Veel krediet `SBY' in Indonesië

`SBY', aankomend Indonesisch president, wil verdergaan met economisch herstel én schoon schip maken. ,,We gaan de wet uitvoeren zoals hij luidt.''

In beurstermen is Susilo Bambang Yudhoyono een blue chip. De gepensioneerde generaal en oud-minister, intussen beter bekend als `SBY', geniet in Indonesië een ongekend krediet. Ruim 60 procent van de kiezers bracht op 20 september zijn stem uit op SBY en de laatste weken is de IHSG, de index van de beurs van Jakarta, met 15 procentpunten gestegen. Op 4 oktober, de dag dat de Nationale Kiescommissie SBY's overwinning bevestigde, bereikte de IHSG een recordhoogte.

De Vereniging van Civiele Professionals (MPM), een club van managers, bedrijfsjuristen en beursanalisten, schat SBY's competentie, integriteit en staat van dienst hoog in. Een MPM-woordvoerder: ,,Hij is onze laatste kans om de ontwikkelingen in dit land ten goede te keren. De drie vorige presidenten hebben die kans verspeeld.'' De eerste rechtstreeks verkozen president van Indonesië heeft over vertrouwen niet te klagen en alleen daarom heeft hij een betere kans van slagen dan zijn voorganger, Megawati Soekarnoputri.

De meeste Indonesiërs vinden dat Megawati heeft gefaald. Dat oordeel is te hard. Zij erfde in 2001 een nagenoeg failliete boedel. De buitenlandse schuld was even groot als het bruto binnenlands product, de roepia verzwakte zienderogen en de inflatie overschreed de 10 procent. Megawati's kabinet heeft macro-economisch orde op zaken gesteld, de inflatie beteugeld, het begrotingstekort teruggedrongen, de schuldenlast verminderd en de rentestand verlaagd. Daarmee is een basis gelegd voor verder economisch herstel.

De Indonesiërs hebben hier helaas weinig van gemerkt. De werkgelegenheid liep terug en onderwijs en gezondheidszorg werden duurder dan ooit. Investeringen bleven uit en de huidige groei van 4 procent is vooral te danken aan consumptieve bestedingen van de beter bedeelden. Megawati's grootste tekort was haar onvermogen te communiceren met de burgers en haar prioriteiten uit te leggen. Een krachtdadig leider was ze evenmin. Ze durfde niet in te gaan tegen gevestigde belangen door de corruptie aan te pakken, grote dieven te vervolgen en omkoopbare magistraten te vervangen. Investeerders vreesden de rechtsonzekerheid en Indonesië raakte steeds meer industrie kwijt. Het bonafide bedrijfsleven leed onder ongebreidelde illegale praktijken als fraude, smokkel en piraterij van merken en producten.

SBY's economische programma is ambitieus. In vijf jaar moet de groei toenemen van 4 naar 7 procent, moet de zichtbare werkloosheid met de helft verminderen van 10 naar 5 procent, en wil hij het inkomen per hoofd van de bevolking verdubbelen, van 968 dollar (785 euro) nu naar 1.731 dollar in 2009.

Irsan Tanjung, een Amerikaans geschoolde hoogleraar aan de Universitas Indonesia, medeoprichter van SBY's Partai Demokrat en diens naaste economisch adviseur, tekent de marsroute uit: ,,De werkloosheid kan drastisch worden verminderd door prioriteiten te stellen. De sector die de meeste arbeidskrachten kan opnemen is de volksnijverheid, de micro-economie op dorps- en districtsniveau. Die heeft nu geen toegang tot krediet en dat moet veranderen. Verder biedt het toerisme grote mogelijkheden en moet snel geld worden uitgetrokken voor verbetering van de infrastructuur.''

De begroting, die gebukt gaat onder hoge routine-uitgaven en aflossing van schulden, speelt daarbij een rol, maar een beperkte, zegt Tanjung: ,,De overheid en het nationale budget zijn er voor de aftrap, maar daarna moeten andere spelers de bal overnemen. De nieuwe werkgelegenheid moet vooral komen van de privé-sector. Het uitgavenbeleid van de overheid moet voorrang geven aan de infrastructuur. Dat schept zowel banen als voorzieningen. Het fiscale beleid moet geen extra inkomsten genereren door tariefsverhogingen, maar door verbreding van de smalle basis. De fiscus moet meer belastingplichtigen bereiken en hen, anders dan nu, volledig aan hun plichten houden. Daar ligt een groot onderbenut potentieel.''

Het vertrouwen van investeerders uit binnen- en buitenland is de laatste jaren teloorgegaan, maar volgens Tanjung kan dit worden teruggewonnen: ,,We kunnen een veel grotere groei realiseren als de nieuwe regering geloofwaardig blijkt, schone handen houdt en de corruptie krachtdadig aanpakt. In de eerste honderd dagen moeten grote dieven ter verantwoording worden geroepen. SBY zegt: `We gaan de wet uitvoeren zoals hij luidt, niets meer en niets minder.' Verder moet de bureaucratie worden gestroomlijnd en de regelgeving vereenvoudigd.''

Op 20 oktober legt Yudhoyono de eed af voor het Volkscongres en die dag zal hij ook zijn kabinetsploeg presenteren. De economische bewindslieden, zegt hij bij herhaling, moeten professionals zijn, schone handen hebben, de markt kennen en vertrouwen genieten in het bedrijfsleven. Op het strategische departement van Staatsbedrijven wil SBY geen partijman. De huidige minister is een partijgenoot van Megawati en wordt ervan verdacht uit de opbrengsten van privatiseringen ook de partijkas te hebben gespekt.