We zijn aan de winnende hand tegen het terrorisme

Net zoals de Koude Oorlog uitliep op een geweldige zege voor de vrijheid, zal ook de oorlog tegen het terrorisme in een overwinning eindigen. Als we maar doelbewust en standvastig zijn.

De resultaten van de afgelopen drie jaar stemmen hoopvol, meent Donald H. Rumsfeld.

Vorige maand was het drie jaar geleden dat Amerika werd wakker geschud in een nieuwe wereld, toen extremisten op Amerikaans grondgebied duizenden onschuldigen vermoordden.

Vorige week was het drie jaar geleden dat operatie Enduring Freedom begon, toen Amerika besloot de extremisten op hun eigen terrein aan te vallen – en wij Al-Qaeda en de Talibaan in Afghanistan aanvielen.

De wereldwijde oorlog tegen het terrorisme woedt nu drie jaar, en je hoort soms vragen of Amerika veilig is, of de wereld beter af is. Dat zijn billijke vragen.

Maar eerst een historische terugblik. Er is wel gezegd dat deze wereldwijde oorlog tegen het extremisme een hele generatie zal bezighouden, dat hij jaren zou kunnen gaan duren, zoiets als de Koude Oorlog, die tientallen jaren heeft geduurd.

Achteraf zien wij de Koude Oorlog nu als een geweldige zege voor de vrijheid. Maar niets was toen zeker of voorbeschikt. In de halve eeuw van de epische strijd tussen de vrije wereld en het sovjetrijk ontbrak het niet aan verdeeldheid, onzekerheid, twijfel, tegenslagen en mislukkingen.

Zelfs met onze naaste bondgenoten verschilden wij weleens van mening over de inzet van diplomatie en wapens, en over militaire strategieën. In de jaren '60 heeft Frankrijk zich zelfs helemaal uit de militaire organisatie van de NAVO teruggetrokken.

In Amerika werd in columns en hoofdartikelen het beleid van de Verenigde Staten betwist en in twijfel getrokken. Amerikaanse burgers hebben zelfs meegemaakt dat hun eigen regering werd uitgemaakt voor oorlogshitsers of agressors.

Maar de Verenigde Staten hebben – onder leiders van beide politieke partijen – samen met onze bondgenoten vastberaden volhard, jaar in jaar uit. De strategie wisselde – van coëxistentie tot indamming tot ontspanning tot confrontatie. Onze leiders bleven het hoofd bieden aan wat volgens velen een onverslaanbare vijand was, en uiteindelijk is het sovjetregime bezweken.

Die les hebben de mensen in de loop van de geschiedenis telkens weer opnieuw moeten leren: dat zwakte geweld uitlokt, dat een weigering om groeiende gevaren het hoofd te bieden het toekomstige gevaar groter in plaats van kleiner kan maken, en dat de overwinning uiteindelijk slechts is weggelegd voor hen die doelbewust en standvastig zijn.

In dit conflict was van meet af aan duidelijk dat onze Coalitie in de aanval moest gaan tegen een vijand zonder land en zonder geweten.

Ruim drie jaar geleden was Al-Qaeda al een groeiend gevaar voor de wereld. Zijn leider, Osama bin Laden, zat veilig en wel in Afghanistan. Zijn over heel de wereld uitgebreide netwerk had al jaren Amerikaanse belangen bestookt. Drie jaar later is meer dan driekwart van de voornaamste leden en bondgenoten van Al-Qaeda aangehouden of gedood. Osama bin Laden is op de vlucht, velen van zijn naaste medewerkers zijn gevangen of dood, en zijn financiële aanvoerlijnen zijn aangetast.

Afghanistan, waar eens extremisten de dienst uitmaakten, wordt thans geleid door Hamid Karzai, die in het voorste gelid staat van de inspanningen van de wereld om de gematigden te steunen tegen de extremisten. In voetbalstadions die ooit, onder de Talibaan, voor openbare terechtstellingen werden gebruikt, wordt nu weer gevoetbald. Meer dan 10 miljoen Afghanen, van wie 41 procent vrouwen, zijn geregistreerd om in de eerste nationale verkiezingen van het land hun stem uit te brengen.

Libië, vroeger een land dat terroristen steunde en heimelijk kernwapens probeerde te verwerven, heeft nu afstand gedaan van zijn illegale wapenprogramma, en verklaart zich gereed om weer toe te treden tot de gemeenschap der beschaafde volkeren.

Het netwerk voor nucleaire proliferatie van de Pakistaanse geleerde A.Q. Khan – dat landen als Libië en Noord-Korea heeft geholpen dodelijke wapens te verwerven – is ontmaskerd en ontmanteld. Pakistan, dat vroeger sympathiseerde met Al-Qaeda en de Talibaan, heeft zelfs onder president Pervez Musharraf de zijde van de beschaafde wereld gekozen en is een onverzettelijke bondgenoot tegen het terrorisme.

De NAVO leidt nu de Internationale Veiligheidsmacht in Afghanistan en helpt Iraakse veiligheidstroepen op te leiden – een belangrijke nieuwe verantwoordelijkheid buiten haar mandaatgebied.

De Verenigde Naties helpen in zowel Afghanistan als Irak vrije verkiezingen te organiseren.

Meer dan zestig landen werken samen om de verspreiding van massavernietigingswapens een halt toe te roepen.

Drie jaar geleden leidden Saddam Hussein en zijn zoons met harde hand een land in het hart van het Midden-Oosten. Saddam probeerde geregeld Amerikaanse en Britse vliegtuigbemanningen die op de handhaving van de no-fly zones toezagen, te doden. Hij legde 17 resoluties van de Veiligheidsraad van de VN naast zich neer. Hij betaalde beloningen van 25.000 dollar aan de nabestaanden van mensen die zelfmoordaanslagen pleegden. Drie jaar later zit Saddam gevangen in afwachting van zijn berechting. Zijn zoons zijn dood. De meeste van zijn medewerkers zitten in hechtenis.

Irak heeft een tijdelijke grondwet, wettelijk vastgelegde mensenrechten en een onafhankelijke rechterlijke macht. Bijna alle grote steden, en de meeste kleinere steden en dorpen, hebben een gemeenteraad. De Irakezen behoren nu tot de mensen die mogen zeggen, schrijven en kijken en luisteren naar wat ze maar willen, wanneer ze maar willen.

Zijn er tegenslagen geweest in Afghanistan en Irak? Uiteraard. Maar militair gezien kan de vijand niet winnen.

Hun wapens zijn terreur en chaos. Zij vallen ieder sprankje hoop op vooruitgang aan en proberen zo het moreel te ondermijnen. Zij weten dat als zij de mentale slag kunnen winnen, wij onze overtuiging zullen verliezen en zullen weggaan.

Het zijn zware tijden. Van het hart van Manhattan en Washington DC tot in Bagdad, Kabul, Madrid, Bali en de Filippijnen zijn mensen onder de wapenen geroepen, en de afloop van deze strijd zal nog tientallen jaren zijn stempel op onze wereld drukken.

Vandaag, net als vroeger, rust de zware taak van de geschiedenis op Amerika, op onze Coalitie, op ons volk. Wij kunnen dat aan, omdat wij weten dat de grote lijn van de geschiedenis van de mensheid naar de vrijheid wijst – en die geschiedenis staat aan onze kant.

Donald H. Rumsfeld is minister van Defensie van de Verenigde Staten.

© Project Syndicate en The Council on Foreign Relations.