Elfriede Jelinek en Anne Frank

Waar je óók al niet aan moet denken: de uitverkiezing van de Grootste Oostenrijker aller tijden. Mozart zou daar niet meer aan mee kunnen doen, want hij stond al in de Duitse tophonderd. Oostenrijk is immers een tijdje deel van het Reich geweest. En de Oostenrijker die daarvoor gezorgd had, je weet wel wie, om met Arnon Grunberg te spreken, was in Duitsland al hors concours verklaard. Arnold Schwarzenegger komt als Amerikaan evenmin in aanmerking.

Een extra complicatie is dat vrijwel alle grote geesten die Oostenrijk na de instorting van het Habsburgse rijk heeft voortgebracht hun land moesten ontvluchten en stateloos zijn gestorven met een vloek op de lippen. Sigmund Freud, Stefan Zweig, ze konden als vervolgde joden op het nippertje hun biezen pakken. Oostenrijk houdt natuurlijk Dolfuss over, en Kurt Waldheim, de van oorlogsmisdaden betichte oud-nazi die in 1986 president werd. Maar ik gok toch op de vorige week door paus Paulus Johannes II zalig verklaarde laatste Habsburgse keizer, Karel I.

Weliswaar gaf hij in de Eerste Wereldoorlog opdracht tot het gebruik van mosterdgas, maar hij heeft wel, zoals de katholieke leer bij zaligverklaring vereist, een wonder verricht: bijna een halve eeuw na zijn dood genas op zijn voorspraak een Braziliaanse non van haar spataderen.

Eén ding staat vast: wie ook de verkiezing tot Grootste Oostenrijker aller tijden zou winnen, Elfriede Jelinek, die vorige week als eerste Oostenrijkse auteur de Nobelprijs voor literatuur won, maakt geen schijn van kans. Er is moeilijk iemand te bedenken die in haar eigen land zo wordt gehaat als zij, op straat krijgt zij fluimen spuug in haar gezicht en als `ontaarde' schrijfster is zij het favoriete mikpunt van smaadcampagnes van de rechts-populistische regeringspartij FPÖ. Een verkiezingsleus van de Haiderclub luidde: `Wilt u kunst en cultuur of Jelinek?' De partij verspreidde folders met vertrektijden van vliegtuigen naar de Fiji-eilanden waar men de schrijfster heen wenste.

De afkeer is geheel wederzijds. Het zou haar spijten als de prijs ook maar op enigerlei wijze op Oostenrijk zou afstralen, deelde ze mee, waarna president Heinz Fischer het presteerde de Nobelprijs niet als een erkenning van Elfriede Jelinkes oeuvre te begroeten. Volgens hem werd met de onderscheiding `de totale Oostenrijkse literatuur' geëerd. Nazionalismus muss sein.

Elfriede Jelinek, de `nestbevuiler', ageert tegen de vreemdelingenhaat, tegen de geborneerde burgerlijkheid, de bekrompen vrouwvijandigheid, het achterlijke nationalisme. Zij zou wel raad weten met een poging haar in te lijven bij de Grote Vaderlanders. Weg, lummels. De confronterende strekking van haar werk waarin zij machtsstructuren ontrafelt en absurde maatschappelijke clichés doorprikt leidt in haar eigen land voornamelijk tot bloedspuwing. Het commentaar van de FPÖ op de Nobelprijs voor een Oostenrijks auteur luidde dan ook: ,,We mogen niet vergeten dat Jelinek sinds jaar en dag met veel genot Oostenrijk door het slijk haalt.'' Haider liet nog weten: ,,Een communistische schrijfster krijgt van mij geen bloemen.''

Waarom is Jelinek zo omstreden? Dat heeft alles te maken met haar vlijmscherpe ontleding van de doorwerking van de nazi-tijd in de psychologie en mentaliteit van het naoorlogse Oostenrijk. In 1946 geboren als dochter van een joodse vader en een katholieke moeder, laat zij in al haar werk het probleem doorklinken dat ook de naoorlogse generatie in Duitsland zoveel parten heeft gespeeld. Ouders, grootouders, ooms, tantes, onderwijzers en leraren van haar leeftijdgenoten waren in overgrote meerderheid overtuigde antisemieten geweest, sympathisanten van het Führerprincipe en de geïnstitutionaliseerde onderdrukking van vrouwen. Ieder boek, ieder toneelstuk, ieder publiek optreden van Jelinek legt van deze ingrijpende ervaring getuigenis af. Haar werk gaat over mensen die de door hun ouders en andere opvoeders overgeleverde nazi-ideologie hebben geïnternaliseerd en het laat zien en hoe dat hun maatschappelijk functioneren en intiemste relaties bepaalt.

Elfriede Jelinek schrijft, zoals ze het zelf noemt ,,tegen de barbarij'', de innerlijke misvorming van het sadisme, de angst in ieder mens voor de vreemdeling, de wil tot onderwerping. Haar werk is afschuwelijk en prachtig. Als je er een politieke conclusie aan zou moeten verbinden, wat in de literatuur altijd een riskante onderneming is, dan zou die kunnen luiden: weg met de nationalistische zelfgenoegzaamheid, weg met de Grootste Oostenrijkers en de Grootste Britten en Grootste Duitsers en Grootste Nederlanders en Eigen Volk Eerst en die hele rataplan van, om het modern te zeggen, fortuynistisch gedachtegoed.

Wat me onvermijdelijk op Anne Frank brengt.

Wie Anne Frank in het geding brengt als waarschuwing tegen xenofobie en discriminatie, wordt tegenwoordig stante pede beticht van `demoniserend' misbruik van de Tweede Wereldoorlog. Tegelijk is zij door de televisiegoeroes in het rijtje Grootste Nederlanders geplaatst. Ik wil niet nog eens de onsmakelijke discussie over haar postume naturalisatie overdoen (al zou het de politici die zich daarvoor uitspraken sieren per direct 26.000 Nederlandse paspoorten af te geven aan uitgeprocedeerde asielzoekers), maar de achterliggende vraag stellen: waarvan is Anne Frank het symbool?

De één zegt: van onze nationale schaamte. Xandra Schutte, ex-hoofdredacteur van het voormalige verzetsblad Vrij Nederland schreef zaterdag in de ex-verzetskrant Trouw dat ,,wij ons schamen voor wat er toen is gebeurd''. De ander zegt: Anne Frank is het symbool van onze nationale trots. Zo stond het in De Telegraaf. Zij moest alsnog volwaardig deel kunnen uitmaken van ons verleden, waarop we juist ,,apetrots mogen zijn''. Wij, wij, wij.

Anne Frank is geen symbool van wat `wij' zijn, wij Nederlanders, maar van een universeel voelbare wond in de menselijke geschiedenis. Haar lot staat voor de consequenties van de angst voor de vluchteling, de haat jegens de vreemdeling, het volksgevoel, de onderwerping aan de barbarij. Dat is haar internationale betekenis. Het is precies dit thema dat Jelinek in haar literaire werk onderzoekt, altijd vechtend om de ruimte die haar in staat stelt, zoals zij het zelf uitdrukte, ,,woorden te kunnen schuiven tussen macht en werkelijkheid''.

Maar probeer zoiets de profeten van `onze' nationale schaamte en `onze' nationale trots en alle andere nationale hocus-pocus maar eens aan het verstand te peuteren.