Europees charme offensief in China

De wereld staat in de rij voor China dat her en der contracten uitdeelt. Het boze verleden is vergeten. Peking speelt belangstellenden handig tegen elkaar uit.

De Franse president Jacques Chirac heeft zijn Chinese gastheren tijdens het bezoek dat hij nog tot morgen aan China brengt bij herhaling laten weten dat hij het wapenembargo van de Europese Unie zo langzamerhand onzinnig vindt. ,,Ik wil u eraan herinneren dat Noord-Korea niet onder enig embargo van de Europese Unie staat. Daaruit blijkt wel hoe ongefundeerd en onredelijk de huidige situatie ten opzichte van China is'', zei Chirac onder meer.

Het wapenembargo werd ingesteld na de bloedig onderdrukte studentenopstanden op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989, en er is al geruime tijd discussie binnen de EU of het embargo nog wel gehandhaafd moet worden. Groot-Brittannië is daar net als de Verenigde Staten voor, niet zozeer vanuit humanitaire, maar vooral vanuit geopolitieke overwegingen. Amerika vreest dat China nieuwe wapens tegen Taiwan zal inzetten, en is meer in het algemeen bang dat China militair te machtig wordt en zeker regionaal een steeds grotere dreiging zal gaan vormen.

Voor Frankrijk ligt dat anders. Frankrijk, net als China lid van de Veiligheidsraad van de VN, hoopt in China een bondgenoot te vinden in de strijd tegen een al te sterk Amerikaans unilateralisme.

Gisteren kon de EU het in Luxemburg tijdens een overleg van de ministers van Buitenlandse Zaken weer niet eens worden over een opheffing van het embargo. Minister Ben Bot, die de vergadering voorzat, zei na afloop: ,,Het is duidelijk dat we meer tijd nodig hebben om de situatie af te wegen, maar we hopen dat we in staat zullen zijn om een positieve oriëntatie in de richting van opheffing te kunnen geven''. Mogelijk komt er nog een poging om het embargo kort voor de EU-China-top in december op te heffen, maar als ook die poging faalt, dan blijft het embargo vermoedelijk gehandhaafd tot na de top.

Formeel legt de EU drie criteria aan die in acht genomen moeten worden bij een opheffing van het embargo: de mensenrechten in China, de spanningen met Taiwan en de nog niet voltooide EU-voorschriften met betrekking tot de wapenexport in het algemeen.

De mensenrechten lijken daarmee belangrijk, maar zijn dat in feite steeds minder geworden. Of het moest voor de Zweden en Denen zijn: ,,Als de Chinezen zeggen dat Tiananmen verleden tijd is, dan kun je ze eraan herinneren dat er nog steeds veertien mensen gevangen zitten voor [hun aandeel aan de] Tiananmen[-opstand]'', zo zei de Deense minister van Buitenlandse Zaken Per Stig Moeller.

Die verminderde Europese aandacht voor de mensenrechten in China heeft ongetwijfeld alles te maken met het sterk groeiende economische belang dat China voor Europa heeft. Waar Amerika China op de meeste vlakken eerder als een concurrent dan als een bondgenoot ziet, proberen de verschillende landen binnen het nog steeds intern behoorlijk verdeelde Europa elkaar rechts in te halen om als eerste in de rij te staan voor de contracten die China als warme broodjes lijkt uit te delen.

China maakt van dat Europese sentiment handig gebruik, en weet de verschillende Europese aanbieders van vergelijkbare producten en diensten op een geraffineerde manier tegen elkaar uit te spelen. Veel Europese landen, waaronder Nederland, verstrekken allerlei exportsubsidies en ontwikkelingshulp-achtige gelden die ervoor moeten zorgen dat China zijn orders liever niet elders in de EU, maar juist in het subsidieverstrekkende land plaatst.

China bedingt vervolgens de laagst mogelijke prijzen en probeert daarbij niet zozeer goederen, als wel technologie uit Europa over te nemen. China wil op den duur alles zelf kunnen, zo lijkt het, maar het lokt de Europese bedrijven vooral met de belofte van een `ongekende afzetmarkt'. En dat lukt: de verwevenheid van de Europese economiëen met de Chinese wordt steeds sterker, en daarmee neemt ook de druk van de bedrijven op hun regeringen toe om China niet al te erg tegen de haren in te strijken met `eindeloos gezeur' over mensenrechten.

Voor de mensenrechten in China betekent het Europese enthousiasme voor China daarmee weinig goeds, en het ter sprake brengen van de rechten van de mens tijdens officiële bezoeken heeft dan ook iets obligaats en bijna ouderwets gekregen. Zo heeft president Chirac tijdens zijn bezoek wel een lijst overhandigd met Chinese gevangenen over wie de Europese Unie zich zorgen maakt, maar dat stelde volgens waarnemers weinig voor. ,,Elke keer dat er een staatshoofd uit de Europese Unie naar China komt, overhandigt hij dezelfde lijst'', zo verklaarde een anonieme woordvoerder van de Franse ambassade in Peking.