Europa met het petje

Gisteren in Baarle-Nassau geweest, of Baarle-Hertog, afhankelijk van waar je staat in de grote zaal van het cultureel centrum. Een deel is Nederlands en een deel Vlaams en het gerucht doet de ronde dat toen Turks fruit voor het eerst werd vertoond, de projector aan de Nederlandse kant stond en het doek aan de Belgische. De zedenpolitie zou langs zijn gekomen, of de Keuringsdienst van Waren, daar wil ik van af zijn, maar het kon niet: Turks fruit projecteren in België, vanwege alle erotiek, dat kon niet. Waarop de organisatoren de boel omkeerden: projector aan Belgische zijde, doek in Nederland. Dat mocht.

Het is hilarisch, jongens en meisjes, maar we gaan er toch geen dag over organiseren, onder de titel `grensincidenten'? Grenzen, wat zijn zulke grenzen nog, anders dan pure folklore, in het nieuwe Europa?

En toch heeft men een punt. Europa is een moeizame gedachte. Europa mist iets om Europa te kunnen zijn. Waarom is de Europese verbondenheid vooralsnog niet meer dan een munt en een grondwet die niemand interesseert?

Ik zou het me allemaal niet afvragen, want met Hans Magnus Enzensberger heb ik altijd gedacht: Ach, Europa. Maar nu raakte ik toch geprikkeld, niet alleen door Baarle, maar vooral door een interview met Adam Zamoyski, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad. Hij is het soort intellectueel waar je elke dag een stuk van zou willen lezen, zoals men vroeger elke dag een psalm las om iets te bepeinzen te hebben.

Mensen als Zamoyski zouden ook op televisie moeten komen, hij is een mooie man om te zien, zoals blijkt uit de foto. De bril met de juiste nonchalance in de rechterhand, de kraag van zijn jasje iets opgetrokken en de ietwat hooghartige blik die past bij de intellectueel. Maar intellectuelen komen in Nederland niet meer op televisie. Wim Kayzer doet nu kennelijk andere dingen en bij de Nederlandse omroep heerst de dictatuur van de ongeletterdheid, omdat ongeletterden de kijkcijfers bepalen. Eigenlijk zouden intelligente mensen moeten worden verplicht om naar de Nederlandse televisie te kijken, opdat de kijkcijfers niet alleen de smaak van het plebs weerspiegelen.

Zamoyski verbaast zich over het plebs van Europa, omdat het helemaal niet zo ongeletterd is. Het grote raadsel voor Zamoyski is hoe het kan dat in deze eeuw zelfs het gewone volk een redelijk goede opleiding heeft, maar zich desondanks toelegt op ,,het perfectioneren van vulgair taalgebruik en gedrag''.

Vulgair is een goed woord, niet alleen de taal en het gedrag, het is vooral de smaak van de mensen die neigt naar een verstikkende vulgariteit. Vulgair is niet meer vulgair, vulgariteit is in Nederland de norm geworden.

Europa, zegt Zamoyski, wordt bijeengehouden door bureaucraten die niets anders voor ogen hebben dan zichzelf. Europa mist een roeping, Europa mist een noodzaak, of zoals Zamoyski het zo mooi zegt: de Europese burger mist een reden om goed te zijn.

God is dood, geeft Zamoyski toe, en de natiestaat van Rousseau is ook al niet meer wat het geweest was. Een nieuw geloof is nodig om de Europeanen aan te sporen goed te zijn, anders komen we voorgoed terecht in een samenleving waarin een onopgemaakt bed op een podium door kan gaan voor kunst.

Een nieuw geloof, wat zou Europa geloofwaardig kunnen maken? Zamoyski waarschuwt voor het verschijnsel van de sterke persoonlijkheid, want ,,dat zou wel eens een gevaarlijke man kunnen zijn'' in Nederland hebben we daar ervaring mee – maar wat blijft dan over om Europa samen te binden? Het streven naar uitmuntendheid, suggereert Zamoyski. Uitmuntendheid moet niet als snobistisch elitarisme worden afgedaan. De middenklasse van de negentiende eeuw geloofde nog in vooruitgang en zelfvervolmaking. Nu hebben we geen middenklasse meer die streeft naar zelfvervolmaking, en daarom hebben we geen uitmuntende elite.

Woorden naar mijn hart, maar één opmerking van Zamoyski zette mij aan het denken. Hij zegt te walgen van ,,de jongeren met petjes op'', en ineens vond ik de man niet meer zo sympathiek. Petjes, waar zijn petjes ooit ontstaan? In Suriname introduceerden de creolen de petjes; de vaders hadden nog hoeden gedragen, maar in navolging van de zwarte jeugd in Amerika begonnen de creolen in Suriname ook petjes te dragen. Ook nu dragen jongeren in Nederland petjes: daarin vinden Marokaanse, Turkse, Nederlandse, Surinaamse en Antilliaanse jongens hun overeenkomst.

Laten we eens doordenken, en ik weet dat ik wat wild klink, maar het is een hypothese. Wat Europa in deze eeuw uniek en geloofwaardig maakt, is wat ook Amerika in de vorige eeuw uniek en geloofwaardig maakte: de versmelting van culturen, in het Amerikaanse geval, de zwarte en de blanke. Zwarte en blanke jongeren begonnen ineens petjes te dragen en ze begonnen te luisteren naar elkaars muziek. Tot maar kort geleden mocht negermuziek niet worden gedraaid op de blanke radiostations, maar het waren de jongeren met de petjes die elkaar konden vinden en zie: daar was ineens... Amerika!

In het Europese geval gaat het niet om zwarten en blanken, maar om moslims en westerlingen. Het is maar een hypothese, maar zou het kunnen dat juist uit die versmelting een elite ontstaat die streeft naar uitmuntendheid? Deze jongeren rappen en hiphoppen dat het een lieve lust is en ze doen waarlijk een kunstvorm ontstaan die echt meer is dan een onopgemaakt bed. Niet voor niets heet de bekendste performer van Nederland Ali B.

Ik zeg niet dat ik het allemaal begrijp of zelfs apprecieer, maar wel dat Amerika niet als zodanig zou bestaan als het de scheiding van twee werelden, de blanke en de zwarte, niet te boven was gekomen. Zo ook denk ik dat Europa niet zal kunnen bestaan als die de scheiding tussen de minderheid van moslims en de meerderheid van westerlingen niet te boven komt. Uit lieden als Ali B., die later zullen worden gedocumenteerd als de Marvin Gayes en de Otis Reddings van Europa, zal de uitmuntendheid ontstaan die Europa geloofwaardig maakt. Het is maar een hypothese, maar zouden we niet eens kunnen proberen er zo over te denken?

ramdas@nrc.nl