Tegendraadse Franse denker (Gerectificeerd)

In de nacht van vrijdag op zaterdag is de Franse filosoof Jacques Derrida in Parijs overleden. Hij was de meest spraakmakende en omstreden Franse denker van zijn generatie. Derrida leed al enige tijd aan alvleesklierkanker.

Furore maakte hij vooral in de Verenigde Staten, waar hij werd omarmd als ideoloog van de culturele studies en de literaire theorie. Zijn werk wordt vaak `postmodern' genoemd. Zelf gebruikte hij bij voorkeur de door hem geschapen term `deconstructie'.

Derrida schreef ruim tachtig boeken, berucht om hun eigenzinnige stijl en terminologie, en ontving een groot aantal eredoctoraten, onder andere van de universiteiten van Leuven en Cambridge. De controverse die in 1992 bij de uitreiking van de laatste ontstond, is kenmerkend voor de scheiding der geesten die zijn werk teweegbracht. Zijn tegenstanders verweten hem duister taalgebruik, gebrek aan logica en vooral een minachting voor de waarheid, waardoor er in de filosofie en daarbuiten naar willekeur beweringen konden worden gedaan.

Derrida's voorstanders prezen in hem het geduld waarmee hij filosofische, literaire en later ook politieke teksten uitploos – om daarin de verborgen veronderstellingen en contradicties aan het licht te brengen. Deze tegendraadse manier van lezen noemde hij `deconstructie', om duidelijk te maken dat het er niet alleen om gaat de voor de hand liggende interpretatie van gezaghebbende teksten te ondermijnen. Iedere kritiek doet ook weer aanspraak op waarheid: destructie en constructie gaan altijd hand in hand.

Eerder dan de waarheid te verachten, problematiseerde Derrida haar schijnbaar vanzelfsprekende status, die niettemin niet kan worden gemist. In zijn denken balanceerde hij zo tussen conformisme en nihilisme. Solide geworteld in de filosofische traditie, wilde hij de waarheid niet onaantastbaar maken op basis van een kritiekloos aanvaarde logica, maar haar evenmin prijsgeven aan de postmoderne luimen van voor elk wat wils.

Derrida werd in 1930 geboren in El-Biar, in de buurt van Algiers, waar hij als zoon van joodse ouders op twaalfjarige leeftijd van school werd gestuurd als gevolg van de anti-joodse maatregelen van het Vichy-bewind. Niettemin slaagde hij er na de oorlog in toegelaten te worden tot de École normale supérieure, Frankrijks meest prestigieuze instelling voor hoger onderwijs, en studeerde hij daarna enige tijd aan Harvard University.

[vervolg DERRIDA: pagina 9]

DERRIDA

Streng en ironisch filosoof

[vervolg van pagina 1]

In de jaren zestig begon Derrida naam te maken als een vernieuwend filosoof die zich even gemakkelijk op het gebied van de wijsbegeerte als van de literatuur begaf. In 1967 verscheen zijn programmatische boek De la grammatologie (Over grammatologie), waarin hij betoogde dat de betekenis van wat wij zeggen en schrijven ons altijd voor een groot deel ontglipt. Vijf jaar later publiceerde hij zijn meest invloedrijke bundel, Marges van de filosofie, waarin hij zich ontpopte als filosoof van de differentie. De werkelijkheid is te subtiel om begrepen te worden in de plompe begrippen die wij daarop toepassen, zo betoogde hij.

In de jaren zeventig begon Derrida's ster vooral in Amerika te rijzen, maar zijn onorthodoxe benadering hield de deur van de hoogste universitaire functies voor hem in Frankrijk lange tijd gesloten. Hij doceerde als lector aan de École normale. Nadat hij in 1980 als vijftigjarige op zijn toen al omvangrijke oeuvre was gepromoveerd, werd hij hoogleraar aan de École des hautes études en sciences sociales.

De subtiliteit van Derrida's filosofie is niet altijd goed begrepen. In de Verenigde Staten werd zijn werk vooral gelezen in de letterenfaculteiten en eerder opgevat als een literaire interpretatiemethode dan als een filosofische discussie. Zijn vaststelling dat ons denken altijd geneigd is de wereld in tweeën te delen (wit/zwart, man/vrouw, etc.) en vervolgens aan één van die twee de voorkeur te geven, was koren op de molen van de women, black, gay en cultural studies, en een geliefd argument tegen de literaire canon van `dode witte mannen'.

Derrida's filosofische strengheid ging bovendien vaak schuil achter een speelse, humoristische en literaire wijze van schrijven, die aan ironie of parodie de voorkeur gaf boven het argument met het mes op tafel. Daarin toonde hij zich een goede leerling van zijn inspirator Nietzsche, aan wie hij in 1972 zijn boek Sporen wijdde. Ook Martin Heidegger was voor Derrida van grote betekenis als inspiratiebron en discussiepartner. Die keuze werd hem soms kwalijk genomen en vormde voor velen de bevestiging van de politieke glibberigheid van diens deconstructie-denken. Zelf beschouwde Derrida zijn filosofie als bij uitstek politiek relevant, omdat ze zich kritisch richt op de grondbegrippen van de politieke orde.

Wat is precies de verhouding tussen wet en geweld, zo vroeg hij zich in 1994 af in zijn boek Force de loi (Kracht van wet). En luttele weken na de gebeurtenissen van 11 september 2001, in het onlangs vertaalde boek Filosofie in een tijd van terreur: wat betekent, op de keper beschouwd, het begrip `internationale terreur' en de `oorlog' daartegen? Hoe kan een internationale rechtsorde ontstaan die de vrede garandeert?

Politiek betrokken was Derrida al bij de Charta-beweging in Tsjechoslowakije, waar hij in 1980 op beschuldiging van drugsmokkel het land uit werd gezet, en hij bleef het in zijn solidariteit met Nelson Mandela. Anderzijds werd hij zich de laatste jaren opnieuw van zijn joodse wortels bewust en begon hij vragen te stellen rond de terugkeer van de religie en de mystiek. Ook dat deed hij in de meest voorzichtige bewoordingen, onder titels als Hoe niet te spreken en `God' anonymus.

Rectificatie

Derrida

De necrologie Tegendraadse Franse denker (11 oktober, pagina 1 en 9) vermeldt dat Jacques Derrida in 1980 Tsjechoslowakije werd uitgezet. Dat gebeurde op 2 januari 1982.