Voorvechter van verdraagzaamheid

De Franse voetballer Liliam Thuram (32) strijdt tegen racisme, honger, oorlog en xenofobie. ,,Wees niet bang de ander te leren kennen.''

Liliam Thuram nam na het Europees kampioenschap in Portugal afscheid van het Franse nationale elftal, na meer dan honderd interlands. De verdediger van Juventus publiceerde onlangs zijn autobiografie, Le 8 juillet 1998, het boek waarin hij zich een humanistisch wereldburger toont en waarvan de titel een verwijzing is naar de halve finale van het WK waarin hij zijn ploeg met twee doelpunten tegen Kroatië naar de finale schoot.

Thuram ontwikkelde zich tot het intellectuele brein van de Franse nationale ploeg, Les Bleus, de veelkleurige wereldkampioen van 1998 en winnaar van Euro 2000. De Franse flankverdediger combineert technische begaafdheid met tactische flair. Hij geldt als een van de meest intelligente mannen van de moderne voetballerij. Thuram is een mens van teksten tegen oorlog, voor meer kansen voor de gediscrimineerde jeugd uit de banlieues en tegen racisme: een humanist zonder meer. Bewonderaar van Nelson Mandela, de Dalai Lama, Miles Davis en Milan Kundera. Gepassioneerd door de geschiedenis. ,,Het gebrek aan kennis van de historie leidt tot onverdraagzaamheid en dat stemt me zeer triest'', zei de man die campagne voert voor Amnesty International France en die het trotse gezicht is van de internationale actie Football Against Racism, die tussen 14 en 26 oktober voor de vijfde keer wordt georganiseerd door de Europese Unie en de Europese voetbalbond.

Thuram werd geboren op het oceaaneiland Guadeloupe in 1972. Zijn moeder Mariana had vijf kinderen gebaard toen ze 25 was, van drie verschillende mannen. De kinderen kenden hun vaders van op afstand, zoals de gewoonte op de Franse Antillen. De oude tradities en verhalen werden er doorgegeven via dansen en de gwo ka, een tamboerijn die de herinnering aan de band met Afrika levend houdt.

Op zijn achtste verhuisde Thuram naar Europa. In het zuiden van Frankrijk bewoonde het gezin een klein appartement in La cité des Fougères. Hun onderbuurman was een racist die zijn allergie voor buitenlanders en mensen met een andere huidskleur niet verborg en geen gelegenheid onbenut liet om dat duidelijk te maken aan de Thurams. De opgroeiende Thuram, intussen bij het AS Monaco van Arsène Wenger, hoorde in de stadions dezelfde verwensingen. `Sale noir, retourne chez toi!'

In Italië, na een transfer naar Parma, beleefde hij beschamende toestanden. Elke zondag opnieuw toonden de kijkers hun openlijk racisme ten aanzien van donkere spelers en gooiden bananen op het veld. Thuram hekelde het feit dat journalisten de hele zaak onbesproken lieten en stelde één vraag: ,,Is het correct en rechtvaardig om zwarten voor te stellen als apen?'

Thuram verhaalt in zijn boek de geschiedenis van de slavernij aan zijn zesjarige zoontje Marcus. Naar aanleiding van een gesprek aan tafel met Marcus vertelt Thuram in zijn boek dat zijn zoontje als dessert geen banaan wilde eten. ,,Papa, ik ben geen aap'', zei het jongetje. Thuram vroeg hem of hij het beter vond dat hij blank zou zijn? ,,Ja papa. Blanken moeten geen bananen eten.'' Thuram vertelt zijn zoontje sec maar met verontwaardiging over de deportatie van miljoenen Afrikanen tussen de zestiende en de achttiende eeuw.

Om die redenen voert hij de strijd tegen het racisme. ,,In naam van het principe van de gelijke rechten van alle mensen. Alle burgeroorlogen – van Joegoslavië over Liberia en Congo tot het conflict Israël-Palestina – dragen de kanker van het racisme in zich. Om die reden steun ik openlijk Amnesty. Ik werk met hen samen aan campagnes. Ik doe het in naam van Les Bleus. Ik wil me inzetten voor de gelijke rechten van miljoenen mannen, vrouwen en kinderen – die deze rechten vandaag niet bezitten – overal ter wereld.''

Het Franse elftal herbergde een natuurlijke mengeling van alle mogelijke achtergronden in de Franse samenleving; Armeens, Algerijns, Afrikaans, Antilliaans, Kanaaks, Baskisch, Bretoens. ,,Het was geen toeval dat het publiek zich kon verenigen rondom dit nieuwe Frankrijk, na de overwinning op het WK in 1998.'' Thuram maakte gebruik van deze euforie om het integratieprobleem aan te kaarten. ,,Zijn de kinderen van de ouders uit de voormalige kolonies minderwaardig aan de andere Fransen? Blijft een migrantenkind altijd een migrantenkind?''

Thuram trok ook van leer tegen de grote geïndustrialiseerde landen en de globalisering. ,,Ik wil de oorlog tegen de honger en de armoede voeren'', zei hij. ,,Het is geen noodlot of toeval dat mensen sterven van honger, dat sommige landen arm zijn. We kunnen onze ogen voor dit onrecht niet meer sluiten. Ik heb een droom: mogen we hopen dat de Verenigde Naties op een bepaald ogenblik besluiten de oorlog aan de honger en de armoede te verklaren?'' Het is Thuram ten voeten uit. ,,Wees niet bang van de andere, om de andere te leren kennen. Zoek naar een nieuw evenwicht van culturele diversiteit'', is een van zijn motto's. Voor Thuram is voetbal hét ontmoetingsmoment bij uitstek, ,,het universele spel van alle kinderen''.