Zwerfbestaan van zesjarige Somalische is `ongezond'

Twee keer werd de zesjarige vluchteling Naima uit Somalië weggevoerd uit een gezin. Nu vechten beide gezinnen `in haar belang' om Naima. Maar wat is dat belang?

Op 27 april stond het zesjarige Somalische meisje Naima opeens met een paar onbekenden bij haar tante Koos Dalal Muhamed op de stoep. Dalal Muhamed, een Somalische vluchtelinge die met haar drie zoons veertien jaar in de Nijmeegse wijk Hatert woont, had er geen idee van dat ze zou komen, maar nam haar op in huis.

Ze wist wel dat haar zus, de moeder van Naima, met haar familie uit Somalië probeerde te vluchten. Dus vermoedt ze dat haar ouders mensensmokkelaars betaalden om hun dochter Naima naar Nederland te krijgen. Volstrekt normaal, vertelt Mohamed Bashir, ook Somalisch en werkzaam bij projectbureau Inter-lokaal, dat juridische hulp biedt aan allochtonen. ,,Zo komen zoveel Somalische kinderen in Nederland terecht.'' Ze worden gewoon op een paspoort van een smokkelaar bijgeschreven en passeren zo de douane, legt Bashir uit.

Voor Naima was de zwerftocht toen nog niet voorbij. Twee dagen na haar aankomst in Nijmegen viel de politie met een man of tien het huis van Dalal Muhamed binnen. ,,We hadden een tip gekregen over mensensmokkel'', aldus een justitiewoordvoerder. De politie nam Naima mee en bracht haar onder bij de familie Rauwerdink, een Nederlands pleeggezin in Dreumel. Daar woonde Naima het afgelopen halfjaar. Intussen was voogdijstichting Nidos officieel voogd van het meisje geworden. Nidos wilde haar weer bij een Somalisch gezin plaatsen. De familie Rauwerdink werkte daar niet aan mee, omdat de nieuwe pleegmoeder, een Somalische vrouw in Groesbeek, in hun ogen niet voldeed. Nidos haalde Naima daarom zonder medeweten van het pleeggezin op bij haar school en bracht haar onder bij de Somalische vrouw.

Zowel de familie Rauwerdink als haar tante Dalal Muhamed vechten nu om het meisje. De familie Rauwerdink wil dat het kind bij hen blijft omdat het bij de Somalische vrouw die Nidos uitkoos niet goed geïntegreerd in Nederland zou kunnen opgroeien. Volgens Dalal Muhamed heeft Rauwerdink geen recht van spreken. Het pleeggezin wist dat Naima alleen tijdelijk bij hen was, en wist ook dat ze uiteindelijk in een Somalisch gezin geplaatst zou worden.

Eigenlijk had Dalal Muhamed Naima terug willen nemen, maar dat is door de politieinval onmogelijk. Het drijft haar tot wanhoop. ,,Als de politie mij ergens van verdenkt, moet ze dat ook zeggen. Nu kan ik niks, Naima is van mij afgepakt, en omdat de politie onderzoek naar mij doet, kan ik haar ook niet terugkrijgen.''

Dat beaamt haar advocaat Inez Verrips. De zaak die Verrips bij de kantonrechter in Arnhem heeft aangespannen om Dalal Muhamed de voogdij over Naima te laten krijgen is door de rechter lopende het politieonderzoek aangehouden. Hoever de politie met het onderzoek is, en wat zij denken van de rol van Dalal Muhamed is Verrips totaal onduidelijk. ,,Mevrouw is volgens de officier van justitie `nog' geen verdachte'', vertelt de advocate.

Hoogleraar Jan Willems heeft geen goed woord over voor de manier waarop de politie Naima bij Dalal Muhamed heeft weggehaald. Het recht is duidelijk, zegt Willems, hoogleraar kinderrecht aan de Universiteit van Maastricht: de politie had Naima alleen bij haar tante mogen weghalen als zij daar niet veilig was geweest. ,,Verdenking van mensensmokkel is dus absoluut geen reden om Naima weg te halen bij haar tante'', stelt Willems.

Maar omwille van de veiligheid van het kind had Nidos zich misschien moeten bedenken voordat het besloot Naima weer bij de familie Rauwerdink weg te halen, denkt ontwikkelingspsycholoog en hoogleraar Jo Hermanns . ,,Je moet niet eindeloos met zo'n kind rondleuren. Een institutioneel zwerfbestaan is ongezond.'' Kinderen hebben behoefte aan bestaanszekerheid, een veilig gevoel.

Dat vindt ook haar tante, maar juist daarom vindt zij dat Naima bij haar thuishoort: ,,Natuurlijk moet Naima bij haar familie opgroeien. Ik ben haar bloed.'' Ook onder psychologen bestaat er wel een duidelijke voorkeur om kinderen in een `netwerkgezin' – familieleden met een vergelijkbare culturele en ethnische achtergrond – te laten opgroeien. In het VN-verdrag inzake de rechten van het kind is een bepaling die dit regelt ook opgenomen.

De familie Rauwerdink stelt dat Naima niet bij de alleenstaande Somalische vrouw moet opgroeien omdat die geen Nederlands spreekt, wat slecht zou zijn voor haar integratie, die bij hen in betere handen zou zijn.

Geconfronteerd met die opmerking ontploft Dalal Muhamed bijna van woede. ,,Kijk naar mij, ik spreek nauwelijks Nederlands, maar mijn drie zoons praten de taal perfect. Naima moet haar familie toch kennen, weten van haar achtergrond, Somalisch leren?''

Tonny Weterings, onderzoeker aan de Universiteit Leiden, deed veel onderzoek naar pleegzorg. Zij ondersteunt de stelling van Dalal Muhamed. De ervaring leert dat kinderen die niet in hun eigen culturele omgeving opgroeien op de langere termijn vaak problemen kunnen krijgen.

Dat Naima gelukkig was bij de familie Rauwerdink is niet verbazend, zegt Weterings. ,,Ze kwam natuurlijk uit een rotsituatie, en vond zekerheid en rust.'' Maar dat is volgens Weterings niet het belangrijkste. ,,Zeker nu het zo onzeker is of Naima in Nederland mag blijven, wordt het nog belangrijker dat zij in een Somalisch gezin opgroeit.''