`Op de warme klank van de hobo's kan ik vliegen'

De Rus Alexei Ogrintchouk (25) behoort tot de wereldtop der hoboïsten. Bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelt hij vanaf zaterdag in het Gergjev Festival, dit keer gewijd aan `De wereld van Tsjaikovski'. Volgend seizoen wordt hij solohoboïst van het Concertgebouworkest.

Vijf jaar werkt Alexei Ogrintchouk nu in Rotterdam. In het concertcentrum De Doelen kent hij iedereen, van de conciërge tot de schoonmaker, en groet joviaal. ,,Toen ik hier kwam, was ik eigenlijk nog een jongetje'', lacht hij. ,,Twintig jaar en erg gretig om aan mijn allereerste orkestbaan te beginnen. Alleen al daarom zal Rotterdam altijd bijzonder voor me zijn. Hier kreeg ik het vertrouwen en de ruimte om me als solohoboïst te bewijzen.''

De voornaamste aantrekkingskracht van Rotterdam was voor Ogrintchouk, toen net afgestudeerd aan het conservatorium van Parijs, chef-dirigent Valery Gergjev. ,,Gergjev heeft en houdt iets magisch. Hij legt het basisidee van een stuk muziek in vijf minuten zó uit, dat 120 mensen het begrijpen én zich door dat begrip verbonden voelen. Tijdens de uitvoering blijft dat zo, omdat zijn energie en uitstraling op het podium enorm sterk zijn. Je moet wel kijken naar die handen, die ogen. En elk moment is uniek, want onder Gergjev klinkt geen uitvoering hetzelfde en toch is hij steeds opnieuw overtuigend. De man is een fenomeen, op het onmenselijke af. Een normale sterveling zou zijn leven, met al dat reizen en al die verantwoordelijkheden, nooit overleven.''

Binnen het Rotterdams Philharmonisch Orkest is Ogrintchouk met zijn uitzonderlijke solistische élan zelf ook een fenomeen. Zijn spel springt eruit, zowel muzikaal als visueel. Waar andere hoboïsten hun instrument zelden boven de lessenaar uit laten steken, richt Ogrintchouks instrument frontaal de zaal in. ,,Daar reageren véél mensen op!'', reageert hij verbaasd. ,,Maar ik ben het me heus niet bewust. Wanneer ik speel, richt ik al mijn energie op mijn toon, op de muziek. Mijn gebaren komen daar onvermijdelijk uit voort. Al zou ik me voornemen onopvallender te spelen, het zou niet werken.''

Tijdens het Gergjev Festival, dat dit jaar iets kleiner van opzet is en zich richt op de muziek van Tsjaikovski, speelt Ogrintchouk mee in uitvoeringen van de Vierde en de Zesde symfonie. In de Zesde werken Gergjevs vaste orkesten, het orkest van het Mariinski Theater (Kirov) en het Rotterdams Philharmonisch Orkest, samen. ,,De verschillen in speelstijl tussen beide orkesten vallen vaak mee. Je merkt echt dat beide ensembles gewend zijn aan Gergjevs aanpak.

,,Alleen die warme, volle, aardse Russische strijkersklank die blijft uniek. Ik zal er altijd een voorkeur voor houden. Wie als Rus wordt geboren, blijft altijd een Rus. Dat gevoel is voor mij zeer reëel; het verandert zelfs de manier waarop je speelt. Ik ken niet alleen de geschiedenis waarin een componist als Tsjaikovkski leefde, het is ook de míjne. Misschien dat ik aan de weinig opwekkende geschiedenis van het Russische volk zelfs mijn levensinstelling heb overgehouden. Ik wil altijd overal het beste van maken, eerlijk en open zijn en me écht geven. Ik zie het slechte wel, maar ik kies ervoor me op het positieve te richten.''

Vanaf het volgende seizoen wordt Ogrintchouk de nieuwe solohoboïst van het Koninklijk Concertgebouworkest, als opvolger van Werner Herbers. ,,Ik heb tot het laatste moment geaarzeld, want ik voel me hier in Rotterdam thuis. Maar uiteindelijk kon ik deze kans niet laten liggen. De verleiding toe te treden met een toporkest met zo'n naam, traditie en historie was eenvoudigweg te groot. In Rusland zegt men: `als een soldaat geen generaal wil worden, is hij geen goede soldaat'. Ik verheug me dus erg op mijn nieuwe baan om allerlei redenen. Oók op de samenwerking met chef-dirigent Mariss Jansons. De Amsterdamse musici die ik ken, praten over Jansons alsof ze verliefd op hem zijn. Daar moet toch een reden voor zijn? En verliefd zijn nou ja, we weten allemaal wat een geweldig gevoel dat is.''

Ogrintchouk werd door het Concertgebouworkest geselecteerd uit vijftien kandidaten, onder wie drie buitenlanders. Opmerkelijk genoeg drongen juist die drie buitenlanders na de eerste auditieronden achter een scherm door tot de slotronde. De jury gaf blind de voorkeur aan de niet-Nederlandse speelwijze, terwijl juist de Nederlandse hoboschool, zoals begonnen door Jaap en Haakon Stotijn, een legendarische reputatie geniet. Een bijkomende bijzonderheid is dat Ogrintchouk de eerste Rus is die ooit in het Concertgebouworkest als soloblazer begint een wapenfeit waarop hij zichtbaar uitgesproken trots is.

Volgens Ogrintchouk begint het belang van nationale stijlen te verdwijnen. ,,Iedereen speelt anders. Ik herken het spel van Stotijn en van Werner Herbers, maar op individuele gronden. Ik kan niet aanwijzen wat er nu overeenkomstig Nederlands aan is.''

Toch is er wel degelijk een verschil tussen de benadering van de in Moskou en Parijs geschoolde Ogrintchouk en de klank van de hoboïsten die spelen in, bij voorbeeld, de Duitse of de Nederlandse traditie. ,,Als ik generaliseer, is de Franse hoboschool gericht op individueel, kernachtig, zingend spel. De Duitse manier van spelen was, zeker in de jaren zeventig, warmer en mengender. Zelf streef ik naar een mengvorm. Ik ben zelf een wandelende smeltkroes; mijn spel is dat óók. Toen ik in Rotterdam begon, maakte ik me zorgen over mijn speelwijze en mijn afwijkende hobo wel zouden mengen met mijn collega's. Maar dat bleek prima te gaan. Ik voel me als solohoboïst gesteund door de warme klank van de hobogroep. Op die basis kan ik vliegen.''

Hoe zijn spel zal vallen bij het Concertgebouworkest, moet Ogrintchouk nog afwachten. ,,Zowel in Amsterdam als Rotterdam hebben de solohoutblazers een sterke individuele uitstraling. Dat vind ik belangrijk. Soloblazers moeten samen kunnen functioneren als een kamermuziekensemble binnen het orkest. Het is de kunst een balans te vinden tussen die solistische kwaliteiten en de momenten waarop je homogeen moet ondergaan in de groep. Bij Amerikaanse toporkesten werkt dat niet zo. Daar kiest men voor een vlakke houtblaassectie; alles is gericht op een mengklank. Ik vind dat vreselijk. Het is toch prachtig dat je het Concertgebouworkest of de Berliner Philharmoniker onmiddellijk aan de soloblazers kunt herkennen?''

Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival `De wereld van Tsjaikovski met concerten, ballet, toneel, film en uitvoerige randprogrammering: 16 t/m 23/10 in De Doelen, Rotterdam. Inl. www.gergievfestival.nl of (010) 217 17 17.