Het onbegrepen Europa probeert ...maar zit met een probleem... ...dat weer niet wordt opgelost

het nog eens...'Communicating Europe', was de even eenvoudige als ambitieuze titel van de conferentie die staatssecretaris, pardon minister Atzo Nicolaï van Europese Zaken vorige week in Amsterdam voor zijn collega's uit de 24 andere landen van de Unie organiseerde. (Als de staatssecretaris zich onder zijn gelijken in Europa ophoudt, mag hij de titel minister dragen, vandaar). Dat Europa een communicatieprobleem heeft is duidelijk. Dat bewezen alleen al de desastreuze opkomstcijfers bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni van dit jaar, waarbij minder dan de helft van de kiezers de moeite nam een stembureau op te zoeken.

Europa leeft blijkbaar niet, terwijl datzelfde Europa nog zoveel heeft uit te leggen. Allereerst is er de grondwet voor Europa waarover in inmiddels negen landen van de Unie een referendum wordt georganiseerd. En dan speelt ook nog de mogelijke uitbreiding van de Unie met Turkije, waardoor de grenzen van het verenigde Europa bij Syrië, Irak en Iran komen te liggen. Natuurlijk kan daar weer – om in het jargon van de snelle communicatiejongens en meisjes te blijven – een `Hoera-Europa-verhaal' tegenaan worden gezet, maar de vraag is of dat nog wel werkt. Zoals Nicolaï zich in zijn openingstoespraak bij de conferentie retorisch afvroeg: kunnen en moeten wij meer dan alleen de verworvenheden van de Europese integratie uitdragen? Nee dus en daarom had Nicolai een paar uur later aan het slot van de conferentie nog een concreet plan: de firma Endemol gaat een lichtvoetig discussieprogramma over Europa produceren. Vooralsnog zonder Katja en Bridget, maar wel met e-mail, sms, wap en alle andere eigentijdse communicatiemiddelen.

Wat tijdens de bijeenkomst in Amsterdam nauwelijks ter sprake kwam is dat veel burgers wel degelijk een beeld van Europa hebben. Alleen is dat beeld uitermate negatief. Het is het Europa van vergaderpaleizen waarin eindeloze vergadersessies plaatsvinden die niet zelden eindigen in grote verdeeldheid. Ook het Europa dat vooral veel beslist over mensen. Verder is er natuurlijk nog het beeld van Europa als het domein van – naar een bekend Suske en Wiske-verhaal – de `poenscheppers'.

En dan zijn we weer aangekomen bij de leden van het Europees Parlement met hun veelbesproken riante dagvergoedingen en onkostendeclaraties. Een situatie waarvan al talloze malen is uitgesproken dat er eindelijk iets aan moet gebeuren, maar waar alle pogingen om er echt iets aan te doen even vaak zijn mislukt.

Anders gezegd: het betreft hier het befaamde S-woord, oftewel het Statuut van de leden. Een wat eufemistische aanduiding voor wat niets anders is dan de financiële vergoeding voor de inmiddels 732 volksvertegenwoordigers die het Europees Parlement bevolken. De bedoeling van het Statuut is dat de bestaande verschillende regelingen voor europarlementariërs gelijk worden getrokken, waardoor er een eind komt aan de situatie dat een Hongaarse europarlementariër hetzelfde salaris krijgt als zijn collega's in het parlement in Boedapest (800 euro per maand), terwijl zijn Italiaanse collega een bedrag krijgt overgemaakt dat overeenstemt met dat van zijn collega's in Rome (11.000 euro per maand).

Eind vorig jaar leek er bijna overeenstemming te bestaan over een regeling waardoor alle europarlementariërs hetzelfde bedrag zouden krijgen: 9.053 euro per maand, overeenstemmend met de helft van het salaris van een rechter bij het Europees Hof. Maar toen roerden de Duitsers zich. Via de boulevardpers die zich weer eens heerlijk kon uitleven op de zelfverrijkers in Brussel, maar ook via gerespecteerde wetenschappers die er fijntjes op wezen dat het salarisvoorstel bijvoorbeeld voor een Poolse europarlementariër betekende dat deze per maand twintig keer zoveel ging verdienen als de gemiddelde werknemer in Polen. Maar misschien nog erger voor ministers in enkele thuislanden: hun landgenoten in Brussel gingen aanzienlijk meer verdienen dan zij zelf. En dan was er nog niet eens rekening gehouden met de pensioenregeling die in het Statuut eveneens veel gunstiger voor de Europese volksvertegenwoordigers zou uitpakken dan voor de meeste `gewone' parlementariërs.

Kortom, toen de Europese ministers in januari moesten besluiten over het Statuut, zeiden Duitsland, Oostenrijk en Zweden: nee. Een dergelijke regeling kon men onmogelijk in eigen land uitleggen.

Maar hoe nu verder? Zolang er geen Statuut is, blijft de ongelijke betaling van de leden van het Europarlement gewoon doorgaan. Met als neveneffect dat er ook niets gebeurt aan de riante onkostenregelingen in het Parlement die voor de minder betaalde leden niets anders zijn dan een welkome aanvulling op hun salaris. Het betreft hier onder andere de dagvergoeding van 262 euro (beschikbaar voor ieder lid op voorwaarde dat hij of zij de presentielijst maar tekent) en de genereuze reisvergoeding waarbij ongeacht de werkelijke kosten van het (vaak goedkopere) vliegticket alles wordt uitbetaald op basis van het hoogste economytarief.

Het Europees Parlement wijst naar Nederland dat momenteel als voorzitter van de Europese Unie fungeert. Voorzitter Joseph Borrell van dat parlement zei vorige maand dat Nederland maar het initiatief moest nemen om uit de impasse te komen, want het waren immers ook de Europese ministers geweest die het vorige voorstel torpedeerden.

Daartegenover staat de Nederlandse regering die in deze kwestie graag het adagium van de om zijn boerenwijsheden vermaarde politicus Jan de Koning hanteert: aan een dood paard moet je niet trekken. Namens staatssecretaris Atzo Nicolaï laat woordvoerder Herman Quarles van Ufford doorschemeren dat het Statuut nu niet één van de onderwerpen is dat bij Nederland hoge prioriteit heeft. ,,Onze manoeuvreerruimte is heel klein'', zegt hij. ,,Er moet nu eerst maar eens een nieuw initiatief van het Europees Parlement komen''.

En zo wacht iedereen op iedereen. Met het kritische Europese electoraat als constante factor: dat ziet het beeld van het zakkenvullende Europa opnieuw bevestigd.

De Tweede Kamer debatteert woensdag alsnog over de invoering van een no-claimteruggaaf in het ziekenfonds. Dinsdag begint de begrotingsbehandeling Economische Zaken. Woensdag praat de Kamer over de begroting van Koninkrijksrelaties. Het Europees Parlement debatteert woensdag in Brussel met Commissie-voorzitter Prodi over de resultaten die hij en zijn collega's de afgelopen vijf jaar hebben bereikt.