Stop de echtscheidingscultuur

Scheiden moet moeilijker worden gemaakt. De kosten voor de samenleving zijn hoog en het is meestal niet in het belang van het kind, vindt Wim Orbons.

Ieder etmaal zijn in Nederland 95 kinderen betrokken bij een scheiding en nog eens 75 bij het verbreken van een samenwoonrelatie. De gevolgen daarvan, zowel voor het kind als voor de maatschappij, zijn zo groot dat er alle reden is om het partners met minderjarige kinderen moeilijker te maken om te scheiden.

Natuurlijk scheiden mensen niet zomaar. Mensen verbreken de belofte van eeuwige trouw, omdat ze ongelukkig zijn geworden in hun relatie. Maar wordt het zoveel beter? Uit verschillende onderzoeken blijkt dat minder dan een derde van de mensen die scheiden, zegt gelukkiger te zijn; 30 procent vindt dat hij of zij er uiteindelijk op achteruit is gegaan, en de rest ziet in wezen weinig verschil. De levensverwachting van gescheiden mensen is significant korter dan die van blijvend gehuwden.

Toch is het aantal scheidingen heel sterk gestegen. Rond 1955 was de scheidingskans zeer klein. Nu is die bijna 50 procent, van tweede huwelijken zelfs 60 procent. Geen wonder dat scholen vrijwel geen aandacht meer besteden aan vader- of moederdag. Dat is te pijnlijk voor veel kinderen.

Deze feiten laten ruimte om eens te kijken naar de kosten voor het kind en voor de maatschappij. Ook hier stemmen de onderzoeken somber. Bij een kwart van de minderjarige kinderen blijkt scheiding ook na vele jaren nog schadelijke effecten te hebben. Echtscheidingskinderen leven korter, statistisch gezien. Een kind dat in een stiefgezin opgroeit (en dat zijn er meer dan 400.000 in Nederland) loopt een veel grotere kans op mishandeling dan in een gezin dat intact is gebleven.

De indirecte kosten voor de samenleving zijn hoog. Kinderen van gescheiden ouders hebben een grotere kans op armoede en achterstand, ze doen het slechter op school, hebben vaker emotionele of psychische klachten, lopen meer kans op gezondheidsproblemen en seksueel misbruik, raken vaker aan de drank en drugs, belanden eerder in de criminaliteit en hebben een grotere kans op (echt)scheiding.

Daarbij komt dat aan veel procedures om te scheiden grote bezwaren kleven. Hoewel de mediator, die bemiddelt tussen de twee partners, in opkomst is en goed werkt, hebben veel mensen die gaan scheiden nog steeds ieder een eigen advocaat. Dat is contraproductief, geldverslindend en slecht voor kinderen. Advocaten zijn partijdige belangenbehartigers. Het resultaat is een vechtscheiding, waarin advocaten vechten voor het belang van hun cliënt, niet voor dat van het kind. Kinderen worden zo oorlogsbuit.

De wettelijke regels die direct of indirect invloed hebben op het aantal scheidingen, moeten ter discussie komen te staan. Waarom zou bemiddeling niet verplicht worden gesteld? De ervaring leert dat hoe meer buitenstaanders (advocaten, rechters, kinderbeschermers) zich met de scheiding bemoeien, des te groter de kans op escalatie is, omdat ouders tegenover elkaar komen te staan met als inzet de vraag wie de beste ouder is.

Instanties als de Raad voor de Kinderbescherming, het Bureau Jeugdzorg en ten slotte de rechter zijn deel van het probleem. Minister Donner wil dat altijd de rechter wordt ingeschakeld. Maar het zijn juist de rechters en hun adviseurs van de kinderbeschermers die er mede debet aan zijn dat zoveel kinderen, circa de helft, na de scheiding geen of nauwelijks contact meer hebben met beide ouders. Wanneer de rechter wel een contactregeling uitspreekt, kan een ouder die in de praktijk straffeloos naast zich neerleggen.

Een wet uit 1998 bepaalt dat ouderlijk gezag doorloopt na de scheiding. Maar hoe kun je gezag uitoefenen als er geen contact is? Rechters zwichten in het familierecht te vaak voor moeders, die in de slachtofferrol kruipen, geen contact met hun ex-partner willen en ook geen contact tussen het kind en de vader. Die situatie druist in tegen internationale verdragen, de Nederlandse wet en het belang van het kind.

