Een troostend placebo

Voor oppervlakkige wonden is er de pleister. Ze helen de wond, maar vaker de ziel. Kinderen worden er door getroost. Maar de verwijderellende blijft.

Nee, negerpleisters hangen nog niet bij de drogist in het pleistervak. Youp van 't Hek pleit ervoor in zijn nieuwe show. De cabaretier slaagde er ooit in een product de winkels uít te praten (Buckler). Maar als productontwikkelaar is hij nog niet geslaagd.

Pleisters zijn de laatste jaren wel kleuriger, maar niet huidkleuriger. De traditionele pleister heeft nog steeds de kleur van matig zongebruinde huid. Maar pleisters met afbeeldingen van Bob de Bouwer, Sesamstraatpersonages en populaire Disneyfiguren op vrolijk gekleurde ondergrondjes rukken op. Het maakt duidelijk dat de meeste pleisters op kinderhuid wordt geplakt. Ze zijn bedoeld voor `alledaagse wondjes' en `troosten onmiddellijk', in de woorden van pleisterproducent Hansaplast.

De vraag of op die alledaagse wondjes een pleister moet, is moeilijk te beantwoorden. Een duik in de wetenschappelijke literatuur gaat eigenlijk meteen over grote wonden. Over hoe je amputatiestompen moet verbinden. De moderne wetenschap zegt niets over alledaagse wondjes, waar geen dokter aan te pas komt en waarbij ouders en huisgenoten de verbanddoos in duiken.

Een uitzondering wat wetenschappelijk bewijs betreft is de innovatieve pleister met active gel strip. Een doorzichtige ellipsvormige pleister bevat een kleverig wit kussentje van pur. Juist, het is dezelfde pur (polyurethaan) dat als pur-schuim op grote schaal in de bouw als kit en isoleermiddel wordt gebruikt. De wond die baat heeft bij zo'n gelpleister mag niet meer bloeden en mag niet ontstoken zijn. Een ontstoken wond is rood, warm, pijnlijk en hij jeukt of geeft een branderig gevoel. Een lichtrode kleur en een afscheiding van lichtgelig wondvocht wijst op een niet-ontstoken `gezonde' wond. Daar mag zo'n gelpleister overheen. De bedoeling is dat de wond vochtig blijft. Onder het nattige kussentje groeien de nieuwe huidcellen beter. Niet bedreigd door uitdroging.

En inderdaad, het effect van de pur-gelpleister is wetenschappelijk bewezen, maar over het algemeen weer bij forse wonden, die opzettelijk aan proefdieren zijn toegebracht. Van proefdiervrije gelpleisters is dus geen sprake. Onderzoekers van de Vrije Universiteit in Brussel brachten varkens bijvoorbeeld wonden van 3 bij 3 centimeter toe en volgden de wondsluiting. Een pur-pleister liet de wond in 19 dagen dichtgroeien; een tamelijk conventionele pleister deed er een week langer over. Ook vergeleken met open wondgenezing – met de wond drogend aan de lucht – is de vochtige pur-pleister sneller, blijkt uit ander onderzoek. Hansaplast keert in de bijsluiter van de pur-pleister het effect om: `Onderzoeken hebben aangetoond dat korstjes het natuurlijke wondgenezingsproces belemmeren.' Bij een alledaags wondje verkort de pur-pleister de wondgenezing natuurlijk niet met een week, want zulke wondjes zijn na een week al geheeld.

Active Gel Strip `bevordert snellere wondgenezing', staat op de verpakking en de claim is ongetwijfeld goedgekeurd door een claimbeoordelende instantie. Eenzelfde claim is verder alleen te vinden op een andere noviteit in het pleisterschap: de pleisterspray. Het is een spuitbusje waaruit een indringend naar velpon ruikende vloeistof komt die op de huid eerst een kleverig, en dan een doorzichtig reukloos en soepel meebewegend filmpje vormt. Na de eerste stank is er niks mis mee, zo'n spraypleister is zelfs stoer, maar de spray is alleen voor kleine wondjes en oppervlakkige schaafwondjes.

