Akkoord met shi'itische rebel Irak

De Iraakse autoriteiten hebben een akkoord bekendgemaakt met de opstandige shi'itische geestelijke Muqtada Sadr.

Diens strijders in Bagdad leveren hun zware wapens in in ruil voor de vrijlating van gevangen medestanders en geld voor wederopbouw. Het akkoord met Muqtada Sadr moet als model dienen voor andere opstandige steden, aldus de Iraakse onderminister van Nationale Veiligheid Qassem Dawoud gisteren op een persconferentie in Bagdad.

Met het inleveren van de wapens – tegen een financiële vergoeding – werd vanochtend een heel voorzichtig begin gemaakt. Zodra de autoriteiten hebben geconstateerd dat alle wapens zijn ingeleverd, waarvoor vijf dagen zijn afgesproken, zullen zij beginnen met de wederopbouw van Sadrs Bagdadse bolwerk Sadr City, een sloppenwijk waar twee miljoen mensen leven. Daarvoor is 385 miljoen dollar vrijgemaakt plus 150 miljoen dollar aan buitenlandse hulp. Als gebaar van goede wil zijn de dagelijkse Amerikaanse aanvallen op Sadr City opgeschort.

Het is niet de eerste keer dat de Iraakse interim-regering probeert vrede te sluiten met Muqtada Sadr. Na een dergelijke vredesakkoord in Najaf weigerde Sadrs Leger van de Mahdi uiteindelijk zijn wapens in te leveren. Een soortgelijk akkoord met sunnitische rebellen in de stad Samarra leidde tot niets; uiteindelijk werden de rebellen tien dagen geleden door middel van een groot Amerikaans-Iraaks offensief verjaagd. De interim-regering meldde gisteren voortgang in onderhandelingen over terugkeer van haar troepen in de stad Falluja.

De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld zei gisteren tijdens een onverwacht bezoek aan Irak dat het gaat om een ,,morele slag'' met de rebellen. ,,Ze weten dat ze ons niet militair kunnen verslaan'', zei hij, ,,maar ze hopen dat ze in wilskracht winnen''.

Volgens de Iraakse politie is zaterdag een Turkse vrachtwagenchauffeur in Noord-Irak ontvoerd. Aan de andere kant meldde het Arabische televisiestation Al-Jazira een boodschap te hebben ontvangen van ontvoerders dat ze tien Turkse gijzelaars hadden vrijgelaten omdat hun bedrijf zich uit Irak had teruggetrokken. Het bewuste bouwbedrijf, Vinsan, had midden september kort na de ontvoering van de tien meegedeeld zijn operaties in Irak te bevriezen om de mannen te redden.

Op een extremistische internetsite dook gisteren een video-opname van de onthoofding van de Britse gijzelaar Ken Bigley op. Bigley, die een kalme indruk maakte, wendde zich daarop tot premier Blair die ,,niets lijkt te hebben gedaan om mij te helpen''. Nadat een van zijn bewakers een uitval had gedaan naar ,,leiders van ongelovige westerse regering'' die ,,pretenderen te zorgen voor hun bevolking'' werd Bigley onthoofd. Er was geen aanwijzing op de video dat geruchten over een ontsnapping op waarheid berusten. De Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Hoshyar Zebari, achtte het ,,waarschijnlijk'' dat Bigley kort voor zijn onthoofding was ontsnapt en weer gepakt, maar hij kon geen details geven.