Veel rechters ontzeggen het contact tussen vader en kind met als argument dat er `rust' moet komen. Maar er komt geen rust, wel volgen nieuwe procedures. En dat verbroken contact wordt maar zelden hersteld, van uitstel komt afstel.

Er zijn meer facetten. Het ministerie van Sociale Zaken wil economische zelfstandigheid van vrouwen bevorderen in verband met het hoge aantal scheidingen. Maar de economische zelfstandigheid vergroot juist de kans op scheiding. Het is alsof de overheid scheiden stimuleert. Nu hebben we zelfs de flitsscheiding (scheiden binnen één dag), die in andere landen niet wordt erkend.

De scheidingscultuur leidt ertoe dat veel mensen tijdelijk of langdurig arbeidsongeschikt zijn, extra beslag leggen op bijstandsuitkeringen en WAO, een extra beroep doen op voorzieningen in de gezondheidszorg en een groot beslag leggen op het justitiële apparaat en de gratis rechtsbijstand voor procedures die slechts het gevolg zijn van haat en nijd na de scheiding. Minister Donner had gelijk toen hij constateerde dat het hoge aantal scheidingen veel leed veroorzaakt en de maatschappij handenvol geld kost.

De wet stelt dat er om te scheiden sprake moet zijn van duurzame ontwrichting van het huwelijk. Om dat vast te stellen volstaat de uitspraak van één ouder, zonder motivatie. Uit onderzoek blijkt dat overspel, geweld, alcohol- of drugsgebruik een ondergeschikte rol spelen in de redenen om te scheiden. Ruim driekwart van de mensen die scheiden geven aan dat ze ,,uit elkaar zijn gegroeid'' of ,,niet meer met elkaar kunnen communiceren''. Het ik-tijdperk heeft zo een groot aantal lichtvaardige scheidingen voortgebracht.

Opvallend is dat scheidingen meestal worden aangevraagd door vrouwen. Als je nagenoeg zeker weet dat je het contact met je kinderen kwijtraakt (zoals de meerderheid van de vaders), laat je het wel uit je hoofd om een scheiding aan te vragen. Als je zeker weet dat je het belangrijkste uit het huwelijk, de kinderen, kunt behouden (alimentatie en bijstand ontvangt), kun je het je permitteren een scheiding aan te vragen. Dat verklaart waarom in 80 procent van de gevallen vrouwen het initiatief nemen om te gaan scheiden. Aan de voorspelbaarheid dat de moeder de kinderen krijgt, zou een einde moeten worden gemaakt. Het delen van zorg en opvoeding zou de wettelijke norm moeten worden. Een stap in de goede richting is het wetsvoorstel van het Tweede-Kamerlid Ruud Luchtenveld (VVD), die wil dat het kind na scheiding van de ouders evenveel bij iedere ouder verblijft, tenzij de ouders iets anders overeenkomen. Als de wet zo wordt ingericht dat een partner niet de kinderen kan meenemen met uitsluiting van de ander, zal minder lichtvaardig worden overgegaan tot scheiding. Dat blijkt ook uit onderzoek in de VS.

Ook al heeft het huwelijk aan status ingeboet, het blijft wel een contract dat ouders dwingt om hun eigen genoegens opzij te zetten ten faveure van het kind. Maar uit alles blijkt dat het kind in de huidige scheidingscultuur een restpost is. Alleen als het thuis geregeld een slagveld is, moeten ouders heel snel kunnen scheiden. Als daar geen sprake van is, moet er veel meer aandacht komen voor het belang van het kind. Waarom beschermt de overheid niet het gezin, de rechten en belangen van het kind, gelet op de onthutsende onderzoekscijfers over scheiding? Waarom geen spotje op Postbus 51 over de negatieve gevolgen van scheiding voor kinderen of over de vraag: hoe verbeter ik mijn relatie in plaats van: `hoe vraag ik een echtscheiding aan?'.

Kinderen hebben twee verstandige ouders nodig. Deze zijn vooral te vinden in traditionele gezinnen en bij ouders die na hun scheiding hun kind niet de dupe laten worden van hun problemen.

Wim Orbons is voormalig bestuurslid van diverse organisaties in de gezondheidszorg en contactpersoon van de expertgroep die Justitie voorstellen heeft gedaan om de echtscheidingswetgeving te veranderen. Dit artikel is gebaseerd op het manifest `Integriteit van het ouderschap'.