`Wij zijn nog niet klaar voor de aanslag'

Een voorzorgslanding vorige week op Schiphol maakt duidelijk dat de rampenbestrijders niet klaar zijn voor een terroristische aanslag. `Ze laten zo een paar kneedbommetjes achter.'

Donderdag een week geleden had het vlakbij Amsterdam nog mis kunnen gaan. Een Airbus van British Airways landde uit voorzorg om vijf over twee 's middags op Schiphol. Het toestel, onderweg van Berlijn naar Londen, werd begeleid door twee straaljagers van de luchtmacht. Er was een bom aan boord, hadden Duitse televisiezenders gehoord. De Koninklijke Marechaussee doorzocht het toestel en de bagage en ondervroeg alle 124 inzittenden. Het bleek loos alarm.

Eind goed al goed, zou je zeggen.

Nee, vinden burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer waarin Schiphol ligt. Waarom moet een vliegtuig met ,,aanzienlijk verhoogd risico'' aanvliegen over dichtbevolkte gebieden en landen op de Zwanenburgbaan? En waarom zijn het college en de bevolking daarover niet ingelicht? De burgemeester schrijft aan de staatssecretaris van Verkeer dat het ,,aan goede communicatie heeft ontbroken'' en vraagt ,,met klem om opheldering''.

Nee, zegt ook de commissaris van de koningin in Noord-Holland, H. Borghouts. Hij belde die middag vergeefs met Justitie omdat hij samen met dezelfde burgemeester van Haarlemmermeer die op dat tijdstip vergaderde met de raad, zat te springen om informatie. Wat was er precies aan de hand? Moesten ze zich voorbereiden op een ramp? En wat konden ze de regionale politie, brandweer, en medische hulpdiensten vertellen?

Borghouts: ,,De informatie kregen we pas na afloop. Te laat. Alle betrokken hulpdiensten, niet alleen die op Schiphol, maar ook die in de regio, hadden van de bommelding moeten weten. Dit was geen dreiging van terreur, dit was harde werkelijkheid. De burgemeester is bestuurlijk verantwoordelijk als het misgaat. De communicatie was ronduit slecht.''

Ook Cees te Boekhorst (57), commandant van de Regionale Brandweer Amsterdam en omstreken, is samen met zijn hoofd rampenbeheersing Joris Huizinga (41) verhaal gaan halen bij burgemeester Hertog van Haarlemmermeer. De Amsterdamse brandweer is namelijk ook coördinator rampenbestrijding voor de regio. Te Boekhorst: ,, Als men vermoedt dat die kist in Amsterdam-Noord naar beneden kan klappen, wil ik dat graag weten. Dan wil ik delen in die informatie.''

Huizinga: ,,Wij in Amsterdam handelen zo'n incident af met de rampenbestrijdingsstructuur. Dan zitten we met de vijfhoek van burgemeester, politie, openbaar ministerie, brandweer en geneeskundige hulpverleners in de bunker onder het stadhuis en brengen de hulpdiensten in gereedheid al naar gelang de dreiging.''

Te Boekhorst: ,,Dit incident toont aan dat alle rampenbestrijders, ook op bestuurlijk niveau, nog niet klaar zijn voor een aanslag. We moeten echt niet gaan zitten afwachten tot ons boven Amsterdam een 11 september overkomt of een terroristische gijzeling zoals in Beslan.''

De brandweercommandant begint over de `Uitgangspunten aanpak terrorisme' die B en W van Amsterdam deze week naar de gemeenteraad stuurden. Op grond van AIVD-informatie is de dreiging van terrorisme voor Nederland ,,aanzienlijk'', staat in de notitie, en ,,bereidt de vijfhoek zich voor op een aanslag in Amsterdam.'' Niet ieder afzonderlijk zijn eigen onderwerpje, zegt de brandweercommandant, maar ,,allemaal tegelijk en samen, informatie delen en in nauw overleg in actie komen.''

Zo oefent de brandweer veel vaker met alle betrokken hulpdiensten. Waren er in 2002 nog 35 grootschalige oefeningen, in 2004 zijn er 66. De kennis over nucleair/radiologische, biologische en chemische wapens is verbeterd. Ook neemt de brandweer deel aan een quick response team waarin een verkennend driemanschap van politie, geneeskundige hulpdienst en brandweer ,,met strepen'' ter plekke knopen doorhakt. En tenslotte heeft de brandweer zich gestort op ,,het bevorderen van zelfredzaamheid van de burgers'', vertelt Joris Huizinga, ,,zodat alle Amsterdammers met elkaar de kans op een aanslag verkleinen en weten wat ze moeten doen, als er eenmaal een klap is.''

