Hockeyers Amsterdam zijn nog allerminst bij de les

Paniek? Welnee! Drie gespeeld en slechts drie punten. Maar denk niet dat de hockeyers van landskampioen Amsterdam zich gisteren, na afloop van het derde fletse gelijkspel op rij (2-2 tegen HCKZ), terugtrokken voor crisisberaad. ,,Nu al in paniek zouden raken, dát zou pas zorgelijk zijn'', grijnsde aanvoerder Jesse Mahieu, die daarmee sprak voor de rest van de onverschillig acterende selectie.

Ook de 26-jarige verdediger, die twee jaar geleden overkwam van buurman Pinoké, weet dat hooghartigheid al vaker spelbreker is geweest in het Wagener-stadion. Maar niemand die hoeft te vrezen voor een herhaling van het rampseizoen 2000/2001, toen Amsterdam voor de tweede keer sinds de invoering van de play-offs (1994/1995) deelname aan de nacompetitie misliep, bezwoer Mahieu. Geheel in de geest van oud-wielrenner Joop Zoetemelk (,,Parijs is nog ver'') rekende de international gisteren voor hoeveel punten nog te verdelen zijn voordat de strijd om de landstitel ontbrandt: ,,Zevenenvijftig, dus we hebben nog tijd zat.''

Maar hoe realistisch is die laconieke houding? Telde het vorige seizoen nog twee uitgesproken zwakke broeders (EMHC en Hurley), met de entree van het kapitaalkrachtige Breda en het opgeleefde hockeybolwerk Tilburg lijken de krachtsverschillen in de hoofdklasse geminimaliseerd. Nieuwkomer Tilburg legde streekgenoot Den Bosch gisteren met 5-1 over de knie, en bezet na drie speelronden brutaalweg de derde plaats. Koploper Oranje Zwart is de enige ploeg die tot dusver nog zonder puntverlies is.

Amsterdam vindt zichzelf terug op de negende plaats, en dat is ver beneden de stand van de negentienvoudig landskampioen. ,,We zijn nog zoekende, maar dat is niet zo gek als je bedenkt dat we twee ervaren spelers (Sander van der Weide en Marten Eikelboom, red.) zijn kwijtgeraakt'', meende Mahieu. ,,Anderen moeten de voortrekkersrol nu overnemen. Dat vergt bewustzijn, dat heeft tijd nodig. Maar één ding is zeker: we hebben veel hockey in de ploeg.''

Dat mag zo zijn, maar zichtbaar is dat nog allerminst. Het middenveld kon gisteren andermaal geen vuist maken. Controle, rust en overzicht? Het was niet aan de titelverdediger besteed. ,,In plaats van rust stralen we onrust uit'', mopperde middenvelder Timme Hoyng, maker van het openingsdoelpunt. ,,We raken in paniek, en weten na rust de bal niet eens meer heel simpel van A naar B te krijgen. Dat is verontrustend.''

Maar zorgen zegt debuterend hoofdcoach Alejandro Verga (45) zich desondanks niet te maken, ook al beleefde Amsterdam in twintig jaar niet zo'n stroeve competitiestart. Een ploeg met zoveel kwaliteit aan boord komt vroeg of laat op stoom, meent de Argentijn, die voor de ondankbare taak staat zijn veelgeprezen voorganger Jim Irvine te doen vergeten. ,,Ik wil niet beweren dat het tot de winterstop allemaal niets voorstelt, maar daarna begint het pas echt.''

Mahieu klampte zich gisteren vast aan ,,een bemoedigende eerste helft'', waarin Amsterdam tot de eigen verbazing twee keer mocht scoren van het al even apathisch opererende HCKZ. Geen wonder dat de geblesseerde aanvoerder Max Caldas van de club uit Den Haag zich in de rust beklaagde over het gebrek aan bezieling bij zijn ploeggenoten. ,,Geen uitstraling'', mokte de Argentijn.

Naast Caldas mist KZ momenteel Taeke Taekema, het strafcornerkanon dat tot de winterstop competitie speelt in Nieuw Zeeland (Canterbury) en gisteren wel raad had geweten met de in totaal negen toegekende korte hoekslagen. Zijn plaatsvervanger, Laurence Docherty, wist slechts één keer raak te pushen.

Amsterdam stelde daar slechts één (niet-benutte) strafcorner tegenover, wat het totaal in drie duels op de magere score van zes bracht. Topschutter David Mathews, de bonkige Engelsman die afgelopen seizoen uitgroeide tot topscorer (32 treffers), loopt dan ook met de ziel onder zijn arm, zag oud-coach Joep Brenninkmeijer. ,,Die jongen verpietert.''

Zo vielen na afloop wel meer sombere bespiegelingen te beluisteren in het hypermoderne clubhuis van Amsterdam, waar de vernieuwingsgezinde voorzitter Jons Hensel wel de overtuiging aan de dag legt die zijn hockeyers momenteel ontberen. Het was zoals een hockeywatcher naderhand terecht opmerkte ,,gewoon kleuterhockey'': weinig vernuft, zowel technisch als tactisch.

Niemand die het tij wist te keren. Ook drie Engelsen (Garrard, Mathews en Hawes), één Australiër (McCann) en één Schot (Docherty) niet. Hun inbreng stond symbool voor de `sluipende ziekte' die veel coaches inmiddels zorgen baart: te veel middelmatige buitenlanders, die de aanwas en doorstroming van jong talent in de weg staan.