Nobelprijs economie naar Noor en Amerikaan

De Nobelprijs voor de economie 2004 is toegekend aan twee in de VS werkzame economen, de Amerikaan Edward Prescott van de Universiteit van Arizona en de Noor Finn E. Kydland van de Carnegie-Mellon University in Pittsburgh. Dit heeft het Nobelcomité vanmiddag bekendgemaakt.

De twee krijgen de prijs voor hun ,,bijdrage aan de dynamische macro-economie: de constentie in de tijd van economisch beleid en de krachten achter de voortgang van de conjunctuur,'' aldus het comité.

Prescott en Kydland brachten het debat op gang over de rol regels versus vrijheid van handelen in het economisch beleid. Het debat spitste zich vooral toe op het het monetair beleid. De belangrijkste stelling is dat de conjunctuur niet zozeer afhankelijk is van bewegingen in het rentebeleid van centrale banken of economisch beleid, maar veel meer van technologische veranderingen. Dit denkbeeld wordt niet door iedereen in de economische wetenschap gedeeld.

Kydland (60) is opgeleid aan de Noorse school voor economie en bedrijfskunde en de Carnegie Mellon Universiteit. Zijn specialisme is de politieke economie. Prescott (63) promoveerde eveneens aan de Carnegie Mellon Universiteit.

Voor de prijs van dit jaar circuleerden diverse kanshebbers. Een van het is Robert Barro van Harvard University, die onder meer onderzocht waarom sommige economieën sneller groeien dan andere. In 1990 voorspelde hij dat het gat tussen Oost- en West-Duitsland veel langzamer gedicht zou worden dan toen werd verondersteld. De gang van zaken tot nu toe in Duitsland stelt hem in het gelijk. Een andere kandidaat was de populaire econoom Paul Krugman, van Princeton University, voor zijn wetenschappelijke werk aan imperfectie in de internationale handel.

Aan de toekenning is een geldbedrag verbonden van 1,35 miljoen dollar (1,1 miljoen euro). De Nobelprijs voor de economie wordt als enige niet toegekend door het Nobelcomité, maar door de centrale bank van Zweden, die de prijs in 1968 in het leven riep. Het jaar daarop werd de prijs voor het eerst toegekend. Winnaar was de Nederlandse econoom Jan Tinbergen. Hij moest de prijs delen met de Noor Ragnar Frisch. De economen wonnen de prijs omdat ze dynamische modellen voor de analyse van economische processen hadden ontwikkeld en toegepast.

Sindsdien domineren Amerikaanse wetenschappers. Van de 53 personen die, soms in paren, de prijs toegekend kregen, had tweederde de Amerikaanse nationaliteit.