Nederlandse Antillen een staat zonder natie

De Nederlandse Antillen staan bekend als thuishaven van bolletjesslikkers, luie losers en andere criminelen. De werkgroep Bestuurlijke en Financiële Verhoudingen pleit voor opheffing van het land. Maar de Nederlandse Antillen heeft als land nooit bestaan, de koloniale constructie is niet verder gekomen dan Curaçao en de onderhorigheden.

Een luxe touringcar hobbelt door de Curaçaose sloppenwijk Souax Abou. Het schemert. Het is augustus 2003. Binnenin de bus krijgen de fractievoorzitters van de Tweede Kamer het succesverhaal van de achterstandswijk voorgeschoteld; het terrein was ooit gekraakt door woningzoekenden, maar geldt na legalisatie door de Curaçaose overheid als woonbuurt in opbouw. Parlementariër Anthony Godett zit zich te verbijten. ,,Ze moeten niet alleen de goede wijken bezichtigen. Het gaat om de armen'', zegt hij.

Als duidelijk wordt dat het bezoek vroegtijdig wordt afgebroken om op tijd te zijn voor een buffet bij de Nederlandse vertegenwoordiger op de Antillen, wordt Godett echt kwaad. Hij gaat terug naar Souax, met een handvol Nederlandse journalisten in zijn kielzog. ,,Ik laat jullie de echte arme wijken zien'', zegt de leider van regeringspartij Frente Obrero. De Nederlandse politici blijven in stomme verbazing achter.

Als de fractievoorzitters een paar dagen later uit het vliegtuig stappen op de luchthaven van Sint-Maarten, 900 kilometer verderop, wacht hun weer een verrassing. Ze lijken opgelucht weg te zijn van Curaçao en de `irritante Godett-show', zoals de ontvangst van het nieuwe Antilliaanse kabinet door fractieleiders werd getypeerd.

De opluchting duurt kort. De grootste politieke partij van Sint-Maarten, de Democratic Party, is zojuist uit het kabinet-Godett gestapt. ,,We willen niet langer dit misbruik van macht accepteren'', zegt partijleider Sarah Wescott-Williams, doelend op de ruzie tussen Sint-Maarten en Curaçao over meer autonomie voor het Bovenwindse eiland én het feit dat het kabinet Godett sancties wil treffen tegen officieren van justitie die kopstukken van Frente Obrero strafrechtelijk vervolgen. Op Sint-Maarten willen ze niet op Curaçaose corruptie worden aangekeken. Voordat de avond valt, zijn alle fractievoorzitters van mening dat er snel iets moet gebeuren op de Antillen. ,,Het is duidelijk dat er geen algemeen Antilliaans belang bestaat'', zegt Wouter Bos (PvdA). ,,Zo kan het echt niet langer'', vindt Marijke Vos (GL). ,,De Antillen bestaan niet'', concludeert VVD-leider Jozias van Aartsen.

St. Martin is een verhaal apart. Het eiland bestaat voor tweederde uit een Franse gemeente, Saint Martin. Het andere deel is Sint-Maarten, één van de vijf Antilliaanse eilanden. Toch is de voertaal Caribisch Engels, Nederlands hoor je alleen in de rechtbank van Philipsburg en Frans in de gendarmerie van Marigot, de hoofdsteden van het Nederlandse en Franse deel. Dat zegt veel over de essentie van St. Martin, vindt publicist Fabian Badejo. ,,Voor ons is het eiland één geheel. Wij zijn één volk; onze families wonen verspreid over beide kanten van het eiland, we dragen dezelfde kleding, eten dezelfde lokale gerechten, luisteren naar dezelfde muziek. En we spreken Engels, hetzelfde Engels als onze broeders op St. Kitts en Dominica.''

Voor de Sint-Maartenaar is thuis niet een curieus overblijfsel van oude koloniale verhoudingen, maar een dynamische samenleving. Zo veranderlijk dat de vraag wie zich een Sint-Maartenaar mag noemen inmiddels heel gevoelig ligt. De bloeiende toeristenindustrie – dit jaar verwacht het Nederlandse deel niet minder dan twee miljoen bezoekers – heeft de afgelopen 45 jaar gelukszoekers en illegalen aangetrokken; de 45.000 inwoners aan de Nederlandse kant alleen komen uit meer dan 77 landen. Meer dan de helft heeft geen Nederlands paspoort. Twintig procent heeft helemaal geen verblijfsvergunning. Hoewel Sint-Maarten een groot deel van zijn belastingopbrengsten in de landskas stort, doet de regering in Willemstad weinig om de illegalenproblematiek op te lossen. Het is één van de redenen waarom Sint-Maartense politici onder `het juk van Curaçao' vandaan willen.

