Athene na spelen in depressie weggezakt

De inwoners van Athene zijn ten prooi gevallen aan een `postolympische depressie'. Velen hebben terecht opgemerkt dat de Grieken alleen onder hoogspanning tot grote prestaties in staat zijn. Tevoren gingen jaren voorbij zonder dat veel vorderingen werden gemaakt bij de voorbereiding van de Spelen. Het wegvallen van die hoogspanning leidt ook weer na de Spelen tot lethargie.

De intrekking van de ongekende veiligheidsmaatregelen leidt tot onverwachte problemen. Tv-kanalen hebben moeten vaststellen dat de bewaking van peperdure voorzieningen tot een minimum is teruggebracht. Met alle gevolgen van dien.

Dit geldt gelukkig niet voor het fraaie Olympisch Dorp, waarvan de woningen dit weekeinde bij loting zijn toegewezen aan elf procent van de arbeiders die zich als gegadigden hebben aangemeld.

Maar ijverige verslaggevers lopen ongehinderd allerlei stadions in en uit en constateren dat er in korte tijd al een enorme verwaarlozing is opgetreden bij het meubilair (stoelen kunnen vrijelijk worden meegenomen), bij de sanitaire vorzieningen die al roesten en stinken, en zelfs bij de computervoorzieningen. In ieder geval zag een journalist hoe formulieren met persoonlijke gegevens van vrijwilligers open en bloot rondslingerden.

De duizenden vrijwilligers die in augustus en september de sympathie van iedereen wegdroegen met hun vriendelijkheid en geduld, laten zich dezer dagen ook van een andere kant zien. Hun was beloofd dat ze allemaal een mobieltje zouden krijgen als aandenken aan de zo schitterend verlopen Spelen. Maar bij de afhandeling van dit soort zaken laat het Griekse organisatietalent het vaak afweten. Vijfduizend ex-vrijwilligers meldden zich al bij het Olympisch hoofdkwartier om het cadeautje in ontvangst te nemen. Maar er waren er maar veertienhonderd toestellen. Gevolg: opstandige tonelen waartoe deze aardige mensen niet in staat werden geacht.

Veel ernstiger intussen is de werkloosheid die menigeen al eerder had voorspeld, maar die nu daadwerkelijk de kop opsteekt. Zeker zevenduizend bouwvakkers die de laatste jaren aan olympische stadions hadden gewerkt, hebben niets meer te doen en krijgen nog slechts een schamele uitkering van enkele honderden euro's per maand. De meerderheid bestaat uit Albanezen die met hun families in Athene waren neergestreken.

De Albanese premier Nano had al eerder – aan de vooravond van de door Griekenland in Tirana verloren voetbalwedstrijd – de Griekse woede gewekt met zijn verklaring ,,dat zonder onze landgenoten de Olympische Spelen zouden zijn mislukt''.

Sommige waarnemers menen al te kunnen constateren dat, sinds de Spelen, de criminaliteit in en om de hoofdstad, die aan het dalen was, weer is toegenomen.