Regelgevingsdiscussie Brussel mist essentie

Er lijkt een heftige discussie te ontbranden over hoeveel procent van de Nederlandse wet- en regelgeving haar oorsprong vindt in Brussel. Zo zouden er veel minder regels uit Brussel komen dan wel wordt aangenomen en daardoor is de invloed van Brussel veel kleiner dan vaak wordt gedacht. Aldus de conclusie van de bestuurskundigen De Jong en Herwijer (NRC Handelsblad, 30 september). De Utrechtse bestuurskundigen Mark Bovens en Kutsal Yesilkagit komen met per ministerie verschillende percentages, maar concluderen ook dat het wel meevalt met de invloed van Brussel (NRC Handelsblad, 4 oktober).

Ondertussen blijft staatssecretaris Nicolaï van Buitenlandse Zaken erbij dat 60 procent van de Nederlandse regels en maatregelen voortvloeit uit Brusselse regelgeving. EU-voorzitter Nederland wil het aantal Europese regels terugdringen om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verlichten. Daar zijn bedrijven op zichzelf altijd blij mee. Tegelijk vinden bedrijven de vraag hoeveel procent van de regels nu wel of niet uit Brussel afkomstig is, eigenlijk volstrekt oninteressant. Want niet het aantal regels dat uit Brussel komt houdt bedrijven bezig, waar ondernemingen naar kijken is de impact van regelgeving. En die is groot.

Brussel heeft gezorgd voor één Europese markt van 450 miljoen mensen. Het Europese bedrijfsleven hoopt nu op uniforme Europese wet- en regelgeving, want pas daarmee kan de Europese markt echt als één geheel worden gezien. Maar ook zonder die uniforme regelgeving zal het gegeven van de Europese markt van grote invloed zijn op de economische groei in Europa de komende jaren. Azië mag dan de krantenkoppen beheersen, in werkelijkheid staat Europa boven aan de agenda in de directie- en bestuurskamers van Europese ondernemingen. De verklaring daarvoor is die ene Europese markt van 450 miljoen mensen. Natuurlijk lonkt de nog veel grotere markt in Azië. Het is echter niet reëel om naar een marktleiderspositie te streven in, bijvoorbeeld, China, als je niet eerst een stevige marktleiderspositie hebt op je thuismarkt. En die thuismarkt is niet langer Nederland, Duitsland of Spanje, maar Europa. De concurrentiestrijd zal gaan om het marktleiderschap in Europa. En hoe meer geharmoniseerd de wet- en regelgeving in de verschillende EU-landen is, des te sterker zullen deze Europese bedrijven kunnen worden. Zodat ze op de wereldmarkt de slag met hun Amerikaanse en Aziatische concurrenten ook beter zullen aankunnen. Hierin ligt het essentiële belang van de Brusselse wet- en regelgeving en de doorvoering daarvan in de nationale regels. Of dat nu 16 procent of 60 procent van de regels uitmaakt, dat doet er niet toe en is hoogstens een vraag voor wetenschappers. Als die nationale doorvoering maar overal plaatsvindt.