Op Saba weet gedeputeerde en waarnemend gezaghebber Will Johnson over de dominantie van Curaçao mee te praten. ,,Nadat het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in 1954 van kracht werd, hadden we gewoon Curaçao en de onderhorigheden moeten blijven heten, want dat is de realiteit. De Nederlandse Antillen zijn gewoon verder gegaan als Curaçao en de onderhorigheden. En daarom zijn ze geen succes geworden.'' Johnson is de voornaamste politicus op Saba, een eiland ter grootte van Rottumerplaat dat binnen enkele decennia van steile onbegaanbare rots in een luxe vakantieoord werd omgetoverd. Op Saba, bestaande uit vier dorpen, zijn ze trots op hun succes. ,,Wij kunnen overal een oplossing voor vinden. Op dit eiland stammen we af van Schotse piraten en van Afrikaanse slaven. Eén van mijn verre voorvaderen was de beruchte piraat Daniël Johnson, hij stond bekend als de terror.''

Op tien minuten vliegen van Saba en Sint-Maarten ligt Sint-Eustatius, het eiland dat als handelscentrum in de achttiende eeuw de bijnaam Gouden Rots kreeg. Maar sinds de Engelsen het eiland in 1791 plunderden als vergelding voor de smokkelhandel met de rebellen in de latere Verenigde Staten, is het stil op Sint-Eustatius. Zo stil, dat je zonder risico één van de kanonnen van Fort Oranje kan afschieten. Sint-Eustatius staat bekend als de buitenpost van de Nederlandse Antillen, het eiland dat in het Antilliaanse parlement geen positie durft in te nemen. Dat geldt ook voor de discussie over de toekomst. Zo heeft Sint-Eustatius als enige eiland formeel aangegeven dat het de Nederlandse Antillen in stand wil houden. Politicus Ralf Berkel nam voor het Bovenwindse eiland zitting in de werkgroep Financiële en Bestuurlijke Verhoudingen. ,,Waarom moeten wíj een keuze maken omdat Sint-Maarten zonodig uit de Antillen wil? Als je eruit wilt, dan donder je maar op. Al zijn wij het laatste Antilliaanse eiland, wij blijven erin. De Nederlandse Antillen bestaat dan uit Sint-Eustatius, dan is iedereen verder opgedonderd, is het keurig geregeld en kan Nederland ons noemen wat het wil.''

Afgelopen vrijdag presenteerde deze werkgroep Financiële en Bestuurlijke Verhoudingen (BFV) haar eindrapport. Minister voor Bestuurlijke Verhoudingen en Koninkrijksrelaties Thom de Graaf (D66) stelde de commissie in na het bezoek van de fractievoorzitters aan de Nederlandse Antillen in de nazomer van 2003. Volgens de werkgroep heeft het land Nederlandse Antillen geen bestaansrecht meer. Burgemeester van Leeuwarden Geert Dales, net zoals Will Johnson en Ralf Berkel lid van de commissie BFV, vindt dat het land kampt met een gebrek aan slagkracht. ,,Het land heeft iets virtueels, iets machteloos ook. Er is een zeer fors wantrouwen ten aanzien van de bestuurslaag. Dat wantrouwen groeit naarmate je verder van Willemstad wegkomt. Maar ook op Curaçao is een behoefte om van de dubbele bestuurslaag af te komen.''

Paul Rosenmöller, oud-parlementariër en vice-voorzitter van de werkgroep, meent dat het land wordt gekenmerkt door een gebrek aan meerwaarde. ,,Het is meer een intereilandelijk samenwerkingsverband dan dat je met recht kan zeggen dat het een land is.'' Dat is altijd zo geweest, vindt hoogleraar Caribische studies Gert Oostindie. ,,De Antillen zijn een koloniale constructie. Nederland heeft die verzameling van zes eilanden niet gekoloniseerd omdat ze zo mooi bij elkaar pasten, maar omdat die kleintjes met succes tegen Spanje, Frankrijk en Engeland verdedigd konden worden. Strategisch lagen ze heel goed. De eilanden werden bevolkt met Afrikaanse slaven en kleine aantallen Europeanen die overal vandaan kwamen. Echt Nederlands werden de eilanden nooit. Achteloos kolonialisme. Vandaar het Engels op de Bovenwinden en het Papiaments op de Benedenwinden.''

Dat de Antillen een staat zonder natie is, is op de eilanden geen nieuws. Zelfs de Encyclopedie van de Nederlandse Antillen, gepubliceerd in 1985, meldt: `De geschiedenis van de Nederlandse Antillen is in feite de geschiedenis van zes eilanden. Van een Antilliaans volk of van een Antilliaanse natie is geen sprake'. Volgens de werkgroep BFV is dat vooral te wijten aan het feit dat Aruba in 1986 een status aparte kreeg. ,,Het machtsevenwicht lijkt sinds het uittreden van Aruba uit het Antilliaanse staatsverband te zijn verstoord'', schrijft de commissie. Maar Aruba stapte juist uit de Nederlandse Antillen omdat het genoeg had van de bevoogding van Curaçao.

