Zenuwen troef?

Het komende half jaar, zeg tot het referendum over de Europese grondwet in april 2005, wordt vermoedelijk beslissend voor het lot van het tweede kabinet-Balkenende en de toekomstige kansen van de regeringspartijen. De coalitie is nerveus geraakt en laat dat soms merken, voorbeelden daarvan noem ik verderop. Het imago van het nog maar op 77 TweedeKamerzetels rustende kabinet was al niet bijzonder goed en is de afgelopen weken verslechterd. De toon in de media is harder geworden, er is weer een ook mentale polarisatie zichtbaar die in de paarse jaren (1994-2002) vaak redelijk goed verborgen bleef onder de polderse waterspiegel.

De herstelde links-rechtsverhouding, de klap van Fortuyn – ,,Ik zeg wat ik denk'' – in 2002 en de snelle economische ontnuchtering sindsdien hebben elkaar versterkt. Daarbij komt een structurele nervositeit in de mediawereld, waar concurrentie van internet, ontlezing, dalende oplagen, minder advertenties en de druk van de kijkcijfers om actie vragen. Bijvoorbeeld om vooral maar spektakel te willen maken met daarvoor geschikte berichten en thema's. Waar de informatie-industrie natuurlijkerwijs het accent legt op het actuele en het snel bewegende of verrassende nieuws, wordt die neiging inmiddels in het gevecht om de aandacht van de consument verder versterkt door de genoemde omstandigheden. Dat is geen nieuws, maar ik durf de stelling aan dat een kabinet dat pijnlijke maatregelen neemt en zijn en ons aller heil zo uitdrukkelijk op de langere termijn zoekt, het met zijn imago bij dat heersende mediaklimaat sowieso moeilijk zal krijgen.

Als zo'n kabinet niet uitblinkt in tactisch vernuft en de verdediging van zijn uitgangspunten en plannen in verbetenheid voert, bijna alsof het een tegenwerkende vijfde colonne in eigen land moet bedwingen, dreigt zijn imago helemaal te bederven, zeker voorlopig. In dat geval, en dat geval doet zich nu voor, ontstaat gemakkelijk een verkeerde indruk. Namelijk alsof er met het serieuze deel van de oppositie echt grote meningsverschillen bestaan over de noodzaak van het opknappen van Nederland. En alsof meningsverschillen met de vakbeweging, die een half jaar geleden de breedte van een kier hadden, intussen een onoverbrugbaar brede kloof zouden zijn geworden.

Wie dat denkt mag het zeggen en zich zorgen maken. Maar wie dat niet denkt, mag zich ook zorgen maken. Zorgen over het grote maskerade-element dat dan kennelijk 300.000 oprecht boze mensen tot demonstreren brengt en velen dadelijk tot stakingen en andere acties. Die boze mensen strijden voor eigen belang, ze willen geen sanering onder verwijzing naar grote problemen die in de toekomst dreigen. Zij willen zoveel mogelijk houden wat zij nu of binnenkort hebben, hun acties zijn niet progressief maar conservatief, wat verder niet zo gek veel zegt.

Sommigen zien, tegen de achtergrond van de snelle vergrijzing van de bevolking, in het verzet een voorbode van komende generatieconflicten (oud tegen jong) over de financiering van de sociale zekerheid. In dat opzicht deed het flinke aantal jonge demonstranten, tien dagen geleden in Amsterdam, zelfs aan een dubbel maskerade-element denken. Een woord als maskerade ging VVD-fractieleider Van Aartsen niet ver genoeg. Hij verwijt de vakbeweging, met name FNV-chef De Waal, haar leden te misleiden. Nu heeft de VVD in die kringen niet zóveel kiezers, wellicht wilde Van Aartsen ook liever duidelijk dan wijs zijn. Want de zaak is ingewikkelder geworden, de losgemaakte emoties tellen mee, en het prestige van personen en partijen ook. Boris Dittrich, fractieleider van D66, heeft gelijk wanneer hij zegt dat regering en parlement het beleid in dit land bepalen, maar het is voor het beleid, het land, de regering en het parlement goed als dat gebeurt zonder veel bloed aan de paal buiten Den Haag.

De nervositeit binnen de coalitie groeit. Staatssecretaris Van der Knaap (CDA, Defensie), man met CNV-verleden en vertrouweling van de zieke premier, is nu als verkenner aangewezen die moet onderzoeken hoe het gesprek met de sociale partners, in het bijzonder met de vakbeweging, weer op gang kan komen. Hij is geen bemiddelaar, hij kan dat als lid van de regering, die partij is in het conflict, ook niet zijn. Een mandaat van het kabinet heeft hij niet en onderhandelingsruimte nog minder, heeft vice-premier Zalm, de eerste VVD'er in het kabinet, direct benadrukt. En De Waal, meer dan oppositieleider Bos (PvdA) de grote tegenspeler van het kabinet, liet gisteren weten dat bij hem thuis in het stratego-spel de verkenners meestal het loodje leggen door op zijn bommen te lopen.

Zou hij vermoeden dat Van der Knaap vooral op pad is gestuurd, door wie dan ook, om de ruimte tussen FNV en CNV in kaart te brengen? Of misschien zelfs om FNV en CNV uit elkaar te spelen? Of moet Van der Knaap de weg effenen voor een bemiddelaar als zijn partijgenoot en SER-voorzitter Wijffels, die in het CDA al een kwart eeuw coming man heet maar die nooit kwam? Wijffels wil wel bemiddelen, maar heeft laten weten dat er dan ook wat te onderhandelen moet zijn. Dat gaat zeker de VVD, nog?, te ver. Duikt daarom, als product van verdeeldheid, de onderminister van Defensie als verkenner op?

Ander voorbeeld van nervositeit in de coalitie. De fracties van CDA en VVD zijn verdeeld over de kandidatuur van Turkije als toekomstig lid van de Europese Unie. Blijkens peilingen zijn de kiezers in meerderheid tegen dat lidmaatschap, de ex-VVD'er Wilders zou daarom campagne kunnen gaan voeren om april 2005 wegens `Turkije' nee te zeggen in het referendum over de Europese grondwet. CDA en VVD doen mede daarom ook wat, namelijk moeilijk over een begindatum voor toetredingsonderhandelingen met Turkije, hoewel Nederland als EU-voorzitter na het positieve advies van de Europese Commissie gehouden is om, via de CDA-ministers Balkenende en Bot, de EU op 17 december voor te stellen ,,onverwijld'' met zulke onderhandelingen te beginnen. In de eerste helft van 2005, logisch gesproken. Bot heeft intern met aftreden gedreigd voor het geval CDA en VVD zo moeilijk blijven doen. Dus moeten beide regeringsfracties na 17 december door de knieën. Zij werken er wonderlijk genoeg nu al aan – nerveus schaatsend op de korte electorale baan – dat zoiets alsdan veel pijn zal doen. Zenuwen troef, sauve qui peut, desnoods voor een paar weken? Maar daar haal je geen vier jaar mee.