Oppositie wint in Abchazië

De presidentsverkiezingen in Abchazië – de separatistische republiek die zich in 1993 met geweld van Georgië afscheidde – zijn gewonnen door oppositiekandidaat Sergej Bagapsj, een zakenman. Dat heeft de centrale kiescommissie in de hoofdstad Soechoemi bekendgemaakt. De zege van Bagapsj is een streep door de rekening van Rusland.

De zege van Bagapsj is omstreden. Bij de verkiezingen van 3 oktober is op grote schaal gefraudeerd – een gegeven dat door niemand wordt bestreden. Over de vraag wie de verkiezingen won bestaat nog steeds onenigheid. Een meerderheid van elf van de vijftien leden van de kiescommissie stemde voor Bagapsj, die 50,08 procent van de stemmen zou hebben gekregen. Maar de minderheid van vier leden meende ofwel dat ex-premier Raoel Chadzjimba de meeste stemmen heeft gekregen, ofwel dat Bagapsj niet de absolute meerderheid had gehaald, hetgeen zou hebben betekend dat hij en Chadzjimba het in een tweede ronde tegen elkaar zouden moeten opnemen. Na de stemming trad de voorzitter van de commissie boos af; volgens hem had Bagapsj de commissie onder druk gezet. Chadzjimba diende een klacht in bij het Hooggerechtshof, dat zich nu over de geldigheid van de verkiezingen moet uitspreken.

Chadzjimba, voormalig burgemeester van Soechoemi, was de favoriet van de vertrekkende president, Vladislav Ardzinba, die Abchazië sinds 1993 heeft geleid, en van de Russen die de (door geen enkel land erkende) Abchazische `onafhankelijkheid' overeind houden.