Smeergeld mag belastingen niet ontsnappen

Volgens de huidige belastingwetgeving worden steekpenningen als verwervingskosten aangemerkt en zijn ze aftrekbaar van de winst, behalve als ze verband houden met een misdrijf waarvoor de belastingplichtige is veroordeeld of waarvoor een schikking is getroffen (criminele activiteiten). De inspecteur hoeft dus niet te wikken of te wegen, de strafrechter doet dat werk voor hem. Maar er zitten wel onvolkomenheden in deze regeling.

Het betalen van steekpenningen wordt zelden ontdekt en leidt bijna nooit tot een strafzaak, laat staan tot een veroordeling. Ook speelt de termijn die in het geding is, een rol. Strafbare feiten in verband met omkoping kunnen tot maximaal twaalf jaar voor de rechter worden gebracht, maar op grond van de huidige belastingwetgeving kan smeergeld dat in verband met een misdrijf (ten onrechte) van de winst is afgetrokken, slechts tot vijf jaar terug worden gevorderd.

Staatssecretaris Wijn (Financiën) heeft een wetsontwerp ingediend waarin wordt geregeld dat alle betaalde steekpenningen niet meer voor de belastingen aftrekbaar zijn. Er hoeft dus geen sprake te zijn van een voorafgaande rechterlijke uitspraak of schikking. Met deze fiscale wetgeving wordt tegelijk het financiële gat gedicht dat bij de bestrijding van corruptie nog over was. In de tweede plaats gaat het niet alleen om het omkopen van buitenlandse ambtenaren, maar ook om binnenlandse ambtenaren, rechters, volksvertegenwoordigers en bestuurders en om civiele personen die een overheidstaak of overheidsopdracht vervullen. Dat is een fikse uitbreiding.

Er zit echter een addertje onder het gras van de nieuwe regeling. De belastinginspecteur moet zijn beslissing om aftrekposten (giften, beloften of diensten) te weigeren, aannemelijk maken; hij moet dus aantonen dat het om betaalde steekpenningen gaat.

Maar hoe moet de inspecteur aan informatie komen en plaatst hij zich niet op de stoel van de strafrechter? En moet de belastingplichtige tegenover de inspecteur zijn onschuld in een vermeende omkoopzaak bewijzen? De belastingplichtige kan het oordeel van de inspecteur weliswaar aan de fiscale rechter ter toetsing voorleggen, maar dan ligt er een nieuw obstakel op zijn weg. De belastingplichtige kan uitleggen dat het om representatieve uitgaven en provisies gaat, maar dat valt moeilijk te bewijzen, omdat steekpenningen de vervelende eigenschap hebben dat de ontvanger ervan in nevelen gehuld moet blijven. Hij of zij ondertekent immers geen ontvangstbevestiging en krijgt het bedrag van de omkoping evenmin op zijn of haar girorekening gestort.

Bij de behandeling van dit wetsontwerp wilden de fracties van CDA en VVD alleen de termijn van twaalf jaar in de belastingwetgeving rechttrekken, zodat steekpenningen in het licht van een strafbaar feit of schikking tot twaalf jaar na het delict niet aftrekbaar zijn. In feite geven ze daarmee aan dat er niet veel moet veranderen: steekpenningen in de vorm van smeergeld blijven voor de belastingen aftrekbaar. Toch heeft de Tweede Kamer het wetsontwerp aangenomen. Maar de onvrede die bij die fracties van de Tweede Kamer leeft, is kennelijk naar de Eerste Kamer doorgeschoven, omdat het wetsontwerp daar thans dezelfde weerstand van dezelfde partijen ontmoet.

Het is te hopen dat Wijn tegenover de twee coalitiepartners de rug recht houdt. Het wetsontwerp heeft als grote verdienste dat het de beperking tot de sfeer van de Strafwet doorbreekt. Als steekpenningen om allerlei redenen aan de Strafwet ontglippen, is er binnenkort fiscaal in ieder geval de mogelijkheid ze toch als smeergeld aan te merken. Het wetsontwerp betekent een verdere stap op de weg van de corruptiebestrijding.

Als het om provisie gaat – zoals in de sfeer van het bedrijfsleven vaak wordt beweerd – past daarbij openbaarheid. Wanneer een Nederlands bedrijf niet transparant kan maken aan wie de gelden zijn betaald en welke diensten daarvoor zijn verricht, kunnen de gelden automatisch als smeergeld worden gekwalificeerd. Wordt die informatie wel verschaft maar roept ze twijfel op, dan zou de belastingdienst de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging moeten kunnen inschakelen om de informatie te verifiëren.

Zo kan een stelsel worden opgebouwd dat recht doet aan het internationale economische verkeer en tegelijk corruptie kan helpen beperken. Ongetwijfeld zal jurisprudentie ook hier op den duur voor praktische duidelijkheid kunnen zorgen en de mogelijke arbitraire beslissingsbevoegdheid van de belastingsinspecteur redresseren. Het zou goed zijn als de Eerste Kamer de knoop snel doorhakt.

Prof.dr. J.H.J. van den Heuvel en prof.dr. L.W.J.C. Huberts zijn verbonden aan de onderzoeksgroep Integriteit van Bestuur van de Vrije Universiteit te Amsterdam.