Op de doosjes van andere pleisters zijn claims van snellere wondgenezing onvindbaar. Hansaplast `Classic', de traditionele pleister, is volgens de verpakking duurzaam, luchtdoorlatend en de pleister heeft een zeer sterke kleefkracht (wat voor behaarde gewonden allerminst een aanbeveling is). Maar geen woord over de bijdrage aan de wondgenezing.

Die bijdrage is er dan ook niet echt.

Pleisters zijn in elk geval niet bedoeld om hevige bloedingen te stelpen. Wie dat wil moet eerst met verbandgazen aan de gang, maar dat is een ander hoofdstuk. Een pleister, is de gedachte, beschermt een open wond tegen vuil, stof en inwaaiende bacteriën. Dus tegen wondinfecties. Hoe ernstig die uit kunnen pakken weet de hele natie, sinds de rijksvoorlichtingsdienst communiqués over de gezondheidstoestand van premier Balkenende verspreidt. Maar of pleisters echt tegen infecties helpen is in de moderne onderzoeksdatabanken niet terug te vinden. Pleisters zijn ook al zo oud.

Eigenlijk is het verbazingwekkend dat mensen met alledaagse wondjes zijn grootgebracht met pleisters met gaasjes waar de korstjes zo lekker ingroeiden. Zodat bij het wisselen van de pleister ook het wondkorstje kapot werd getrokken. Die echte gaasjes zie je nauwelijks meer. Zelfs de Hansaplast Classic verloochent zijn naam met een vezelachtig wondkussentje waar niet direct een korstje in zal groeien.

Een pleister mag dan bedoeld zijn om tegen infecties te beschermen. Het effect is in ieder geval afwezig als een vieze, waarschijnlijk besmette wond onder een pleister wordt verpakt. De bacteriën vinden dat wel lekker, zo'n warm-vochtig kussentje als beschermend laagje boven hen. In droge lucht en kou boven een onbedekte wond groeien ze slechter. Zolang er vuil in zit, is het beter de wond te laten bloeden en wondvocht vrij weg te laten lopen, in plaats van het in een kussentje boven de wond te verzamelen. Iedere pleisterbijsluiter raadt daarom aan om, voor het plakken van een pleister, de wond te reinigen. Maar hoe doe je dat?

Lang is beweerd dat je het best licht gezouten water kunt nemen (fysiologisch zout) met ongeveer hetzelfde zoutgehalte als bloed. Onderzoek heeft dat weerlegd. Met gewoon kraanwater liepen patiënten de helft minder infecties op. En reinigen met kraanwater is net zo goed als helemaal niet schoonmaken. Het advies om de wond te reinigen voorafgaand aan het plakken van de pleister kunnen we dus met een korreltje zout nemen.

Een andere belangrijke, niet duidelijk te beantwoorden vraag is hoe groot de wond moet zijn om een pleister zinvol te maken. Of op welk type wond een pleister moet en op welke niet. De geraadpleegde huisarts hield het erop dat plaats van de wond, diepte, grootte en bloedingsduur de pleisternoodzaak bepaalden. Hij neemt waar dat tegenwoordig mensen met piepkleine sneetjes zich al dodelijk ongerust bij de eerste hulp melden. Medische encyclopedieën zijn eigenlijk heel vaag. Ze onderscheiden `kleine bloedingen' en `ernstige bloedingen'. En een recent boek als het vorig jaar uitgekomen dr. Miriam Stoppards `Gezondheid & Lifestyle' adviseert bij een kleine bloeding: 1. was uw handen goed met water en zeep. Trek zo mogelijk wegwerphandschoenen aan.

Dat is niet wat kinderen willen die huilend, met een druppeltje bloed op hun knie, bij hun vader of moeder komen. Die willen troost, een kusje en een mooie pleister. Daar kon de bulk van de pleisters wel eens voor worden gebruikt: als troostend placebo. Voor het echte wondhelingswerk kijken we ondertussen uit naar pleisters met ingebouwde huidgroeibevorderende moleculen en naar wondlijm.