, en met hen op een haast terloopse wijze gesterkt uit de strijd te komen. Het gaat in A Home at the End of the World niet over het lijden, maar over de berusting, en vervolgens over het verder gaan.

We volgen protagonist Bobby daartoe in drie verschillende decennia: als jongetje in 1967, als scholier in 1974 en als jongvolwassene in het New York van 1983. Terwijl de door Colin Farrell gespeelde volwassen Bobby zijn kinderlijk pure onschuld niet lijkt te kunnen verliezen (in tegenstelling tot zijn woeste pruik gelukkig), ontpopt de aanvankelijk naïeve Jonathan (in een mooie rol van filmdebutant Dallas Roberts), zich steeds meer als de door het leven getekende cynicus.

Samen moeten zij het kind bevaderen dat Clare in haar schoot draagt. En de film is zelfs subtiel en ambigu genoeg om er even twijfel over te laten bestaan wie van de twee nu eigenlijk de natuurlijke vader is.

Bittere kanten schuwt de film dan ook niet. Je zou A Home at the End of the World ook makkelijk kunnen zien als een parabel over hoe Amerika tussen het flower power-tijdperk en de inauguratie van Ronald Reagan zijn onschuld verloor. Niet voor niets staat het huis dat Bobby uiteindelijk het zijne wil noemen in een winters Woodstock. De hippie-idealen zijn er nog wel. Maar ze zijn bevroren. Met als enige uitkomst de melancholische zekerheid dat we door moeten.

A Home at the End of the World. Regie: Michael Mayer. Met: Colin Farrell, Dallas Roberts, Robin Wright Penn, Sissy Spacek. In: 7 bioscopen.