Althamer toont zich zwetend in euforische roes

Je ziet hem wel eens in het café, in een koffieshop of op een feest waar stevig wordt gedronken, de eufoor. Hij laat zich gaan en heeft zoveel geconsumeerd, geblowd of gesnoven dat zijn geest zich van het aardse heeft losgemaakt. Toch denkt hij zelf nog volop aan het leven deel te nemen – sterker nog, hij leeft meer dan ooit!

Precies dit fenomeen toont de Poolse kunstenaar Pawel Althamer (1967) in zijn installatie So genannte Wellen und andere Phänomene des Geistes (2003/2004), op acht televisieschermen in het Bonnefantenmuseum. In acht korte filmpjes zien we Althamer onder andere LSD slikken, zich onder hypnose stellen, `magic mushrooms' en mescalcactussen eten, om zich vervolgens in zijn roes te laten filmen. Als toeschouwer zie je hem zitten, zwetend, hallucinerend, fantaserend en na verloop van tijd denk je: net een kunstenaar, die man.

En daar wordt het interessant. Want in So genannte Wellen... is Althamer duidelijk op zoek naar de grenzen van het kunstenaarschap. Of beter: naar dat punt waar de wegen van kunst en werkelijkheid zich scheiden. Als toeschouwer blijf je ondertussen vooral met vragen achter, bijvoorbeeld: in hoeverre kunnen wij hem in zijn roes nog volgen? Ligt dat aan die middelen, of komt het door zijn kunstenaarschap? Of is het mogelijk dat Althamer zijn roezen gewoon verzonnen heeft, net zoals je die dronken man in het café er ook vaak van verdenkt zijn euforie wat aan te zetten om extra aandacht te krijgen?

Die vragen geven al aan dat Althamer geen kunstenaar van antwoorden is. Sterker nog: je zou kunnen zeggen dat zijn hele oeuvre, waarvoor hij onlangs de Europese kunstprijs The Vincent kreeg uitgereikt, draait om de problemen die een kunstenaar ondervindt bij het tonen, het `communiceren' van zijn ideeën. Dat blijkt niet alleen uit So genannte Wellen, maar ook uit de twee andere projecten die Althamer toont in het Bonnefantenmuseum. Een daarvan is een film die Althamer maakte van een groep Poolse jongeren die hij als `medewerkers' voor de tentoonstelling naar `het paradijs' Maastricht bracht; ze mochten de entreehal volspuiten met graffiti. Het andere project is een zaal vol rauwe, maar semi-realistische beelden die Althamer al jaren optrekt uit dierlijke en natuurlijke materialen als varkensblazen, darmen, stro en gras.

Vooral die laatste installatie neemt bij de toeschouwer alle twijfel weg: Althamers oeuvre draait om onmacht. De onmacht om zijn Poolse jongeren daadwerkelijk naar het paradijs te brengen, de onmacht om een overtuigende verbeelding van de mens te maken. De onmacht ook om je eigen diepgevoelde euforie over te brengen op de toeschouwer.

Nu wordt zulke onmacht wel vaker getoond in hedendaagse kunst, en dat is vooral ergerlijk als de kunstenaar dat onvermogen gebruikt als eindconstatering. Maar die val weet Althamer overtuigend te vermijden. Hij zet zichzelf eerder neer als een artistieke Sisyphus die op alle mogelijke manieren, in allerlei vormen, probeert de steen van de kunst tegen de berg op te rollen. En tegelijk beseft hij heel goed dat juist in die handeling zelf de oplossing schuilt.

Het achtste filmpje in So genannte Wellen bijvoorbeeld, gaat ineens niet meer over drugs. We zien alleen Althamer die met zijn dochtertje door het park loopt. Ze wandelen, zitten aan het water en laten koolmeesjes nootjes van hun handen eten – af en toe loopt Weronika op de camera af, roepend dat ze niet gefilmd wil worden. Het is een merkwaardig filmpje, op het banale af, dat juist doordat het tussen al die vermetele poging tot roeszoeken hangt, een prachtige, superieure rust uitstraalt – je voelt de euforie van vader en dochter over het tamelijk onbenullige feit van die opgegeten nootjes. Veel is het niet, lijkt Althamer te willen zeggen, maar soms, heel soms, is weinig bijna alles.

Tentoonstelling: Pawel Althamer, The Vincent 2004. T/m 17 januari in het Bonnefantenmuseum, Avenue Céramique 250, Maastricht. Di t/m zo 11-17u. Inl: www.bonnefanten.nl