De gearriveerde Jon Spencer is niet besteed aan Paradiso

Niet kunnen spelen, dat hou je geen dertien jaar vol. De groep Blues Explosion van zanger/gitarist Jon Spencer mag dan zijn opgekomen uit de nonconformistische Amerikaanse garage-underground; ze behoren nu zelf tot het establishment van geoefende publiekstrekkers.

Alleen al uit de manier waarop Spencer zijn `Thank you very much Ladies and Gentlemen' met de quasi-gedrogeerde nonchalance van de oude en dikke Elvis in de microfoon galmt, kun je opmaken dat hij zijn klassiekers kent. Jon Spencer hielp de oude bluesman R.L. Burnside aan een tweede carrière en wordt nu zelfs gebeld door Nancy Sinatra, als die een Lee Hazlewood-achtige duetpartner nodig heeft voor haar nieuwe album.

De triobezetting van twee scheurgitaren en een hakkende drummer leek ooit vreemd, maar is na de nog minimalere uitgangspunten van The White Stripes en The Kills gemeengoed geworden in garagerockkringen.

Blues Explosion heeft uit die beperkingen kracht geput, want Jon Spencer en tweede gitarist Judah Bauer vullen elkaar aan in samengebalde en ineengevlochten partijen waarin de bassnaren altijd wel ergens worden aangeraakt. Zo zijn ze in de loop der jaren een tamelijk traditionele rockband geworden, die de samenstellende factoren van rockabilly, blues en Memphis-soul zo goed hebben doorgrond dat ze er de perfecte pastiche van kunnen neerzetten.

De theremin, die bij eerdere concerten een chaos van jengelend achtergrondgeluid veroorzaakte, wordt nu bewust thuis gelaten. Ook het showelement hebben ze onder controle, met Spencers gracieuze knievallen als hij een powerakkoord heeft aangeslagen en de bestudeerde Keith Richards-pose waarmee Bauer cool staat te zijn.

Live presenteert Blues Explosion een uitbarsting van energie waarbij de vorm belangrijker is dan de inhoud. Meisjes dansen wild op het testosteronbombardement dat van het podium dendert, althans het handjevol meisjes dat niet bang was om uncool gevonden te worden.

Maar het merendeel van het in kreukelig zwart gehulde publiek in Paradiso keek de kat uit de boom en wilde helemaal niet laten blijken dat zulke traditionele rockmuziek iets bij hen losmaakt. Zo kon het gebeuren dat de opwinding die Blues Explosion met alle macht wil veroorzaken, voorbij de tweede rij doodsloeg in een apathische somberheid.

Een bijkomende factor is dat ze wel een donderse bende herrie produceren, maar dat Spencer niet uitblinkt in het componeren van memorabele nummers. Zong hij maar meer liedjes als het kattige Ain't no easy way met Nancy Sinatra, dan zou hij het in de echte popwereld kunnen redden. Maar in Paradiso gingen bijna twee uur van gespeelde opwinding voorbij zonder de meerwaarde van songs die bleven hangen.

Geen wonder dat Blues Explosion op de nieuwe cd Damage zijn toevlucht zoekt tot garagerockvreemde kunstgrepen als samenwerking met een rapper (Chuck D), een hiphopdeejay (DJ Shadow) en een triphopzwijmelaarster (Martina Topley-Bird). Zonder die verstrooiing werd het in Paradiso een hoop lawaai in het luchtledige, vergooid aan een vreugdeloos zombiekerkhof.

Concert: Blues Explosion. Gehoord: 8/10 Paradiso, Amsterdam.