,,Wat op Curaçao gebeurt willen wij niet op Aruba'', hield de Arubaanse leider wijlen Betico Croes zijn aanhang voor. Daarmee refereerde hij aan de revolte van 30 mei 1969, waarbij de vader van Anthony Godett, Wilson `Papa' Godett, een essentiële rol speelde. Maar Aruba's wens los te komen van Curaçao stamt al uit de jaren veertig, zegt Luc Alofs, een op Aruba ingeburgerde antropoloog. ,,Na de Tweede Wereldoorlog kwam de dekolonisatiebeweging op gang. Aruba had door dat het niet weer onder de kap van Curaçao wilde komen, want dat werd allang als knellend ervaren. Ze deden het beter dan Curaçao, mede omdat Aruba door de olie-industrie economisch vooruit was gegaan, maar bij het ontstaan van de Nederlandse Antillen in 1954 kreeg Aruba veel minder politieke invloed dan Curaçao.''

De houding van Curaçaose politici stoort ook Ramoncito Booi. De politiek leider van Bonaire probeert zich los te maken uit de negatieve economische spiraal van het zustereiland. ,,Het is belangrijk dat je als eiland open bent en niet star, zoals Curaçao. Ik heb twaalf jaar politieke ervaring op Curaçao en dan merk je dat Bonaire daar niets voorstelt. Dus als ik op Bonaire iets voor elkaar wil krijgen, zal ik dat zelf moeten doen. De andere keuze is doorgaan met de Nederlandse Antillen. Maar op Curaçao kunnen ze hun eigen problemen niet eens aan, laat staan dat ze ons kunnen helpen. Dus ik durf die keuze te maken, ik jaag investeerders niet weg zoals ze daar doen.''

Het probleem van Curaçao is dat ze te veel `goede mensen' hebben. Iedereen weet het beter, ze hebben het veel te druk met zichzelf, zeggen ze op de andere eilanden. Die preoccupatie blijkt uit het Curaçaose medialandschap, dat bestaat uit acht dagbladen, waarvan zes Papiaments- en twee Nederlandstalige, en tientallen radiostations. De meeste hebben een duidelijke politieke kleur en bieden een platform aan bevriende partijen. Dat merkt oud-revolutionair Stanley Brown aan hoe de kranten met zijn ingezonden stukken omgaan. ,,De vrije pers bestaat hier niet. Ik probeer vaak kritische geluiden naar buiten te brengen. Dat lukt segmentarisch. Bepaalde kranten, zoals Bala, hebben geen redactioneel beleid en zijn blij dat ze een bladzijde kunnen vullen. Het Antilliaans Dagblad is een Nederlands element, dat gaat ook vrij makkelijk. Maar als je kijkt naar de traditionele kranten, zoals de Amigoe, dat plaatst zelden een stuk van mij. Het is een goed dagblad, maar het is wel subjectief. Je ziet ook dat zij degenen zijn die de aanval op Godett hebben gelanceerd, maar je hoort ze nooit over de PAR of de PNP. Terwijl ze, als ik een kritisch stuk over Godett instuur, dat meteen plaatsen. Het is de verdeeldheid van de samenleving.''

Die verscheurdheid is gebaseerd op een ongelijke verdeling van financiële middelen langs raciale lijnen, resterend uit de slaventijd. Anthony Godett behaalt stemmen onder arme Afro-Curaçaoënaars door daaraan te appelleren. ,,Anthony Godett is vervelend, hij zegt de waarheid, hij is de mensen aan het ontwikkelen'', zegt hij over zichzelf. ,,Een kleine groep heeft hier op Curaçao geld. Die heeft kansen, onderwijs, de media. Zij hebben alles voor elkaar. Zij willen dat de mensen dom blijven, want dan kunnen zij manipuleren. Het maakt mij niet uit waar het geld om de economie draaiende te houden vandaan komt, al is het uit de drugshandel. Als iedereen maar kan profiteren, niet alleen een klein groepje. Als je dat soort dingen zegt, vinden ze je gevaarlijk en dan word je zo behandeld als ik nu.''

De onderlinge verdeeldheid is voor Curaçaoënaars zo allesomvattend dat de andere eilanden er in hun belevingswereld niet toe doen. Het valt niet eens op dat de andere eilanden niet aan bod komen. Want voor de Curaçaose bevolking bestaan de Antillen namelijk wel. Als Curaçaoënaars het tegen buitenstaanders over de Antillen hebben, bedoelen ze Curaçao, als ze spreken over Antillianen, gaat het over Curaçaoënaars.

Dit artikel is een bewerking van het boek `De Antillen bestaan niet' van Mirjam Sluis dat november uitkomt bij uitgeverij Bert Bakker.