U doet heel veel. Toch zei de brandweercommandant op een congres dat de brandweer nog niet klaar is voor een aanslag.

Te Boekhorst: ,,We zijn er nog niet. Bestuurlijk niet, maar ook binnen de organisatie niet. Ik moet bijvoorbeeld een discussie aangaan over screening van personeel. Hoe voorkom ik dat de brandweer wordt geïnfiltreerd door een terrorist? Verder wil ik bij een aanslag 100 procent zeker hebben dat er niet op dezelfde plek een nieuwe plof dreigt. Er zijn analyses dat terroristen het steeds meer op de hulpverleners hebben voorzien. Dan kon het wel eens zijn dat ik besluit niet op te treden. Terwijl mijn mannen naar binnen willen om mensen te redden.''

De brandweermannen willen niet toekijken met hun handen op de rug.

Te Boekhorst: ,,Dat is een mentaliteitsomslag. De meerderheid van mijn mensen kiest nog voor het vak om branden te blussen, mensen te helpen. Maar de taak van de brandweerman is steeds meer gericht op het voorkomen van de ramp, nu het brandblussen afneemt omdat er minder branden zijn.''

Een moderne brandweerman helpt de burger zichzelf te redden.

Te Boekhorst: ,,Dat is omschakelen, hoor. Ik heb mijn brandweermensen de straat op gestuurd, om logementen, hotels, bedrijven te controleren, mensen bewust te maken van brandveiligheid en burgers aan te spreken op hun zelfredzaamheid. We lullen ons de tong uit de bek om iedereen een rookmelder aan te praten. En nu met de terreurdreiging moeten we dat `rood op straat' ook leren de kans op een aanslag te verkleinen. Dus moeten wij onszelf en de burgers anders leren kijken.''

Hoe?

Huizinga: ,,Als brandweermensen in hun wijk ineens containers zien staan, is dat 9 van de 10 keer niks ernstigs, maar een keer wel.''

Te Boekhorst: ,,Weet jij in de buurt waar je brievenbus staat? Als ik een terrorist ben, kom ik toevallig op het Museumplein bij de ambassade een brievenbus plaatsen.''

Huizinga: ,,Gisteren rijd ik bij station-RAI onder de A10 door en zie ik ladders staan tussen de lichtmasten. Als meedenkende brandweerman denk ik dan: wat gebeurt daar? Voor hetzelfde geld laten kwaadwillenden een paar kneedbommetjes achter.''

De brandweerman als opsporingsambtenaar.

Huizinga: ,,Welnee. Ik ga die mannen niet aanhouden. Ik draai een telefoonnummer en zorg dat de informatie landt bij de politieman die ook terreurverdenkingen van de AIVD op zijn bureau heeft liggen.''

Te Boekhorst: ,,Het gaat erom je mensen te leren anders te observeren. Dat moet iedereen doen, ook de taxichauffeur, een tramconducteur, elke Amsterdammer. Alleen bij een paar overheidsdiensten kun je dat beter organiseren.''

Ook de burger moet eropuit tegen terreur.

Te Boekhorst: ,,Ja. Dat geldt voor een brand, dat geldt voor terrorisme. Je moet je eigen bereddering regelen. Dat verkleint de kans op een aanslag.''

Huizinga: ,,In mijn achtertuin zit een deel van de waterwinvoorziening van Amsterdam. Daar kan je rotzooi indoen. Wij willen dat iedereen die dat ziet, de politie belt. Ook wil ik dat mensen bedenken hoe ze gaan rijden als ze wegvluchten. Burgers lopen niet in de weg, je moet de burgers inzetten, je kunt ze sturen.''

Creëert u met openheid en zelfredzaamheid geen angstsamenleving?

Huizinga: ,,Nee. Onwetendheid creëert angst, kennis maakt weerbaar. We moeten burgers weerbaar maken. Dat gaat het best als je open bent, als je de regionale risicokaarten op internet zet en als je dat rustig uitlegt en handig communiceert.''

Te Boekhorst: ,,Terroristen zijn veel slimmer dan jij en ik, die hebben ons al duvelsgoed geanalyseerd. Mensen die kwaad willen, doen kwaad. Dan kan je maar beter zorgen dat je zo goed mogelijk bent voorbereid.''