Levensloopregeling oogst forse kritiek (Gerectificeerd)

Het kabinetsplan om werknemers individueel te laten sparen voor verlof stuit op forse kritiek. Banken, pensioenfondsen, juristen, werkgevers en wetenschappers vinden de zogeheten levensloopregeling moeilijk uitvoerbaar. Bovendien zal ze nauwelijks worden gebruikt voor het beoogde doel: arbeid en zorg beter combineren.

Dat bleek gisteren bij een hoorzitting in de Tweede Kamer. Volgens economen en werkgevers- en werknemersorganisaties hebben vooral mannen met hogere inkomens de mogelijkheid te sparen. Zij zullen hun spaartegoeden opnemen om eerder met pensioen te gaan, niet voor verlof op belangrijke momenten in de levensloop (zorg voor een zieke, studie, een sabbatical).

Alleen de Tweede-Kamerleden Bakker (D66) en Koomen (CDA) leken het wetsvoorstel te willen verdedigen. Zij verwachten dat ook mensen met lagere inkomens kunnen sparen voor verlof omdat ze geen VUT- en prepensioenpremies meer hoeven betalen.

Het kabinet wil zijn plannen niet aanpassen. Volgens Sociale Zaken gaat het zich ,,nu voorbereiden op de verdediging van het wetsvoorstel in de Kamer', op 1 november. De vakbonden en oppositiepartijen willen een referendum organiseren als het parlement de wet aanneemt.

Het kabinet wil de levensloopregeling per 2006 invoeren. De regeling vervangt de collectieve prepensioenregelingen. Aanvankelijk was de regeling vooral bedoeld om de combinatie van werk en zorg te vergemakkelijken. Inmiddels is ook de groei van de arbeidsdeelname belangrijk; mensen die zorgverlof opnemen, kunnen niet eerder stoppen met werken.

Maar volgens de sociaal econoom J. Plantenga, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht, stimuleert de levenslopregeling het opnemen van verlof niet. Ze vreest dat jonge ouders nooit genoeg kunnen sparen om de regeling daarvoor te gebruiken. ,,Als je moet sparen om verlof te krijgen, zegt dat impliciet dat je maar beter kinderen kan krijgen op latere leeftijd.'

Ook voorkomt het kabinetsplan niet dat mensen eerder stoppen met werken. De Rotterdamse econoom L. Stevens ziet nog genoeg mogelijkheden om voor vervroegd pensioen te sparen. Daarom twijfelen ook banken en verzekeraars aan de levensloopregeling.

De praktische haalbaarheid van de levensloopregeling stond gisteren eveneens ter discussie. Volgens banken, verzekeraars en pensioenfondsen is minimaal drie jaar voorbereiding nodig. Invoering in 2006 achten zij onmogelijk. Bovendien zijn de uitvoeringskosten volgens K. Noordzij, voorzitter van pensioenfonds PGGM, ,,tien tot honderd keer' hoger dan geraamd.

Daarnaast is de uitvoering voor pensioenfondsen – ,,30 procent, maar dat kan oplopen tot 50 procent' – duurder omdat het gespaarde geld niet voor een bepaalde tijd kan worden vastgelegd, zoals bij pensioenen.

Rectificatie

Pensioenfondsen

In het bericht Levensloopregeling oogst forse kritiek (12 oktober, pagina 1) is de taxatie dat uitvoering van de regeling ,,tien tot honderd keer' meer kost dan geraamd toegeschreven aan K. Noordzij, directievoorzitter van pensioenfonds PGGM. De schatting was echter van G. Beuker, voorzitter van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, en ze betrof ook de kosten van de overgang van VUT- en prepensioenregelingen naar een levensloopregeling.

In het artikel zegt Noordzij dat uitvoering van de regeling ,,30 procent, maar dat kan oplopen tot 50 procent' duurder is voor pensioenfondsen – omdat het gespaarde geld niet voor een bepaalde tijd kan worden vastgelegd, zoals bij pensioenen.

Het gespaarde geld kan wel voor langere periode worden vastgezet, maar minder lang dan bij pensioenen die op het 65ste levensjaar ingaan.

De uitvoering is bovendien duurder doordat uitvoering van individuele regelingen meer kost dan die van collectieve.